kerkplein.jpg

Pastoralia

Pastoralia 115: De zegen van de Heer...voor jou?!

Bijbeltekst: Handelingen 3 : 25 en 26.

Ervaart u zegen in uw leven? En hoe ziet die er dan uit? Een oud lied zegt; ‘tel uw zegeningen één voor één, tel ze allen er vergeet er geen’. Of ziet u geen zegen in uw leven? De Coronacrisis waard rond, je baan staat op de tocht of je bedrijf op omvallen. We zitten in een lockdown en daar bovenop nog een avondklok ook. Hoezo zegen? Wat is zegen eigenlijk en hoe komt die zegen in je leven. Laten we daar eens bij stilstaan.

De Zegenaar.
Wie zegent er nu eigenlijk? In het Nederlands Dagblad is er een discussie losgebarsten nadat Ds. Almetine Leene de zegen uitsprak over Nederland. Een hele discussie over wie mocht zegenen en wie je dan mag zegenen. Of je wel een land kunt zegenen, enzovoort. Mij bekruipt het gevoel dat dit weer zo’n theologendiscussie is, die theoretisch misschien heel interessant is, maar voorbij gaat aan de kern; de zegen is onlosmakelijk verbonden met Hem die zegent, God zelf. Dat is niet los van elkaar te zien en ook niet los verkrijgbaar. Hij bepaald wie Hij zegent. Niet wij. Wij zijn slechts instrument. Wij zijn de zegenwagen waarop God Zijn zegen wil brengen bij de mensen. Maar pas op! Die zegenwagen rijdt niet uit zichzelf. God is de bestuurder. Wij kunnen de zegen elkaar toewensen, “De Here zegene u”, Ruth 2 : 4. Het lijkt in het Oude Testament, in Israël, een gewone groet te zijn geweest. Ook in de kerk worden we gezegend met de ambtelijke zegen, ook wel priesterlijke zegen genoemd. “De Here zegene u en behoede u; de Here doe zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig; de Here verheffe zijn aangezicht over u en geven u vrede”, Numeri 6 : 24 – 26. Dat is een zegen voor het individu, maar ook voor de gemeenschap als geheel. En jawel, ook liet God een heel volk cq. land zegenen, door de onwillige profeet Bileam, toen deze het volk Israël zegende, zie daarvoor Numeri 22. En is het niet zo dat alle volken en naties zijn gezegend in Abraham, Genesis 18 en 22. Maar wat is in dit alles nu de gemene deler, juist het is de Here die zegent. Ookal wensen wij elkaar de zegen toe, ookal spreekt de Dominee de zegen uit over jou, de gemeente of zelfs het hele land. Hij, God is de eigenaar van de zegen. Hij bepaald wie Hij zegent, want Hij alleen beschikt over de zegen. Het is dus niet zo dat wanneer je maar heel veel goeds doet, je wel de zegen hebt verdient. De zegen is geen zegeltjeskaart die uitkeert als de kaart vol is. Maar het is wel zo dat je ook de ander dan zegent als jij gezegend bent. De zegen geef je door. Jezus leert ons dat zelf in de zogenaamde Bergrede, Mattheus 5. En tenslotte roept Paulus in navolging van zijn Heer ons in Galaten 6 : 10 op; “Laten we dus, in de tijd die ons nog rest, voor iedereen het goede doen, vooral voor onze geloofsgenoten”. Dat wil dus ook zeggen laten wij elkaar zegenen, want dat is het beste wat je te geven hebt. De zegen van de Heer toewensen, toebidden aan de ander. En God bepaald dan wel of Hij die zegen ook geeft, want Hij kent het hart, Lucas 16 : 15.

De Zegen.
Maar wat houdt die zegen nu dan in? Het bovengenoemde lied roept ons op om onze zegeningen te tellen, maar wat zijn nu zegeningen? Er zijn van die welvaartsprofeten, zoals Joseph Prince, die beweren dat de zegen van de Heer, rijkdom, welvaart en succes is. Maar is dat ook zo. Laten we oppassen, er zijn vele broodprofeten, die de mensen naar de mond praten, die profeteren wat de mensen graag horen willen. In Koningen en Kronieken in de Bijbel, zijn daar treffende voorbeelden van te zien. In de tijd van Elia en Elisa. Zij waren profeten van de Heer, maar hadden niet altijd een mooie boodschap. De broodprofeten van Koning Achab wel. En dus werden Elia en Elisa niet gepruimd. ‘Geldt dit ook voor nu, dan’? Ja, ook nu wil men graag horen dat als je door God gezegend wordt, dat het dan heel goed met je zal gaan. Je ervaart welvaart en aanzien en succes. Maar als wij kijken naar, bijvoorbeeld Noord Korea, dan zullen de christenen daar weinig van dergelijke dingen merken. En ook in de rest van de wereld zijn er vele gelovigen die vervolging, uitsluiting en tegenwerking ervaren. Wie de Bergrede leest ziet dat dit niet onverwacht is. Jezus spreekt hier al van. En toch kunnen deze mensen de zegen van de Heer heel intens ervaren. Hoe kan dat? Allereerst moeten we constateren dat de zegen niet in eerste instantie materieel is. Je kan je rijkdom, je succes, je aanzien als een zegen van God ervaren, zeker dat ontken ik niet. Maar rijkdom en succes en aanzien op zich behoeven geen zegen te zijn, ze kunnen ook een struikelblok zijn. Denk maar eens aan de gelijkenis van Jezus over de Rijke en de arme Lazarus, Lucas 16 : 19 t/m 31. Nee, de gelovige zal alles wat Hij uit Gods hand ontvangt als een zegen zien. Maar de belangrijkste zegen is niet materieel of stoffelijk van aard. Kijk maar naar de tekst van de zegen uit Numeri 6. De grootste zegen is dat de ogen van de Heer op je zijn. Hij is met je dag en nacht. Hij is in je, in je hoofd en in je hart. Hij is met je voor altijd; “Ik zal niet van je zijde wijken en je niet verlaten”, Jozua 1 : 5. En ook Jezus Christus Gods Zoon beloofd dat; “Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld”. Zo kunnen christenen in Noord Korea de aanwezigheid van God en dus Zijn zegen ervaren. Zo konden de christenen in de eerste drie eeuwen in het Romeinse rijk, tijdens vervolgingen, in de arena psalmen zingen terwijl ze voor de leeuwen werden geworpen. Omdat ze de nabijheid van hun Heer ervaarden. En zo mogen wij in deze moeilijke tijden van de pandemie de zegen van de Heer ervaren, doordat we Zijn nabijheid mogen ervaren. Dat geeft troost en kracht. Hij is erbij. Hij wijkt niet van mijn zijde. Zijn oog rust op mij, Hij ziet mijn angst, mijn lijden en pijn. Hij behoedt mij en vervult mij met een vrede, die ongekend is. De vrede van de wetenschap dat mijn leven rust in Zijn liefdevolle Vader hand. Zo kan je je gezegend voelen.

De Gezegende.
‘Maar geldt dit ook voor mij ? Ik verdien dat niet, denk ik’. Nee, dat klopt dat verdien je niet. Gods zegen is onlosmakelijk verbonden met Zijn genade. En Gods genade is naar ons toegekomen door Zijn Zoon onze Here Jezus Christus. Hij heeft het weer goed gemaakt tussen Zijn Vader en ons. De zegen van de Heer is onlosmakelijk verbonden aan de Heer. Aan Jezus Christus. Alleen zij die oprecht in Hem geloven, Hem aannemen als hun Heer en Redder, ontvangen de gunstbewijzen van de Heer, de zegen van de Heer. Niet omdat zij dat verdienen, maar omdat Hij hen dat wil schenken om Christus wil. De zegen is een liefdesgeschenk dat God schenkt aan hen die in een levende relatie met Hem leven. Die leven zoals Hij het graag wil. Die leven met Zijn Zoon. In hen wil Hij met Zijn Geest wonen. En dat is al een zegen op zichzelf. Is dat zo bij jou? Leef jij met Christus of beter leeft Christus in jou door Zijn Geest? Gefeliciteerd als dat zo is, dan ben je gezegend. Ookal heb je misschien niets en tel je in de wereld niet mee. In het Koninkrijk van de hemel tel je dan wel degelijk mee. En je hebt daar een schat van onschatbare waarde. De vergeving van de zonde en het eeuwige leven. Maar die zegen die je dan ontvangen hebt komt ook met een verantwoordelijkheid en een opdracht. Van jou wordt verwacht dat je nu ook een zegen voor een ander zult zijn. ‘Maar kan ik dat wel’? Ja, want dat heeft Jezus zelf beloofd in Johannes 4 : 14, “Maar wie het water drinkt dat Ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen. Het water dat ik geef, zal in hem een bron worden waaruit water opwelt dat eeuwig leven geeft”. Wanneer jij van dat water van Gods liefde in Zijn Zoon drinkt, -Jezus zelf is het levende water-, dan zul je overlopen van liefde voor de ander. Dan wordt je een zegen voor de ander. En laten we dan elkaar die zegen toewensen; “De zegen van God wens ik jou toe, weet dat Hij jou nooit verlaat. De zegen van God blijft bij jou, overal waar je gaat. Vrede voor jou en Zijn hand op jouw leven. Liefde en vreugde zal Hij aan je geven”, Lied 487 uit de bundel; Op Toon Hoogte. Dat is het beste wat ik je kan toewensen.
F.L.

 

Afdrukken E-mailadres

Als je iemand wilt laten zien dat je om hem geeft, geef hem dan je tijd.