avondmaalstel.jpg

Pastoralia

Pastoralia 114: Hoop gloort, de redding is nabij.

Bijbeltekst: Exodus 14.

Als de nood het hoogst is is de redding nabij, luidt een gezegde. Maar daar lijkt het niet echt op, toch? Naast de verlenging van de harde lockdown, hangt ons nu een avondklok boven het hoofd. In plaats van beter wordt het voor je gevoel juist slechter. Hoezo, redding nabij ? Je hebt misschien de neiging de moed op te geven. Misschien wordt het wel nooit meer beter. Maar is dat zo? Laten we daar eens samen over nadenken.

Reddeloos?
De nacht is het donkerst vlak voor het aanbreken van de morgen. Dat is niet alleen een cliché, het is ook waar. Zelf waar te nemen. Als je denkt er valt niets meer aan te redden, als je de hoop dreigt te verliezen, zie daar daagt de oplossing. Zo is het ook met het volk Israël in onze Bijbeltekst. Ze staan aan de oever van de Riet zee. Ze waren uit Egypte getrokken vol goede moed en enthousiast. De Egyptenaren hadden hen zelfs huisraad, vee en kostbaarheden mee gegeven. Maar nu staan ze voor de zee en het leger van Farao is tegen hen opgetrokken en achtervolgd hen. Ze kunnen geen kant op, voor hen de zee, achter hen de vijand. De paniek slaat toe. Ze beginnen te morren tegen Mozes, “waren er soms in Egypte geen graven, dat u ons hebt meegenomen om in de woestijn te sterven? ”, vers 11. En zeg nou zelf als jij in die situatie zou zijn geweest, dan was zo’n reactie toch heel menselijk en heel begrijpelijk, toch? En ook nu zijn er in het leven van mensen tal van zaken die ons dat gevoel van reddeloosheid kunnen geven. Je zit misschien tot over je oren in de schulden. Je probeert kost wat het kost je hoofd boven water te houden. Het ene gat met het andere vullend, de ene lening proberen af te lossen door een andere aan te gaan. Maar toch, je voelt zelf wel aan dat het niet echt helpt. Langzaam begin je de grip op de situatie te verliezen. Of je hebt een arbeidsconflict. Jarenlang heb je jezelf ingezet voor het bedrijf. Vele overuren gemaakt. De functioneringsgesprekken waren altijd goed. En dan word je zomaar aan de kant gezet. Je pikt het niet en je gaat in verzet. Je bijt je vast in je gelijk. Maar je voelt dat je steeds minder houvast overhoudt. Dan kan de vraag zomaar opkomen, is God er niet? Luistert Hij niet naar mij? Waarom helpt Hij mij niet? Je voelt je langzaam afglijden naar de afgrond. Je kunt geen kant meer op, denk je. Maar klopt dit ook? Meestal komt dat gevoel van reddeloosheid doordat we onszelf blind staren op de omstandigheden. Dat is menselijk en ook begrijpelijk, maar niet verstandig. God zegt dat ook tegen Mozes en als je dat leest en op je laat inwerken, dan komt dat rauw over. “De Heer zei tegen Mozes: ‘Waarom roep je mij te hulp? Zeg tegen de Israëlieten dat ze verder trekken”, vers 15. ‘Wat nu’ ? ‘Hoe dan’ ? De zee ligt voor hen. Dit antwoord van God geeft ons een les. Zie niet op wat er voor je is, maar neem de volgende stap in vertrouwen op Hem. Er is een oplossing, altijd, maar je moet er op vertrouwen en het kan pijn doen. Je moet namelijk toegeven dat je het zelf niet kunt. Dat is moeilijk voor ons mensen, zeker voor autonoom denkende westerse mensen van onze tijd. Neem een stap terug. Verleg je focus. Bekijk het met de ogen van de Heer. En de redding, de oplossing is nabij.

De Redding.
En dan komt de oplossing van God. “Jij moet je staf geheven houden boven de zee en zo zal het water splijten, zodat de Israëlieten dwars door de zee kunnen gaan, over droog land”, vers 16. Daar hadden ze nooit aan gedacht. En laten we eerlijk zijn, wij ook niet. Maar voor God is niets onmogelijk. ‘Ja, maar dit is toch een mythe, toch niet echt gebeurd, toch?’, hoor ik je zeggen. Ten eerste er zijn inmiddels de nodige aanwijzingen gevonden door geologen en archeologen, die de mogelijkheid dat dit echt is gebeurd aantonen. Maar het voert nu te ver daar hier op in te gaan. Ten tweede zelfs mythen hebben een kern van waarheid en kunnen een waardevolle les zijn. Hoe dan ook, Gods woord zegt ons dat Hij zo de Israëlieten redde. Dat leert ons ook dat dit mogelijk is in andere situaties. Als je in schulden zit, vraag hulp, blijf niet aanmodderen. Of als je in een arbeidsconflict zit, doe een stap terug en vraag hulp om er een goede afvloeiregeling uit te slepen. Dat geeft rust. Doet het pijn? Vast wel, je moet soms iets opgeven. Dan denk ik ook aan die soldaat in de Eerste Wereldoorlog. Hij was met zijn arm vast komen te zitten, midden in het schootsveld tussen de loopgraven. Hij had een keus, of sterven, of zijn arm amputeren en verder leven. Hij koos voor het laatste. Daardoor verloor hij zijn arm, maar behield het leven en hij kon bovendien terug naar huis naar zijn geliefden. Zo is het ook met ons mensen. Wij zijn ten doden opgeschreven door onze zonden. We hebben een keuze, of je belijdt je zonden, vraagt om vergeving en je zult gered worden, of je blijft in je zonden en dan is de eeuwige dood de onvermijdelijk uitkomst. Gaat dat zonder pijn? Nee, je moet allereerst erkennen dat je een zondaar bent, die de dood schuldig is. En dat is moeilijk, zeker voor de moderne mens, die God niet nodig denkt te hebben. Het leven is maakbaar en de mens is autonoom degene die dat vorm geeft. Maar zo is het niet, dat heeft de Covid19 crisis ons wel geleerd. Daarnaast moet je met zondigen ophouden. Dat betekent niet meer de pleziertjes van weleer. Dat betekent strijd om niet meer terug te vallen. Die strijd lijkt veel op de strijd van een ex-verslaafde die niet wil terugvallen. Misschien heeft hij hulp van AA of van lotgenoten. Wij kunnen hulp verwachten van de Heer. ‘O, ja, en de Israëlieten dan? Zei de Heer niet; waarom kom je vragen om mijn hulp’? God zei dat, omdat Hij vertrouwen van hen verlangde. Wie op de Heer vertrouwt krijgt hulp.

De Redder.
Maar wie redde de Israëlieten? Niet Mozes, want ook hij had nooit aan deze oplossing gedacht. Het was God zelf. En terwijl de Israëlieten door de zee trokken, stelde de Engel van God zich achter hen op en de wolkkolom, waarin God zelf meereisde en zij hielden zo Farao op afstand, vers 19 van Exodus 14. Toen de Israëlieten aan de overkant waren, rekende God zelf met de legers van Farao af. Zo is Hij. Als Hij verlost doet Hij dat volkomen. Wie Zijn volk bedreigt krijgt met Hem te maken. En dat geldt vandaag nog steeds. Wie de kinderen van God bedreigt krijgt met Hem te maken. Misschien zie je daar nu nog niets van, zeker als je de lijst van Open Doors bekijkt, waarin de vervolging van christenen wordt opgesomd. Maar eens zal Hij afrekening houden en wee hem, die dan valt in de handen van het Lam, de Leeuw van Juda. Dus heb je het moeilijk? Richt je tot Hem. Tot Hem die jou redden kan. Zijn naam is Jezus. Die naam betekent; de Here redt. Hij heeft met Zijn enig en unieke offer aan het kruis betaald voor onze zonden. En wanneer je Hem aanvaard als jouw Heer en Redder, dan ben je gered. Dan heb je eeuwig leven, zelfs als je hier op aarde sterft. Jezus heeft dat zelf beloofd. Jezus zei: “Ik ben de opstanding en het leven. Wie in mij gelooft zal leven, ook wanneer hij sterft en een ieder die leeft en in mij gelooft zal nooit sterven”, Johannes 11 : 25 en 26. Soms zijn mensen ziek en bidden om genezing. Maar sterven dan toch. Heeft God hun gebed dan wel gehoord, verhoord? Ja, Hij gaf hen het beste wat Hij kon geven, het eeuwige leven in Zijn nabijheid, zonder ziekte of pijn. Dat is een volkomen genezing, ookal is die anders dan wij verwacht hadden. Doet dat pijn? Ja, natuurlijk, we lijden dan verlies, dat doet zeer. En toch is dat dan het beste. En ook hier verlost God volkomen. Want Hij heeft met de ergste vijand, de dood, zelf volkomen afgerekend, door Christus. Dus “Als ‘g in nood gezeten, geen uitkomst ziet/ Wil dan nooit vergeten, God verlaat u niet/Vrees toch geen nood/’s Heren trouw is groot/En op ’t nachtelijk duister, volgt het morgenrood/schoon stormen woeden, ducht toch geen kwaad/ God zal u behoeden, uw toeverlaat”. ( Lied 7 zangbundel: Johannes de Heer). Dat vertrouwen wens en bid ik uw toe. In die hoop kunnen we verder!
F.L.

 

Afdrukken E-mailadres

Als je iemand wilt laten zien dat je om hem geeft, geef hem dan je tijd.