kerkplein.jpg

Pastoralia

Pastoralia 100: Tijd voor Christelijke hygiene.

Bijbeltekst: Jakobus 3 : 3 t/m 12.
Houdt u zich keurig aan de 1,5 meter afstand ? En wast u uw handen regelmatig ? Niest of hoest u in uw elleboog ? Of neemt u het niet zo nauw ? Vindt u het beperkende maatregelen en betutteling ? Toch zijn ze van levensbelang. Er hangen letterlijk levens van af. Wat zegt de Bijbel hierover ? Hoe moeten we hier mee omgaan ?

Tempel van de Heer.
Vorige Pastoralia zagen we dat we een geestelijke tempel samen vormen. Maar het gaat nog een stapje verder. Paulus schrijft in 1 Korintiërs 6 : 19; “Of weet u niet dat uw lichaam een tempel is van de heilige Geest, die in u woont en die u ontvangen hebt van God, en weet u niet dat u niet van uzelf bent?” Omdat de heilige Geest woont in de kinderen van God. Die door Jezus Christus zijn vrijgekocht met Zijn kostbaar bloed, is je lichaam een tempel van de Geest geworden. Daar moet je dan ook zorgvuldig mee omgaan. Net als met het gebouw, de Tempel in Jeruzalem, zegt Paulus eigenlijk. Nu gaat het in 1 Korintiërs 6 over ontucht, maar het houdt veel meer in. Je moet de tempel van je lichaam rein bewaren, schoon houden. Dat betekent ook dat je goed voor je lichaam zorgt. Dat je hygiënisch bent op je lichaam. Dat je dus ook aan de hygiëne regels van de Coronamaatregelen houdt. ‘Waarom, het is toch mijn eigen lichaam?’ In de Heidelbergse catechismus staat, in vraag en antwoord 105, de behandeling van het zesde gebod. Daarin staat; “Ook mag ik mijzelf geen letsel toebrengen, evenmin mag ik mijzelf moedwillig in gevaar begeven.” Dat staat bij de uitleg van het zesde gebod; Gij zult niet doodslaan. Zo ernstig is het dus wanneer je jezelf moedwillig in gevaar brengt doordat je de Coronaregels niet in acht neemt. Je kunt heel erg ziek worden als je wordt besmet, ja, je kunt er zelfs aan sterven. Daarom is het zuivere tempeldienst wanneer je je keurig aan de voorschriften houdt. En dat niet alleen maar voor jezelf. Je moet dat ook doen voor de ander. Want ook hij of zij is een tempel van de heilige Geest. En bij die zelfde Zondag uit de Heidelbergse catechismus, Zondag 40, staat ook vraag en antwoordt 107, waarin staat; “Hij ( God ) gebiedt dat wij onze naaste liefhebben als onszelf…….zijn schade zoveel mogelijk voorkomen”. Wanneer je jezelf liefhebt en weet wat je zelf graag zou willen dat men jou doet. Dan doe je dat ook voor je naaste. Je moet zijn schade zoveel mogelijk voorkomen. En in deze tijd betekent dit, dat je je aan de Coronaregels houdt. Want doe je dat niet dan kan dat betekenen dat je de ander besmet. Die dan erg ziek kan worden, ja zelfs kan sterven. Vandaar dat ook dit antwoord in de behandeling thuis hoort van het zesde gebod. Dus vooral nu is het tijd voor Christelijke hygiëne. Daarmee dien je de ander en eer je God, de Schepper van het leven. Dat is zuivere, echte tempeldienst. Dan gedraag je je als een priester, een dienaar van de Heer. Dan bescherm je jezelf én de ander, de naaste. Zo ziet God dat graag, omzien naar elkaar en voor elkaar zorgen. Met daden en met woorden.

Klein, maar niet fijn.
Ook met woorden. Ja, dat is misschien nog wel een stuk moeilijker. Wij moeten op onze woorden letten. Jakobus waarschuwt ons daarvoor in onze Bijbeltekst. Hij wijst ons op de zonde van de tong. Dat is een klein orgaan in ons menselijk lichaam, maar een gevaarlijk orgaan. Zoals we aan lichaamshygiëne moeten doen, zo moeten we ook aan mondhygiëne doen. En dan bedoel ik niet alleen maar tandenpoetsen. Ik bedoel daarmee ook wat en hoe wij spreken. Ook onze Heer Jezus Christus was daar heel duidelijk in. In Mattheüs legt ook Hij hierin het verband met het zesde gebod. Wanneer je het volgende doet; “En Ik zeg zelfs: ieder die in woede tegen een broeder of zuster tekeer gaat , zal zich moeten verantwoorden voor het gerecht. Wie tegen hen “Nietsnut!” zegt, zal zich moeten verantwoorden voor het Sanhedrin. Wie “Dwaas!” zegt zal voor het vuur van de Gehenna komen te staan”, Mattheüs 5 : 22. Dat is nogal wat ! Maar het komt overéén met wat Jakobus schrijft in vers 9 van onze Bijbeltekst; “Met de tong zegenen we onze Heer en Vader en we vervloeken er mensen mee die God heeft geschapen als Zijn evenbeeld”. En dat kan en mag niet! Let vooral op die veelzeggende toevoeging; die God geschapen heeft als Zijn evenbeeld. Dus wanneer je een ander Nietsnut, Dwaas noemt of de ander vervloekt dat zeg je dat tegen een evenbeeld van God en dus eigenlijk ook tegen God zelf. Daarom is die tong, een vlijmscherp orgaan, gevaarlijk. Jakobus vergelijkt de tong met een vlam, die een vuur aansteekt. En we hebben gezien, op de televisie bijvoorbeeld, wat zo’n vlammetje kan doen. Het is maar een klein vlammetje, maar het kan een enorme bosbrand, een enorme vuurzee veroorzaken. Een regelrechte ramp, die vele levens op het spel zet en het bestaan van mensen bedreigt en aantast. Daarom staat dit in verband met het zesde gebod. Jakobus zegt verder; “Onze tong is net zo’n vlam: een wereld van onrecht, die onze lichaamsdelen in brand steekt. Want hij besmet het hele lichaam, hij steekt het rad van het leven in brand, met vuur uit de Gehenna”, vers 6. Dat verlangt even een toelichting. Heeft Jakobus het nu over ons eigen fysieke lichaam ? Ja en nee. Allereerst zullen we, zo zei Jezus in Mattheüs 5, voor het vuur van de Gehenna komen te staan. Maar het zegt ook nog iets anders. In de Bijbel wordt de gemeente van God ook wel het lichaam van Christus genoemd. Roddelen en achterklap, laster, schelden en smaden, schaden het lichaam van Christus. En dat zijn wij. Het schaadt dus de Geestelijke Tempel van de Heer. Maar het schaadt ook de tempel van de Geest, jouw lichaam dus. Want het is zonde en zonde tast jouw leven aan. Daarom is mondhygiëne zo belangrijk. En niet alleen voor jezelf. Ook nu weer geldt dat je de schade voor de ander zoveel mogelijk moet voorkomen. Dus je spreekt alleen goed over de ander, of je houdt gewoon je mond. En wanneer je kritiek hebt, heb het dan alleen over de zaak en speel nooit op de man of vrouw. Want karaktermoord is ook moord in de ogen van de Heer. En heeft Jezus ons zelf niet geleerd dat je de Zonde – zaken waar je kritiek op kunt hebben- moet haten, maar de Zondaar moet liefhebben ? Houdt dus je tong in toom, want hij is wel klein, maar niet fijn. Een goede mondhygiëne is dus een vereiste van levensbelang.

Woorden als van God.
Maar hoe kunnen wij onze tong in bedwang houden ? Petrus geeft daar een goede raad voor. “Voert u het woord, laat dan Gods woorden doorklinken in wat u zegt”, 1 Petrus 4 : 11a. Zo kan je je tong in bedwang houden. ‘Maar wat voor woorden zijn dat dan?’ Kijk naar onze Heer, Gods Zoon. Hij sprak woorden van vertroosting, bemoediging. Hij spoorde mensen aan. Beurde ze op. Motiveerde hen. En dan is er nog een gouden regel. Spreek nooit over anderen, maar met anderen. Het is gemakkelijk om allerlei verhalen over een ander rond te vertellen, of ze nu waar zijn of aangedikt of zelfs gedeeltelijk verzonnen. Want waarom doen mensen dat? Uit medeleven ? Veelal doen ze het uit sensatiezucht of om te laten zien dat zij ook iets weten en kunnen bijdragen aan het gesprek. Iedereen maakt zich daar wel eens schuldig aan, soms met de beste bedoelingen, u en ik evenzo. Maar draagt het bij aan het helpen van je naaste? Want in hetzelfde vers legt Petrus daar meteen een link mee, 1 Petrus 4 : 11b luidt; “Helpt u anderen, doe dat dan vanuit de kracht die God u geeft.” Nu één ding is duidelijk; roddelen helpt de ander niet. Maar wel woorden van troost, bemoediging, waardering. Waardering voor wie je bent en voor wat je doet. Dat zegt eigenlijk tegen de ander; ik heb je gezien, ik heb je gehoord, ik ben blij dat je er bent. En dat is wat onze Heer Jezus deed en wil dat wij doen. Dus spreek niet over anderen, maar met anderen. Ga niet vertellen aan iedereen die je kent; nou, die en die heeft ook Corona gehad en…… Maar vraag aan die ander; wat kan ik voor je doen? Dat is werken in de kracht van God. Namelijk de kracht van de liefde. Dat bouwt het lichaam van Christus op. Daar wordt iedereen beter van. Dat is omzien naar elkaar. Dat is de eer en goede naam van mijn naaste zoveel mogelijk verdedigen en bevorderen, Heidelbergse catechismus, Zondag 42. Dat is zuivere, echte tempeldienst, dat is liefdedienst. En dan mogen we de zegen van onze Heer verwachten. “Op Sions berg gebiedt de Heer de zegen, daar wordt genade en vrede rijk verkregen, het leven tot in eeuwigheid”, Psalm 133 : 3 ( berijmd ). Er hangt dus nogal wat vanaf. Van een goede christelijke hygiëne, niet maar ons leven nu, maar ons leven tot in eeuwigheid.
F.L.

Afdrukken E-mailadres

God bestaat echt hoor!
Ik heb hem vanochtend nog gesproken!