orgel.jpg

Pastoralia

Pastoralia 80: Hij voor Mij, Hij sprong in de bres !

Is het u ook wel eens overkomen, dat er iemand voor u in de bres sprong ? Iemand verdedigde u omdat u de schuld kreeg van iets dat u niet gedaan had. Dat voelde zeker wel goed ? Maar is het u ook wel eens overkomen dat iemand het voor u opnam, terwijl u er stiekem wel schuld aan had ? U was wel degene die het had gedaan ? Hoe voelde u zich toen? Ik kan me voorstellen dat u zich niet oké voelde, dat u zich zelf dubbel schuldig voelde. Hoe zit dat nu met Jezus ? Hij sprong in de bres voor ons ! En dat kostte Hem wat, Zijn leven kostte het Hem. Daarover gaat deze Pastoralia, naar aanleiding van Psalm 22.


De Kloof.
Een bres is een gat. Een gat in een vestingmuur bijvoorbeeld. Dat gat is ontstaan doordat de vijand constant met één of meer kanonnen op één plek van de muur geschoten heeft. Op een gegeven moment valt de muur daar in duigen. Dat is slechts een kwestie van tijd. En dan probeert de vijand de vesting binnen te dringen. Echter iemand, een bekwaam en moedig man, neemt het op tegen te vijand en gaat in die bres staan. Met zijn zwaard probeert hij de vijand tegen te houden. Dat deed Jezus. Hij sprong in de bres tussen God en mensen. Maar die bres is echter veel meer een kloof. Een onoverbrugbare kloof. Zoiets als de Grand Canyon. Breed en diep. En wat het ergste is, wij hebben die kloof zelf gecreëerd. De zondeval in het Paradijs. Toen waren we ongehoorzaam tegen God. Het was onze schuld. We hadden eeuwig met God kunnen leven en het had ons aan niets ontbroken. De Hof van Eden, was als een luilekkerland. Alles was daar aanwezig wat we nodig hadden. En we hoefden er niets voor te doen. Maar de vijand van God was daar ook aanwezig, Satan. En wij, wij kozen de kant van hem, de tegenstander van God, de vernietiger van de mens, de vorst van de duisternis, de heer van de leugen. En toen creëerden we zelf een diepe kloof tussen ons en God. Wij werden zondig en zondaren, de dragers van de dood. En Hij de levende en heilige God. Daarom stelde God twee engelen bij de ingang van het Paradijs om de Boom des Levens te bewaken. En God stuurde de mens uit het Paradijs. “Nu wil ik voorkomen dat hij ook van de levensboom plukt, want als hij die zou eten, zou hij eeuwig leven”, Genesis 3 : 22. Dank God dat Hij dit deed. Waarom ? Anders zouden we eeuwig in zonden hebben moeten leven. Daarmee beschermde Hij ons, er is een mogelijkheid tot genezing gebleven hierdoor. En tegelijkertijd beschermde Hij zichzelf, want zo kon het niet gebeuren dat Hij die zondige mens nog tegen kwam in de Hof. Wat ook weer een bescherming voor ons was, want dat zouden we niet hebben overleefd. Maar hoe nu verder ? Hoe kan de genezing worden aangebracht ? Hoe de dood en zijn heer, de Satan worden verslagen ?

 

De brug.
Om een kloof te overbruggen is een viaduct nodig. Die de ene zijde met de andere verbindt. Maar je kunt niet aan de ene kant afdalen, met een touw bijvoorbeeld, en dan aan de andere kant weer omhoog klimmen en zo de brug verankeren. Nee, de enige manier is om dat van uit de lucht te doen. Van boven dus. Dat geldt ook voor de overbrugging van de kloof tussen God en de mens. Dat kan alleen van boven af. Psalm 49 zegt; “Geen mens kan een ander vrijkopen, wat God vraagt voor een leven is niet te betalen. De prijs van het leven is te hoog, in eeuwigheid niet op te brengen. Onmogelijk dat iemand voor altijd zou leven, de kuil van het graf nooit zou zien”, vers 8 t/m 10. Waarom dan ? Omdat wij zonden hebben gedaan. En het gevolg van de zonde is de dood. Wij dragen de dood al in ons mee, al direct na onze geboorte. Eerst wordt het lichaam opgebouwd, maar dagelijks sterven er vele cellen af. En naar mate we ouder worden wordt dat alleen maar erger. Hoe zouden wij dan een ander kunnen vrijkopen ? Wij kunnen die brug niet bouwen. Daarvoor is iemand nodig die onaantastbaar is voor de dood. Die in de bres kan springen. Die het voor ons mensen op kan nemen. Maar dat is er maar één; God. Alleen God zelf kan dat doen. Alleen van bovenaf kan de brug, het viaduct, de verbinding worden aangebracht. En God de Zoon deed dat voor ons. Dat wilde Hij doen. Waarom ? “Want God had de wereld zo lief dat Hij zijn enige Zoon heeft gegeven , opdat iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft”, Johannes 3 : 16. Gods liefde is de reden. Maar die liefde heeft een prijs.

De Prijs.
Een prijs die wij niet kunnen betalen, zo zei Psalm 49 : 8 al. Maar er is iemand die voor ons in de bres springt. Jezus Christus! Hij betaalde de prijs. En die prijs was gruwelijk. ‘Ja, natuurlijk Hij hing aan een kruis’, zo hoor ik iemand zeggen. Ja, maar dat was niet het meest gruwelijke. Wat het ergste was was dat zijn Vader Hem links liet liggen. “Mijn God, mijn God waarom hebt u mij verlaten ? U blijft ver weg en redt mij niet, ook al schreeuw ik het uit”. Psalm 22 : 2. Dat is de hel ! De hel is de plaats waar God niet is. Drie uur lang verbleef Jezus daar. En weet je wij mensen hielpen Hem ook niet, integendeel zelfs. “Maar ik ben een worm en geen mens, door iedereen versmaad, bij het volk veracht. Allen die mij zien, bespotten mij, ze schudden meewarig het hoofd: ‘Wend je tot de Heer ! Laat Hij je verlossen, laat Hij je bevrijden, Hij houdt toch van je?”, Psalm 22 : 7 t/m 9. Maar juist Zijn Vader, Zijn Heer, Zijn God liet Hem links liggen. En wij ? Wij gaven Hem nog een trap na en bespotte Hem. Er is niets ergers en verachtelijkers dan iemand die al op de grond ligt en is uitgeschakeld na te trappen. Wij hebben nu dubbel schuld op ons geladen. Maar God zij dank, Jezus verdroeg dit alles. En na drie uren werd het weer licht. Jezus gaf Zijn leven voor ons. Hij was de brug tussen God en mens. Hij verbond ons weer met de Vader door Hem. En de prijs voor deze brug betaalde Hij met Zijn leven. En weet je dan gebeurd er het wonder. Hij legt niet alleen een nieuwe verbinding met God, nee, Hij verbind ons ook aan elkaar. Want ook de band tussen mensen onderling was verbroken. De zonde zorgde al meteen voor onenigheid onder de mensen. Ze stonden elkaar ook naar het leven. Het begon al met Kain en Abel. Broedermoord. En denk aan de vele oorlogen. Maar in Jezus is er nu ook een brug naar elkaar. “Prijst de Heer, de weg is open naar de Vader, naar elkaar”, Gezang 161 : 3 GK06. En dat mogen we ook telkens met elkaar vieren en herdenken in het Heilig Avondmaal. Wat een geschenk !

Het Geschenk.
Jezus betaalde de prijs. Hij sprong in de bres. Hij deed dat voor mij, voor u, voor jou. Hij werd door Zijn eigen Vader verlaten, genegeerd. Hij ging voor mij naar de Hel. Hij liet zich kapot maken voor ons. En daardoor overwon Hij de dood en versloeg Hij Satan. Wanneer je in Hem gelooft, dan ben je van dood en hel bevrijdt. Dan ben je van Satan bevrijdt. Dan krijg je het eeuwige leven, zegt Johannes 3 : 16. Jezus zorgde voor het geneesmiddel. “Maar hij was het die onze ziekte droeg, die ons lijden op zich nam”, Jesaja 53 : 4, En “Voor ons welzijn werd Hij getuchtigd, zijn striemen brachten ons genezing”, Jesaja 53 : 5. God de Vader zal ons nooit meer verlaten. Nee, “Hij veracht de zwakke niet, verafschuwt niet wie wordt vernederd, Hij wendt Zijn blik niet van hem af, maar hoort zijn hulp geroep”, Psalm 22 : 25. Want Christus heeft de prijs betaald en daardoor hebben wij vergeving van zonden en het eeuwige leven gekregen. Niet straks, maar nu al. Wij leven als bevrijden, bevrijdt van zonde, schuld en de heerschappij van de dood. Onze cellen sterven nog wel af, maar onze ziel niet. En straks zullen wij allen samen leven op de nieuwe Hemelaarde. Met een nieuw lichaam en een vernieuwde geest. Dat geschenk geeft Jezus Christus jou. Pak het aan !
F.L.

Afdrukken E-mailadres

Een gebed hoeft niet lang te zijn zolang het maar uit de grond van je hart komt.