bloemschikken.jpg

Pastoralia

Pastoralia 78: De felicitaties van de Heer.

Hebt u dat ook weleens meegemaakt, dat iemand u prees, misschien je moeder wel en dat je dan van schaamte wel door de grond zou willen zakken ? Misschien was dat wel omdat u de zaak veel mooier had voorgesteld dan het was, of dat u uw rol daarin veel belangrijker had gemaakt dan dat die in werkelijkheid was. Misschien had u een veel te grote broek aangetrokken en was uw aandeel helemaal niet zo groot of belangrijk. En claimde u iets waar u helemaal geen recht op had of aandeel aan had. Dat gevoel bekruipt mij ook wel eens als ik bepaalde Psalmen lees.

Beschamend.
Dat gevoel bekruipt mij een beetje als ik Psalm 32 lees. Daarin worden wij gefeliciteerd door God. “Gelukkig, - Gefeliciteerd- is de mens van wie de ontrouw wordt vergeven, van wie de zonden worden bedekt. Gelukkig,- gefeliciteerd- als de Heer zijn schuld niet telt als in zijn geest geen spoor van bedrog is”, vers 1 en 2. Voelt u dat ook? Voelt u ook nattigheid? Je wordt gefeliciteerd, gelukkig geprezen, maar wat er dan volgt ontmaskert je meteen. Het gaat over ontrouw, zonden, schuld en bedrog. Negatieve zaken. Je zou verwachten dat de Heer je zou gelukkig prijzen, zou feliciteren met iets positiefs. Zo van; dat heb je goed gedaan. Maar nee, je wordt gefeliciteerd wanneer je bepaalde dingen juist niet hebt gedaan. En let dan eens op, wie dit schrijft. Wie de dichter is van deze Psalm, juist David. Was er in zijn hart geen bedrog ? Had hij geen zonden gedaan ? Was hij altijd trouw geweest ? Nou, hij en wij ook, weten wel beter. Hij had overspel gepleegd met Bathseba, de vrouw van Uria. Die had hij niet alleen bedrogen, maar ook nog eens laten doden, door hem in de frontlinie te laten opstellen in de oorlog. Zo kon David aan de vrouw komen die hij begeerde. Waarom schreef hij dit dan toch? Juist omdat David dit weet, omdat hij weet wie hij is en wat hij gedaan heeft jubelt hij het uit. Hij wilde wel door de grond zakken toen hij werd ontmaskert door God, doormiddel van zijn profeet Nathan. In 2 Samuel 12 verhaalt de Bijbel over deze confrontatie. En als je je ogen sluit dan kan je bijna zien wat zich daar heeft afgespeeld in het paleis van David. Het zou te filmen zijn, wat een script zou dat zijn zeg. David dacht dat hij er mee weg gekomen was. Maar de Heer ziet en weet alles. En Hij gebruikt Davids zogenaamde koninklijke waardigheid om hem te ontmaskeren. David spreekt over zichzelf een oordeel uit zonder dat hij dat op dat moment beseft. Maar dan komt Nathan met zijn aanklacht. Je ziet hem zijn wijsvinger priemend naar David uitstrekken; “Die man, dat bent u!”, 2 Samuel 12 : 7. Je ziet David van kleur verschieten, lijk bleek wordt hij. Hij is ontdekt aan zijn zonde, aan zijn bedrog, aan zijn ontrouw aan Gods geboden. En hij weet dat hij gezondigd heeft tegen God, tegen Uria en ook tegen Bathseba. Maar natuurlijk wist hij dat al wel langer. Zijn omgang met de Heer werd er door bemoeilijkt. Hij voelde een barrière tussen hem en God.

Bevrijdend.
Kijk maar wat David in vers 3 en 4 schrijft, “Zolang ik zweeg, teerden mijn botten weg, kreunend leed ik de hele dag. Zwaar drukte Uw hand op mij, dag en nacht, mijn kracht smolt weg als in de zomerhitte”. Hij weet dat er iets staat tussen God en hem. Dat de vertrouwelijke omgang met zijn hemelse Vader verstoort is. Misschien liet hij het bidden wel achterwege, omdat hij bang was voor Gods reactie. Of omdat hij stoer vasthield aan zijn eigen gelijk. Kent u, ken jij dat ook ? Je durft haast niet te bidden, omdat je wel weet dat je fout zit, maar dat eigenlijk niet wilt toegeven ? Omdat je eigenlijk niet wilt loslaten? Maar dat knagend gevoel blijft. Je geweten blijft je lastig vallen. En de omgang met je Heer wordt stroef en misschien zelfs valt dat stil. Het ligt zwaar op je hart. Je piekert er over. Misschien zoek je wel een uitweg. Maar eigenlijk weet je ook wel dat dit onmogelijk is. “Hoe zou ik aan Uw aandacht ontsnappen, hoe aan Uw blikken ontkomen ? Klom ik op naar de hemel – U tref ik daar aan, lag ik neer in het dodenrijk – U bent daar. Al verhief ik mij op vleugels van de dageraad, al ging ik wonen voorbij de verste zee, ook daar zou Uw hand mij leiden, zou Uw rechterhand mij vasthouden”, Psalm 139 : 7 t/m 10. David wist dit ook. Hij vreesde de confrontatie met God en dook weg. Maar kijk dan eens wat er gebeurt. God laat het er niet bij zitten. Hij zoekt David op, doormiddel van Zijn profeet Nathan. Zoals God in het prille begin Adam opzocht nadat hij van de Boom van Kennis van Goed en Kwaad had gegeten. “Maar God, de Heer, riep de mens: Waar ben je?”, Genesis 3 : 9. En dat doet Hij ook in jouw leven. Hij blijft op de deur van je hart kloppen. Je eigen geweten blijft je aanklagen. Hij laat merken dat Hij er is. En dat doet Hij nu door Zijn heilige Geest die in ons woont. Die zorgt dat wij geen rust krijgen, voordat we het hebben goedgemaakt met onze Heer. En hoe doe je dat dan ? Door je zonden te belijden ! Dat doet David ook in deze Psalm; “Toen beleed ik U mijn zonde, ik dekte mijn schuld niet toe, ik zei: ‘Ik beken de Heer mijn ontrouw’- en U vergaf mij mijn zonde, mijn schuld”, vers 5. Daar waar hij zo tegen opzag, werkte bevrijdend. Er viel een loodzware last van zijn schouders. He, he, het is er uit. Nu kan je weer verder. Je ziet dit ook vaak bij misdadigers. Op het moment dat ze gaan bekennen werkt dat ook bevrijdend. Ze worden verlost van een enorme last. De last van een dubbel leven, de last van de angst voor ontdekking. De last van bedrog en leugen. En nu alles er uit is, nu kan de relatie vernieuwd worden. Ook wij zijn misdadigers. Wij overtraden Gods wet. ‘Want wie tegen één van deze geboden zondigt zondigt tegen de hele wet’, zegt Paulus. En wie van ons heeft er niet één van deze wetten overtreden. We staan naast David. En dat betekent dat het ook voor ons heilzaam is wanneer we onze zonden belijden. Alles open op tafel leggen bij God. Dat bevrijdt en weet je dat is wat de Heer graag wil. Dat je eerlijk bent, naar Hem en naar jezelf. O, Hij weet al lang wat je hebt gedaan, gezegd of zelfs gedacht. Dus maak jezelf maar geen illusies God weet en ziet alles. Hij weet het zelfs al voor dat jij het gedacht, gezegd of gedaan hebt. Maar Hij ziet graag dat je dat zelf naar Hem erkent en vertelt. Dat je met open vizier Hem tegemoet treed. Dat je je hart voor Hem opent. Griezelig, spannend, eng ? Zeker, maar vele malen beter dan het doodse zwijgen. Want de waarheid bevrijdt.

BeGeestert.
En als je dan open alles voor God hebt neergelegd, dan geeft Hij zijn vergeving. Krijg je dan geen straf ? David kreeg wel straf van God. Maar Hij aanvaarde dat, omdat hij wist dat hij het verdiende. Dat was geen malse straf, zijn pasgeboren kind met Bathseba overleed. Maar toch jubelt hij het uit. “Gelukkig de mens…” en hij voegt er aan toe; “Bij U ben ik veilig, U behoedt mij in nood en omringd mij met gejuich van bevrijding”, vers 7. Ondanks de straf, weet hij bij God ben ik veilig. De straf was mijn schuld. Die heb ik verdiend. Maar de weg naar mijn Heer is weer open. En met Hem kan ik daardoor weer verder. Heeft mijn leven weer perspectief. En hij eindigt zijn Psalm met “Een slecht mens heeft veel leed te verduren, maar wie op de Heer vertrouwt wordt met liefde omringd. Verheug u in de Heer, rechtvaardigen, en juich, zing het uit, allen die oprecht zijn van hart”, vers 10 en 11. David kan jubelen. Kan jij dat ook ? Wanneer je je zonden hebt beleden en de Heer om vergeving hebt gevraagd, dan zal Hij je vergeven. Bovendien heeft Hij, Jezus Christus, de straf voor ons, voor jou, reeds gedragen. Vraag Hem dan om Zijn Geest en de heilige Geest zal dan in je komen wonen. Hij zal je leven schoon maken. En zorgen dat het goed blijft tussen jou en je Heer. Je zult dan een begeestert leven leiden. Tot eer van Hem en ten goede van je naaste. Je hebt niet alleen nieuw perspectief, maar je zult tot zegen zijn voor anderen. Want Hij heeft jou bevrijdt van zonde en schuld en wil jou Zijn zegen geven. Dan geeft Hij jou inzicht en wijst de weg die je moet gaan, Hij geeft raad, op jou rust Zijn oog. ( naar vers 8, Psalm 32). Ik wens je een begeestert leven toe, dan ben je te feliciteren!
F.L.

Afdrukken E-mailadres

In iets anders geloven dan jezelf vereist een zekere moed. Toch kunnen de mensen die vertrouwen op God je vertellen dat je juist door op Hem te bouwen meer moed en vrede in je hart zult vinden.