collectetafel.jpg

Pastoralia

We gaan niet zomaar voor goud!

Gaan voor Goud! Dat hebben we de afgelopen weken gezien op de Olympische Spelen. En velen van ons hebben daarvan genoten. Maar dat gaan voor goud gaat niet zomaar. Dat betekent uren, maanden en jaren van intensief trainen. Oefenen, oefenen en nog eens oefenen, net zo lang tot het zo perfect mogelijk is. Daarnaast moeten de sporters zich ook van alles ontzeggen, bepaald eten, alcohol, feestjes, en ga zo maar door. Het komt ze niet aanwaaien. Ook blijkt vaak dat de rol van coaches, trainers, mede teamleden en niet te vergeten het thuisfront uiterst belangrijk is. Zonder hun support komen ze er niet.
Paulus gebruikt dit beeld ook in de Bijbel. In Hebreeën 12 : 1 heeft hij het over een wedstrijd. Petrus roept ons ook op te gaan voor goud, voor de krans van de luister, die nooit verwelkt, 1 Petrus 5 : 4. En Paulus spreekt over zo’n zelfde erekrans. “Maar ik heb de goede strijd gestreden, de wedloop volbracht, het geloof behouden. Nu wacht mij de krans van de gerechtigheid die de Heer, de rechtvaardige rechter, aan mij zal geven op de grote dag; en niet alleen aan mij, maar aan allen die naar zijn komst hebben uitgezien”, 2 Timotheüs 4 : 7 en 8. Dus volhouden ! Want dat wilt u / jij toch ook ?

Maar dat kan ik niet alleen, zult u misschien zeggen. Dat weet Paulus ook, daarom spreekt hij ook van de vele geloofshelden in Hebreeën 11. Zij staan aan te moedigen. Zoals de supporters op de tribunes in Rio de Janeiro. Daarom hebben we een supportgroep nodig. En daarvoor heeft God in Zijn wijsheid de Kerk gegeven. Dat is de gemeenschap van Zijn kinderen. Kinderen van één Vader. “En wanneer wij geloven dat je allemaal kinderen bent van één Vader, moet je ook broers en zussen willen worden”. Ik vond deze mooie gedachte in Aslander (dl 1 ) van Rien van den Berg. Wilt u dat ? Broers en zussen worden van elkaar ?
Dat is nodig. Want we hebben elkaar nodig. Wij zijn sociale wezens. Wij hebben anderen nodig. Een mens wordt pas echt mens in de gemeenschap met andere mensen. Dat geldt voor elk mens, dat geldt ook voor Christenen. Zo heeft God ons ook geschapen. Hij is een God van relaties. Dat begint al in het begin van de Bijbel, Genesis 2 : 8; “God, de Heer, dacht: Het is niet goed dat de mens alleen is, ik zal een helper voor hem maken die bij hem past”.
Is het niet prachtig ?! God vindt het niet goed dat de mens alleen is. Hij heeft anderen nodig. Anderen die hem helpen. Dat gold natuurlijk allereerst voor Adam. Hij kreeg een vrouw. Maar dat geldt niet minder voor ons allemaal. God is een God van Relaties. Hij heeft dat zelfs zelf bedacht in Zijn goddelijke wijsheid. Maar waarom eigenlijk ?

Nu niet om de reden dat we het dan gezellig met elkaar hebben. Aslander zegt ook; “En je weet ook dat niemand zo goed ruziemaken als broers en zussen”. Dus zo gezellig is het niet altijd. Maar daar gaat het dan ook niet in wezen om. Maar waarom dan wel ?
Daar geeft Genesis 2 : 8 ook een aanwijzing voor. Om hulp ! Maar welke hulp dan ?

Ik geef enkele voorbeelden en ik heb niet de illusie compleet te zijn.

Je dreigt te verslappen in je kerkgang, zonder daar geldige redenen voor te hebben. Je geloofsleven zakt af naar een laag pitje. Om met het beeld van Paulus te spreken, je verslapt in de wedloop, je blijft beuzelen langs de baan, je laat het er bij zitten. Dan is het goed wanneer je een helper hebt, een coach, een vriend, een broer of zus in de Here, die je oppept en aanspoort. Die je weer motiveert en stimuleert.

Of je begeeft je op het pad van feestjes en werelds vertier. Waar je vol raakt van de alcohol, in plaats van de Geest. Je stevent gestaag en met grote snelheid af op de afgrond. Om weer met Paulus’ beeld te spreken, je vliegt de baan uit en dreigt gediskwalificeerd te raken en daardoor strand je in het zicht van de haven. Wat goed dan dat er een coach, een vriend, een broer of zus in de Here is die je weer op het rechte pad brengt, je weer in de baan brengt voor goud. Yuri van Gelder leek zo’n vriend te moeten missen op de Olympische Spelen en zie eens wat daar van terecht kwam. Dat kan ook ons overkomen in onze wedloop van het Leven met de Here, als we aan onszelf worden overgelaten. Maar God zij dank, Hij heeft ons een supportgroep gegeven. Zo zorgt God voor ons. Hij zet helpers op onze weg.

Nu denkt u meteen waarschijnlijk, Ouderlingen en Diakenen. Op zich niet onjuist, maar.

U en jij hebt het Ambt van de Gelovigen. Dat ontslaat je niet van je taak. Je ziet als broer of zus om naar hen die om jou heen staan. Je helpt ze daar waar nodig en op de wijze die dan vereist wordt door de situatie. Maar altijd in liefde. En met altijd in je achterhoofd dat jijzelf ook niet perfect bent en zonde doet. En weet je, daarom heeft de Kerk ook het Bijzondere Ambt. De Ouderlingen zien toe op ons geloofsleven. Ze zijn om zo te zeggen een hulp waar hij of zij, die het Ambt van de Gelovigen hebben, op kunnen terugvallen. Dat wordt heel mooi duidelijk in Matteüs 18 : 15 t/m 17. Daarnaast staan er ook voldoende verzen in de Bijbel over andere hulp. Een zeer indringend gedeelte staat in Matteüs 25 : 31 t/m 46. Dat geldt voor ons allemaal. Maar misschien vindt u / jij dat moeilijk, weet je niet hoe je dat moet aanpakken, waar je beginnen moet. Hoe kan ik hierin nu mijn Ambt van alle Gelovigen nu uitvoeren ? Ik kan toch niet al het leed van de wereld op mijn schouders nemen ? Nee, maar ook hierin heeft de Kerk weer voorzien via het Bijzonder Ambt van Diakenen. Zij ondersteunen en stimuleren u bij deze taak en daar waar dat te veel of te moeilijk wordt nemen zijn hun verantwoordelijkheid.
God is een God van Relaties. Hij werkt via de middellijke weg. Dat wil zeggen met de middelen die voor handen zijn. Dat bent u, jij en ik. Zo zorgt God voor Zijn gemeente, voor Zijn wereld, voor Zijn schepping. Dat is zo mooi, maar ook een hele verantwoordelijkheid. Daarom heeft God ons aan elkaar gegeven. Als broers en zussen, jong en oud. En iedereen heeft daarin een plaats. Of je nu rijk bent of arm. Geleerd of niet zo knap. Of je voornaam bent of een eenvoudig mens. Voor God is iedereen belangrijk. En Hij kan soms verrassend werken. Een eenvoudige weduwe, genaamd Baltus, met een kinderlijk geloof, bewerkte een bekering bij de hooggeleerde heer Abraham Kuyper. Dat er in resulteerde dat God hem kon gebruiken in zijn kerkopbouwend werk.

Zo ziet u maar, niemand kan gemist worden. Ook de jeugd van de kerk niet. Zij hebben soms een frisse kijk op de zaken en op de wereld om ons heen. Dat aangevuld met de wijsheid en levenservaring van de ouderen kan een fantastische bloei veroorzaken. Wanneer we dat willen zien, wanneer we naar elkaar willen luisteren en van elkaar willen leren. Dan kan dat ons geloofsleven stimuleren en nieuw elan geven. De Geest laat dat bij monde van Petrus weten, “Aan het eind der tijden, zegt God, zal ik over alle mensen mijn geest uitgieten. Dan zullen jullie zonen en dochters profeteren, jongeren zullen visioenen zien en oude mensen droomgezichten”, Handelingen 2 : 17. Wij leven in die eindtijd. We hebben elkaar nodig, want God zet ons allemaal in. Laat dan ook niemand op de ander neerkijken of de ander negeren. Dat brengt de gemeente schade toe en tast Gods eer aan. God is een God van relaties. Wanneer we dat beseffen. We dat omarmen en echt relaties met elkaar aangaan als broers en zussen. Dan zal ons dat enorm veel vreugde bereiden. En gedeelde vreugde is dubbele vreugde. Dat wens ik ons allen toe.

F.L.

Afdrukken E-mailadres

Wees positief. Er zijn genoeg mensen die de negatieve kant van de zaak zien.