Bezinningsmoment Beraadsvergadering 26 maart 2019

De Pelgrim op stage.
Christenen zijn pelgrims. Ze zijn op weg naar de Stad met twaalf paarlen poorten, het Nieuw Jeruzalem. Maar de tocht is lang en onderweg beleven we veel. En dat is niet altijd even makkelijk. Bovendien is de vraag of we wel goed zijn uitgerust voor het Koninkrijk van de hemel. Daarvoor heeft God in Zijn wijsheid iets bedacht. Dat heet de Kerk. Nu is er heel veel over de kerk te zeggen. Bijvoorbeeld, dat zij niet meer van deze tijd is. Deze observatie is op zich opmerkelijk, want was dat al niet altijd zo? De Kerk was altijd al een tegenover de tijdgeest. Dat begon al in het Romeinse Rijk, in de vroege kerk. Daarom werd ze ook vervolgd. De Kerk moet helemaal niet van deze tijd zijn, maar van de toekomst. De mooie toekomst die voor hen in het verschiet ligt die Jezus volgen. Daarover moeten we vertellen. En alles wat niet in dat plaatje past moeten we bestrijden. Ik kom daar later op terug. De Kerk is dus niet van deze tijd, maar van de toekomst. De Kerk is ook geen doel in zichzelf. Maar daar lijkt het vaak wel erg op. Alles voor de kerk. Men vergeet de liefde voor de naaste, voor de familie, voor vrienden en broeders en zusters, als in hun ogen hun kerk wordt aangevallen. Sommige kerken beschouwen zich alleen kerk van Christus. En ook mijn kerk de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt heeft zich aan deze zonde van hoogmoed schuldig gemaakt. Het sloot anderen uit. Maar zowel de belijdenis geschriften in de Gereformeerde Kerk, als ook de Bijbel, ziet de Kerk als de vergadering van alle volgelingen van Christus. De kerk staat dus niet gelijk aan kerkgenootschap. Kerkgenootschappen hebben op enig moment in de tijd de neiging zichzelf te verabsoluteren en naar binnen gericht te worden. En men is dan erg druk met zichzelf. Maar wat is de kerk nu eigenlijk in weze. Ze is oefenplek. Stageplaats, waar de pelgrim leert hoe hij handelen moet in het Koninkrijk van de hemel. Daarvoor hoor je preken, heb je allerlei bijbelstudieclubs. Ben je in geloofsgesprek met elkaar. Zodat de gelovige wordt toegerust tot dienstbetoon. De Pelgrim leert daar dienen. Dat is ook iets dat niet meer van deze tijd is. Nee, tegenwoordig moet jouw haan koning kraaien. Maar Christus leert ons dat wie de grootste wil zijn in Zijn koninkrijk, de minste moet willen zijn, een dienstknecht. Dat leer je in de kerk. En dan ? Dan zijn we klaar? Kunnen we het in de kerk gezellig en fijn hebben samen met elkaar? Het is soms wonderlijk hoe dingen samen komen. In mijn stille tijd bestudeer ik nu de brief van Jacobus. Daarnaast ben ik bezig met het bestuderen van het boek: Biografie van de dominee, van Prof. Gerben Heitink. Het boek laat zien de ontwikkeling van het ambt van predikant door de eeuwen heen, maar ook van de ambten in het algemeen en van de kerk. En telkens zie ik verbindingen met Jacobus. In de zeventiende eeuw had de kerk in de Nederlanden een meer publieke functie. Ze was niet alleen maar bezig met de prediking van Gods Woord en het onderhouden van Mattheüs 28 : 19 en 20. Maar ook was ze actief met wat Jezus aanduidt in Mattheüs 25 : 32 t/m 46. De dienst der barmhartigheid en de zorg voor de armen. Maar ook bemoeide de kerk zich met de zeden in het land. En dat is nu precies wat Jacobus wil, niet alleen woorden, maar ook daden. De pelgrim die stage heeft gelopen en is toegerust moet als bezemwagen fungeren. Zodat niemand achterblijft. Zorgen voor de zwakken, van lijf en leden, maar ook zwak in het geloof.
Maar niet alleen zorgen voor hen, maar ook opkomen voor hen. Voor de zwerver, de dakloze, de vluchteling en vreemdeling. We moeten strijden tegen onrecht, tegen discriminatie, tegen vluchtelingen en vreemdelingen haat. Waarom ? Dat heeft te maken met dat Grote gebod, uit Mattheüs 22 : 37 t/m 40. Wij moeten onze naaste liefhebben als onszelf. Maar hoe doe je dat dan ? Moeder Theresa zei het al kort, maar krachtig; Liefde is aktie ! En zij heeft haar hele leven laten zien wat dat inhoud. Het is helemaal in lijn met Jacobus. “Als een broeder of zuster nauwelijks kleren heeft en elke dag eten te kort komt en één van u zegt dan; Het ga je goed! Kleed je warm en eet smakelijk! Zonder de ander te voorzien van de eerste levensbehoeften, wat heeft dat voor zin? Zo is het ook met geloof ; als het zich niet daadwerkelijk ( met de daad ) bewijst is het dood”, Jacobus 2: 15 – 17. Wie niet naar zijn naaste omziet, schendt niet alleen het tweede gebod, maar ook het eerste. Want dan doen we de Naam van God tekort. Kijk die Christenen eens. Een hoop geblaat, maar weinig wol. En wanneer het voetvolk van God hier op aarde er een potje van maakt dan kost dat God Zijn eer.
Wat heeft dit nu ons te zeggen vanavond? Alle volgelingen van Jezus Christus die samen op Pelgrimstocht zijn is de pure oecumene. Samen in de naam van Jezus. Maar die pelgrim heeft ook een taak. Met blijdschap vertellen over de redding in Jezus Christus en de daad bij het Woord voegen. Opkomen voor de armen en zwakken, voor de zieken, voor de vluchteling, de vreemdeling en de gevangene. Bevorderen van een goede omgang met de Schepping en met anders gelovigen. Dat is onze taak als christen, als gemeenschap van Christenen; de Kerk en als gemeenschap van kerken; het Apeldoorns Beraad van Kerken. - Maar pas op; we moeten als kerk niet denken, nou daar hebben we het Beraad van Kerken voor, dus wij kunnen ons wel met wat anders bezig houden. Elke kerk houdt zijn verantwoordelijkheid-. Laten we het werk in de verschillende werkgroepen voortzetten en uitbouwen en versterken. Maar laten we ook onze stem verheffen en een moreel geluid laten horen, wanneer dat nodig is. Het geluid dat hoort bij die mooie toekomst van het Koninkrijk van de hemel. En laten we dat vooral samen doen, als volgelingen van Jezus Christus. Ik wens ons een goede pelgrimsreis.
Frenk Lip, 26 maart 2019

Er is niets dat God niet begrijpen kan.