| Jezus leert de wet (1) God boven alles |
|
|
Regels, niet alleen over je gedrag in het verkeer, maar ook over hoe je bent. God die het in jouw leven voor het zeggen heeft. Dat is niet van deze tijd. En toch… Een preek over het eerste gebod in het leven en het onderwijs van Jezus.
Liturgie Bij deze preek is een beamerpresentatie beschikbaar
Geboden: botsing tussen hemel en aarde
Laat ik het maar direct eerlijk zeggen: we hebben een onderwerp wat niet van deze wereld is. Tien zondagmiddagen gaan ds. van de Kamp en ik leerdiensten houden over leefregels, geboden. Nu zijn regels zijn onvermijdelijk. Verkeersregels bijvoorbeeld. Maar de regels waar we het de komende weken over zullen hebben gaan verder. Ze gaan over geloof. Welke God je moet geloven en hoe. Dat een ander, God het voor het zeggen heeft in je leven. Over wat je op zondag doet en wat je niet doet. Over dingen die je doet, maar ook over wat je zegt. Vloeken bijvoorbeeld. En zelfs over je gedachten. Het zijn niet maar regels die helpen om de stad een beetje ordelijk te houden, maar regels die willen bepalen hoe jij bent. Mag je dat dan niet zelf weten? Regels die zo ver gaan, dat is niet van deze wereld.
Dat klopt. Mensen bedenken zoiets niet. Deze regels zijn vanuit de hemel gekomen. Een enkele keer is het gebeurd dat er een krachtige stem vanuit de hemel klonk. Zoiets als donder, maar dan woorden die je kunt verstaan. De regels waar we het de komende leerdiensten over gaan hebben zijn op zo’n manier in de wereld gekomen. Vanuit de hemel. Daar passen zulke regels ook. Ik weet natuurlijk niet precies hoe het daar is, maar toch wel wat, uit de bijbel. Het is de plek waar God op een troon zit. (Jesaja 6:1) Alles gebeurt daar precies zoals hij het wil. De engelen luisteren naar hem. (Psalm 103:20) De sterren (Psalm 147:4) En ook de sneeuw, hagel en regen (Psalm 147:16-18) Dat gebeurt allemaal precies zoals hij het wil. En als je in de hemel zou kunnen kijken, dan zou je het ook heel mooi vinden.
Maar nu die hemelse God op dezelfde manier regels voor ons leven wil geven, dan botst er iets. De manier waarop God het voor het zeggen wil hebben, in de hemel is dat prachtig. Maar hier op aarde voelt dat vaak niet zo. Daar zit een spanning tussen. En ik zit daar ook mee. Want ik gun het u en ik gun het God dat hij het voor het zeggen heeft in uw leven. Hemels mooi. Maar ik ook bij mezelf en bij u dat de praktijk anders is. Wij zijn aardse mensen.
Is dat niet te doorbreken? Ik kan het niet. Hoe ik het ook zou willen. Maar er ís iemand die uit de hemel kwam en op aarde mens werd. Iemand die God door en door kent en zijn manier om alles te besturen en die tegelijk ons kent. Jezus, Gods Zoon. Naar hem gaan we iedere keer kijken en luisteren bij de leerdiensten over de geboden. Jezus leert de wet, is het thema. Ik hoop dat dat de hemelse God en zijn goede leefregels wat dichter bij zal brengen u zal helpen om er naar te leven.
En dan vandaag speciaal het eerste gebod: God boven alles. Een heel moeilijk gebod. God echt het belangrijkste in je leven? Niet jouw eigen ego? Je gezondheid? Daar heb je toch alles voor over. Je baan, je carrière, je geld. Je familie, je leven zoals jij het voor elkaar hebt of wilt hebben. We hebben allemaal van die dingen die erg dichtbij voelen. B.v. gezondheid. Je verwacht dat je daardoor gelukkig zult zijn. We wensen elkaar veel geluk en gezondheid in het nieuwe jaar, want dat is toch het belangrijkste? En dat bepaalt ook hoe je leeft. In feite is dat dus je god of een beetje je god. En dat kan ook je geld zijn of nog wat anders. Zo hou je God een beetje op een afstand. Hoe je leeft, dat wordt in grote lijnen door God bepaald, maar hoe je dag er uitziet en waar je je energie in steekt, daar is de euro de baas over. Of de manier van leven van jouw vrienden.
Jezus: God boven alles
Dat moeilijke gebod van vandaag, helpt Jezus daarbij? Jazeker. Het helpt als je hem echt goed leert kennen. Die baby van kerst. Ja, maar bedenk even hoe hij daarvoor was. Hij was er voor zijn geboorte. Hij was het Woord waar Johannes 1 over schrijft, de Zoon van God die mens werd, die een mens werd. (Johannes 1:1,14) Voor zijn geboorte was hij, de Zoon van God, bij God in de hemel. Hij had het daar goed, daar heeft hij wel over verteld. Hij merkte daar dat God de enige is die alle macht heeft. Over de engelen, de zon, het weer. ‘Geen andere goden’. In de hemel is dat geen gebod, geen opgelegde regel, het is gewoon de realiteit. Gods Zoon leefde daarin. Het bestond niet om niet te doen wat God, zijn Vader zei.
En die Zoon van God komt nou op aarde, onze aarde. In een gezin, tussen andere kinderen. Je ziet dat het God boven alles is voor hem. Bijvoorbeeld als hij voor het eerst mee mag naar de tempel. De… zeg maar de dominees in de tempel en zelfs zijn eigen vader en moeder zijn verrast. Dit is een jongen die de hemelse werkelijkheid kent: God boven alles. De duivel wil dat veranderen. Dat probeert hij bij ons. Dat doet hij bij hem ook. ‘Moet je eens zien, die prachtige wereld. Als je voor mij knielt, dan is dat allemaal voor jou.’ Ja, de duivel heeft heel veel macht en hij kan je heel veel geven. Maar terwijl de duivel aandringt en het verleidelijk is om toe te geven is er voor Jezus maar één werkelijkheid: God boven alles. (Matteüs 4:10) Wat hij geleerd heeft uit de bijbel, uit Deuteronomium 6, ‘Aanbid de Heer, uw God, vereer hem alleen’, dat is voor hem geen opgelegd gebod, dat is de werkelijkheid die hij uit de hemel kent. En dan bestaat het niet om de duivel ruimte te geven in je leven en voor hem te buigen. Er is er maar één die het voor het zeggen heeft.’ In één van de eerste gesprekken van Jezus die wij kennen zegt hij: ‘Mijn voedsel is: de wil doen van hem die mij gezonden heeft.’ (Johannes 4:34) Dat is mijn eten, dat bén ik: doen wat God zegt. God boven alles. En je ziet het toch iedere keer weer, als Jezus met mensen praat, als hij mensen geneest, als hij ze de waarheid zegt: hij is bezig zoals God is en zoals hij wil dat wij zijn. En dan bedoel ik natuurlijk niet dat wij goddelijke wonderen moeten doen, maar de houding, de mentaliteit die er uit spreekt, die is volkomen beheerst door hoe hij God in de hemel heeft meegemaakt.
Toch was Jezus een echt mens. De verzoeking in de woestijn was voor hem een echte verzoeking. Het was verleidelijk om voor satan te knielen. Hij heeft net als wij de verleiding gevoeld om niet te doen wat God wil. Dat merk je als je naar zijn lessen luistert. Bijvoorbeeld over afgoden. Dan heeft hij het niet over de afgoden die de Romeinen dienen. Hij voelt dat er een andere afgod is die ons veel dichter op de huid zit: de mammon, de god van het geld.
Jezus praat daar over als iemand die hem kent, die weet hoe makkelijk hij je de baas wordt. (Matteüs 6:24) En dan snijdt hij precies het gevoelige punt aan: je kunt geen twee heren dienen: God en mammon. Dat we ons geld niet in plaats van God over ons willen laten heersen, dat is wel duidelijk. Maar het echte gevaar is dat we ze allebei als God hebben. God als lieve zorgzame en veelbelovende God. En de euro als lieve zorgzame veelbelovende God, waar je een hoop voor over moet hebben. Gewoon van allebei iets verwachten. Dat kan toch wel? Jezus heeft gevoeld dat je radicaler moet zijn. Radicaler dan je geneigd bent te zijn. Dat gevecht heeft hij zelf gevoerd. Hij kende het vanuit de hemel en hij heeft er als aards mens voor moeten vechten: God boven alles.
We hebben er iets van gelezen hoe hij dat kon. De Heilige Geest kwam over hem. (Matteüs 3:16) Wat voor hem als Gods hemelse Zoon vaststond: God boven alles, de Heilige Geest zorgde dat hij dat als aards mens ook deed. De Heilige Geest, die al eeuwen lang had laten merken dat hij mensen kon veranderen, hij kwam in volle lading op Jezus. De hemelse Geest gaat deze aardse mens beheersen. Het geeft zijn manier van leven iets onaards: God boven alles.
En uiteindelijk ging hij daarin tot het uiterste. Het was Gods wil dat hij zou sterven aan een kruis. Een verschrikkelijke dood. Een straf die wij verdienen, maar hij moest dragen in onze plaats. Als er één moment was voor Jezus om dat God boven alles los te laten, dan was het toen wel. En je voelt de strijd, als het bijna zo ver is. ‘Vader, als het mogelijk is, laat deze beker dan aan mij voorbijgaan! Maar laat het niet gebeuren zoals ik het wil, maar zoals u het wilt.’ (Matteüs 26:39) Je merkt hoeveel strijd het hem kost. En tegelijk dat hij God zijn Vader het helemaal voor het zeggen laat. En zo blijft hij God erkennen. Gehoorzaam laat hij zich gevangennemen, veroordelen en kruisigen. En aan het kruis blijft het God boven alles, ook als God hem verlaten heeft. (Matteüs 27:46) Hij onderwierp zich volkomen aan God, die zich door dat kruis met mensen wil verbinden.
Voordat we nu naar onszelf kijken wil ik hem eerst samen met u daarvoor prijzen.
Jezus heeft het hemelleven opgegeven, GK Gezang 67
Jezus: ‘Kom tot inkeer’
God boven alles. God zei het zelf met donderende stem vanuit de hemel. Maar voor aardse mensen is het moeilijk. Totdat er een mens komt die de hemelse Zoon van God is. Die met de hemelse Geest overladen is. In zijn leven, hoe aards ook, is het God boven alles.
Wat een geweldige man was dat hè? Je kunt hem van een afstandje bekijken en hem bewonderen. Doen. Bewonder hem. En laat het daar niet bij. We hoorden hem zelf zeggen: ‘Kom tot inkeer, want het koninkrijk van de hemel is dichtbij.’ (Matteüs 4:17) Het hemelse, wat zo mooi is, het komt er aan. Het is er nog niet, maar het komt er aan. Het wordt hoog tijd om te veranderen. Om als aards mens meer van dat hemelse ‘God boven alles’ te hebben. Kom tot inkeer, bekeer je.
De Heidelbergse Catechismus spreekt dit na in vraag en antwoord 87.
Heidelbergse Catechismus v.a. 87
Kunnen zij dan behouden worden, die in hun goddeloos en ondankbaar leven voortgaan en zich niet tot God bekeren?
Beslist niet, want de Schrift zegt dat een onkuise, afgodendienaar, echtbreker, dief, gierigaard, dronkaard, lasteraar, oplichter, of een dergelijke zondaar, het koninkrijk van God niet beërven zal.
Een leven waarin God niet boven alles staat, dat is onbestaanbaar in het hemelse rijk wat komt.
Je moet je bekeren. Dat betekent omkeren. De Nieuwe Bijbelvertaling gebruikt soms de uitdrukking ‘een nieuw leven beginnen’. Je hele leven moet anders worden, vanuit de kern. Zoals het nu gaat, daar moet een einde aan komen. De catechismus noemt dat: het afsterven van de oude mens. Je moet een nieuw mens worden.
Heidelbergse Catechismus v.a. 88
Waarin bestaat de ware bekering van de mens?
In het afsterven van de oude en het opstaan van de nieuwe mens.
Bekeren is echt een ander mens worden. Een leven waarin God alles beheerst. Maar je kunt jezelf toch niet veranderen? Nee, we merken allemaal hoe onmogelijk het is. En toch, toch hoeft het daar niet bij te blijven. Want die Geest, die het de aardse Jezus mogelijk maakte om God boven alles te hebben, zoals hij het kende uit de hemel, die Geest wil hij ook aan ons geven. (Johannes 1:32,33 e.a.)
Iets van wat die Geest met Jezus deed wil hij ook met u en mij doen. Op die manier zorgt Jezus er voor, niet alleen dat je zonden vergeven worden, maar ook dat je vernieuwd wordt naar zijn beeld. (Heidelbergse Catechismus v.a. 86)
En wat er dan met je gaat gebeuren, een paar dingen wil ik noemen. (vgl. Heidelberse catechismus v.a. 89 en 90) Je laat Gods afkeer van het verkeerde steeds meer tot je doordringen. Laat bij je zelf toe hoe erg God het vind als hij niet echt boven alles staat, maar dat je geld, je gezondheid, je leuke leventje de plek inneemt die hij wil hebben. Besef hoe je hem wegdrukt en hoe absurd dat is. En: wees blij met hem. Leer Jezus Christus kennen en leer steeds meer blij te worden met God. Die jouw God wil zijn. En zoals hij in de hemel alles in zijn macht heeft ook in jouw leven het stuur in handen wil hebben. Kijk maar naar de Here Jezus. En luister naar zijn woord: kom tot inkeer.
Amen. |










