| Basislessen kerk-zijn (3) Barmhartigheid - Lucas 6 |
|
|
|
Enkele goede voornemens voor het nieuwe jaar: meer geven, vergeven, anderen accepteren. Een les van Jezus voor de kring van zijn volgelingen. Alleen… hoe hou je het vol? Lees de preek over de gelijkenis van de maten (Lucas 6:36-38)
Liturgie Welkom
Openingsbelijdenis
Groet
Psalm 72:6,7,10
Tien geboden en samenvatting
Psalm 15
Gebed
Genadeverkondiging
GK Gezang 107
Lucas 6:27-38 (tekst: 36-38)
Psalm 52:5,6
Preek
GK 164 (canon)
Gebed
Mededelingen
Collecten
Psalm 100:1
Zegen
Goede voornemens
Allemaal weer vol goede voornemens? Anders heeft de Here Jezus er nog wel een paar: Niet oordelen en niet veroordelen. Niet zo snel met je oordeel over anderen klaar staan. Luisteren en aanvaarden. En deze: vergeven. Er eindelijk eens over heen stappen. Royaal zijn met je vergevingsgezindheid. En: met je gaven. En dan kun je aan geld denken: meer geven aan goede doelen. Maar ook aan aandacht en hulp. Iedereen voelt wel aan dat de wereld er dan een stuk beter uit ziet in 2010.
En wat Jezus nou wil is dat zijn volgelingen zich daardoor onderscheiden. Dat ze samen een kring vormen, waar dat betere leven al een beetje begint. Een kerk. Hij zegt steeds ‘jullie’. Zijn volgelingen vormen een kring waarin het betere leven al een beetje begint. Zó, dat het ook naar buiten toe uitstraalt. Zo ziet de Here Jezus ons hier in De Voorhof. We leren uit bergrede een aantal basislessen voor het kerk-zijn. Terug naar de basis, één van de uitkomsten van het verbondenheidproject vorig jaar. En dan zijn het inderdaad goede voornemens: niet oordelen, niet veroordelen, vergeven en geven. En je kunt er vast nog wel een aantal aan toevoegen. Denk er straks na de kerkdienst maar eens over na. En wat is dan speciaal voor jou een goed voornemen?
Goede voornemens bedenken is één ding. Het volhouden is een tweede. Dat heb je met alle goede voornemens: lijnen, stoppen met roken, meer bewegen. Dat geldt zeker ook voor goede voornemens in de gemeente en naar de niet-christenen toe. Je loopt tegen teleurstellingen op. Zeker in onze gemeente ervaar ik dat, en u denk ik ook. Hoe hou je dat vol om met nieuwe energie elkaar te aanvaarden en van jezelf aan anderen te geven? In de preek van vanmorgen wil ik u laten merken dat de Here Jezus begrijpt dat dat moeilijk is. U hebt geen God die niet weet wat het is om mens te zijn en moeite te hebben met je goede voornemens. Nee, Jezus heeft zelf de strijd gekend om een goede instelling tegen God en tegenover medemensen vol te houden. Terwijl anderen jou teleurstellen. Hij heeft geduld met mensen zoals wij. En hij geeft zijn eerste leerlingen en ons iets mee wat ons sterk maakt om opnieuw te beginnen en vol te houden.
De gelijkenis van de maten
Hij gebruikt een beeld wat wel speciaal voor onze wijk bedoeld lijkt: de gelijkenis van de maten. Stel je bent kaasboer en je snijdt de kaas altijd royaal af, zonder daar extra voor te rekenen. Mensen waarvan je weet dat ze het erg krap hebben krijgen bij jou iets extra’s.
Ik vermoed dat het meisje bij de slager jou op dezelfde manier behandeld. ‘De maat die jij voor anderen gebruikt, zal ook voor jullie gebruikt worden’ zegt Jezus. Zo ruimhartig als jij geeft zul je ook terugkrijgen.
Ja sommige uitleggers denken bij die maat aan de maat waarmee je beoordeeld wordt. En als jij streng bent in je oordeel zul je ook zelf streng beoordeeld worden. Dat is waarschijnlijk wel waar, maar dat is niet wat Jezus hier bedoelt. In de gelijkenis van de maten zien we geen liniaal, maar een graanmaat, een maat waarmee je geeft.
De maat van je barmhartigheid. Dat is niet de maat waarmee je oordeelt, maar juist de maat waarmee je niet oordeelt en veroordeelt, maar anderen aanvaardt, naar anderen luistert: at bedoel je, wat zit er achter bij jou?
Dat is wat de Here Jezus bij zijn volgelingen wil zien, dat je daar een ruime maat voor hebt om open te staan voor anderen. Dan gaat de wereld er inderdaad beter uit zien en wordt de kerk een soort begin van een betere wereld. En dan ook vergeven. Een grote bak vol vergevingsgezindheid hebben. En geven: spullen, geld, aandacht en hulp. Heel vaak zie je dat je daar dan ook wat voor terug krijgt. De maat waarmee jij aan anderen barmhartigheid betoont, die maat wordt ook gebruikt om jou weer terug te geven. Wie naar een ander luistert krijgt er vaak veel voor terug. Als iemand jou helpt, dan wil je ook graag iets liefs voor hem of haar doen. Toch werkt het niet altijd zo. Een christelijke houding in de gemeente en naar niet-gemeenteleden toe wordt lang niet altijd beloond, terwijl je er soms wel veel energie in steekt en moedeloos kunt worden. Klopt de gelijkenis van de maten wel? Het lijkt soms van niet. Ook hier in onze gemeente in en om De Maten.
Vergist Jezus zich? Nee natuurlijk niet. Hij heeft zelf ook meegemaakt dat mensen in wie hij veel energie stak teleurstelden. Hij kent dat nog veel sterker dan ik. Maar hij bedoelt met die maten niet dat de dakloze die ik iets geef mij evenveel terug zal geven. Nee, let op, hij zegt er niet bij wíé er teruggeeft, wie jou niet veroordeelt en wie jou zal vergeven. Maar in de bergrede kan het alleen maar God zijn, die daar mee bedoeld wordt. Als jij een ander vergeeft, dan zal God jou vergeven (Matteüs 6:14-15). Als jij een ander barmhartig bent, dan zal die ander je dat niet altijd terugdoen. Nee, mensen aan wie je goed doet bezorgen je soms pijnlijke teleurstellingen. Maar God hij komt met zijn barmhartigheid. Met aanvaarding, vergeven en alle mogelijke gaven. Nu al, maar zeker in het komende koninkrijk, waar de bergrede steeds naar uitkijkt. Dan krijg je net zoveel terug als dat je nu geeft. Ja, zelfs veel meer.` Jezus zegt: je krijgt het in een goede maat. Niet een kleintje, of een gedeukte, of één met een dubbele bodem, waar niet zoveel in gaat. Nee, een goede maat.
En dan stevig aangedrukt, zoals je dat met graan in een graanmaat inderdaad kunt doen. Goed geschud. Overvol. Dat is het koninkrijk van God. Net zo als het goede wat jij nu aan andere mensen geeft, maar dan overvloedig.
Moet je de overvloed verdienen?
Betekent dat dan dat jij door goed te doen jou plekje in dat komende rijk moet verdienen? Nee, denk nog even terug aan de woorden waarmee Jezus deze gelijkenis begint in vers 36. ‘Wees barmhartig, zoals jullie hemelse vader barmhartig is.’ Het begint niet bij jou barmhartigheid. Wees barmhartig, dan zal God je barmhartig zijn. Het begint bij zijn barmhartigheid. Hij wil een vader voor je zijn. Zoals een vader zijn kinderen aanvaardt, vergeeft en geeft, zo wil God je vader zijn. Daarvoor gaf hij zijn eigen Zoon. We zagen in het kerstverhaal Gods liefde voor dat kind en tegelijk ook voor iedereen die bij dat kind wil horen. Je mag Gods kind zijn, wat hem vertedert. Je mag dat zijn ondanks jou goede voornemens, die vaak tegenvallen. Jezus wilde al jou falen en tegenvallen op zich nemen en het bij God brengen: vergeef het hem, vergeef het haar, ik zal uw straf dragen, de dood. Laat hem, laat haar leven. Onder uw liefde. Dat is de barmhartigheid waaruit je steeds mag putten. God geeft eerst aan jou, niet een klein maatje graan, maar een grote berg graan, zoals je die in de oogsttijd wel eens ziet liggen. Als kinderen speelden wij daarin. Zo mag je in die onmetelijke bron barmhartigheid van God spelen. En daar eindeloos uit putten om zelf barmhartig te zijn. En uiteindelijk krijg je daar dan ook nog weer eens heel veel van terug. Je leeft eigenlijk tussen twee grote bergen barmhartigheid. De ene waarmee God in jouw leven begint en je aanvaardt, en vergeeft en geeft. En de andere, die je nog niet ziet, maar waarvan je weet dat die al klaarligt.
Daar tussen staat lekker warm ingebed, uw barmhartigheid. En met u bedoel ik dan: ‘jullie’, ‘u samen’. Een barmhartige gemeente zijn waarvan ieder die barmhartigheid ook uitstraalt naar buiten. Jezus noemt vier voorbeelden: Niet oordelen, niet veroordelen, vergeven en geven. Over de eerste twee zeg ik even iets meer.
Toespitsing: niet (ver)oordelen
Jezus bedoelt daarmee natuurlijk niet dat je geen rechter zou mogen zijn. Het zou wat moois worden als er geen misdadigers meer veroordeeld mochten worden. Hij bedoelt ook niet dat in de gemeente alles goedgepraat moet worden. Nee, hij zegt dat gemeenteleden die zich niet bekeren van hun misstappen gewaarschuwd en zelfs buitengesloten moeten worden (Matteüs 18:15-20). ‘Verwijder wie kwaad doet uit uw midden’ zegt Paulus later tegen de gemeente (1 Korinte 5:13). Het is onbarmhartig als we in de gemeente allerlei misstanden laten voortbestaan en als we het maar laten gebeuren dat gemeenteleden met hun levensstijl en met hun hart van God vervreemden. Maar als je daar wat van zegt, als je broers en zussen in de kerk aanspoort en waarschuwt, dan ben jij het niet die oordeelt, dan is Christus zelf het die zijn oordeel uit jouw mond laat horen. Doe dat christelijk, barmhartig, er op uit om te begrijpen en te aanvaarden. Pas vooral op voor het onbarmhartige roddelen en de snelle oordelen. Houdt elkaar vast, met dezelfde mentaliteit waarmee je geeft en vergeeft. Laat dat uw goede voornemen zijn. Ja, laat het een maatje meer zijn. Aangemoedigd door Gods overlopende maat.
Amen |










