| Geloven (4), wat helpt het avondmaal daar bij? |
|
|
|
Geloven. In twee preken hebben we gezien wat je er aan hebt en hoe je er aan komt. Na een derde preek over de doop nu de vierde: hoe helpt het avondmaal je om te geloven?.
Liturgie Welkom
Openingsbelijdenis
Groet
Psalm 63:1,2
Gebed
1 Korinte 11:23-29
Liedboek 358:1,2
Zondag 28, v.a. 75 en 76,
Zondag 30, v.a. 81
Liedboek 358:3,4
Avondmaalsviering
Liedboek 358:5,6
Preek
Liedboek Gezang 127:1,2
Apostolische Geloofsbelijdenis
Psalm 57:5,6
Gebed
Collecten
Psalm 62:1,3
Zegen
Bij de preek is een beamerpresentatie beschikbaar
1. Terugblik op de preken over ‘Geloven’
Geloven, wat heb je er aan? Met die vraag begonnen we een serie van vier leerdiensten over geloven. Wat levert het je op? Niet dat je meer eten, meer salaris, meer vrienden of meer complimentjes krijgt. O, zeker, God geeft al dat soort dingen. Maar hij geeft ze niet alleen aan gelovigen. Vol geduld geeft hij het ook aan iedereen die nog niet gelooft en misschien ook wel nooit zal gaan geloven. En aan de andere kant, gelovige mensen lijden soms ook honger, pijn of eenzaamheid. God belooft niet dat hij dat allemaal oplost. Wat belooft hij wel?
In Genesis 17 zegt hij tegen Abraham: ik wil jouw God zijn. Geloven is een relatie, een verbond. De Heer wil jouw God zijn en jij aanvaardt hem als jouw God. Jij vertrouwt je aan hem toe en geeft hem de leiding van je leven. Dat krijg je als je gelooft. En nog iets: eeuwig leven na de dood.
Een leven wat zo mooi is als God zelf is. Openbaring 21 spreekt over het leven in een nieuw Jeruzalem. De God van Genesis 17, die belooft jouw God te zijn, hij zal dan ook echt bij je zijn en je leven geweldig maken. Dat heb je er aan, als je gelooft: God wil jouw God zijn en voor een prachtige toekomst zorgen.
Wat is geloven? Geloven is dat je zeker bent van God. Dat er is, dat alles wat de bijbel over hem zegt waar is, en dat hij jouw God wil zijn. Daar zeker van zijn, dat is geloven.
Hoe kom je aan dat geloof? Door God te leren kennen. Je kunt zelf over hem lezen in de bijbel. Maar God geeft ook mensen om de boodschap van de bijbel aan anderen door te geven. Ouders, predikanten en andere mensen die geloven en die jou iets van dat geloof in God laten merken.
We hebben vanmorgen in Lucas 1 gezien dat God heel erg wil dat je gelooft. (Preek over Lucas 1:4) Hij zet alles in om te zorgen dat je hem kent en zeker van hem bent. Profeten, engelen, lieddichters, bijbelschrijvers, een hele bijbel vol. Naast de bijbel en al die verschillende mensen die de boodschap van de bijbel aan je doorgeven geeft God nog iets extra’s: de doop.
We lazen in Romeinen 6 dat de doop een soort beeld is. Het laat iets zien van God om je in het leven als gelovige te stimuleren, om je geloof te versterken. Het is een beeld van het sterven van de oude mens en het opstaan van de nieuwe mens. Het is een beeld van de afwassing van het vuil uit je leven en schoon worden voor God. We lazen ook dat dat teken een appél doet op God. Net als de regenboog herinnert het God aan zijn belofte.
2. Het avondmaal tot versterking van het geloof
En nu hebben we vanmiddag het avondmaal gevierd. Ook in het avondmaal laat God iets van zichzelf zien om je in het leven als gelovige te stimuleren, om je geloof te versterken. Dat merk je als Jezus zegt ‘Doe dit tot mijn gedachtenis’. (1 Korinte 11:24). Je moet avondmaal vieren om aan Jezus te denken. En dat is niet eventjes aan hem denken, zoals je aan ieder ander zou kunnen denken, maar gelovig, verbonden aan hem denken. Dat wil het avondmaal sterker maken.
Doop en avondmaal hebben dat gemeenschappelijk. De kerk heeft ze daarom ook sacramenten genoemd. Niet omdat dat zo in de bijbel staat, maar omdat ze dat gemeenschappelijk hebben.
Heidelbergse Catechismus, Zondag 25, v.a. 65
Wat zijn sacramenten?
Sacramenten zijn heilige zichtbare tekenen en zegels, die God ingesteld heeft om ons door het gebruik daarvan de belofte van het evangelie nog beter te doen verstaan en te verzegelen…
Doop en avondmaal bréngen een mens niet tot geloof. Ze versterken het geloof. Je komt tot geloof door Gods woorden, preken, Bijbellezen, opvoeding. Maar wat je ziet en voelt in het beeld wil het sterker maken. Het water wat je voelt bij de doop, het brood dat je proeft bij het avondmaal.
Hoe maakt dat je geloof sterker? Niet door je het bewijs te leveren dat God bestaat of dat de bijbel waar is. Dat is niet te bewijzen. Ik heb in één van de preken gezegd: God wil niet bewezen worden, hij wil geloofd, vertrouwd worden. En dat doe je door hem te kennen, beter te leren kennen en te aanvaarden. Het avondmaal helpt je te geloven, door iets van God te laten zien, iets van hem te onderstrepen, extra duidelijk te maken. Het is een plaatje, een verduidelijkend plaatje, net als de doop. En zoals ik in de vorige preek verteld heb wat je op het plaatje van de doop ziet, zo ga ik je straks vertellen wat je op het plaatje van het avondmaal ziet. Maar de doop is meer dan een plaatje. De doop versterkt je geloof ook door je te laten ervaren dat jij de Here Jezus zo mag aannemen.
Heidelbergse Catechismus, Zondag 29, v.a. 79
Waarom noemt Christus dan het brood zijn lichaam, en de beker zijn bloed, of het nieuwe verbond in zijn bloed, en spreekt Paulus van een gemeenschap met het lichaam en het bloed van Christus? ….
Niet omdat het brood echt verandert in het lichaam van Christus. Dat is de rooms-katholieke opvatting van het avondmaal. Maar daarover zegt onze catechismus:
Heidelbergse Catechismus, Zondag 29, v.a. 78
Worden dan brood en wijn veranderd in het eigen lichaam en bloed van Christus?
Nee, het is bij het avondmaal net als bij de doop.
Bij de doop wordt het water niet veranderd in het bloed van Christus en de doop is ook niet de afwassing van de zonden zelf, maar alleen een door God gegeven teken en waarborg ervan.
Zo wordt ook het brood bij het avondmaal niet veranderd in het eigen lichaam van Christus. Maar het brood wordt het lichaam van Christus genoemd, overeenkomstig de aard van de sacramenten en de manier waarop de Heilige Geest hierover spreekt.
Maar noemt Christus het brood dan toch zijn lichaam?
Heidelbergse Catechismus, Zondag 29, v.a. 79
Waarom noemt Christus dan het brood zijn lichaam, en de beker zijn bloed, of het nieuwe verbond in zijn bloed, en spreekt Paulus van een gemeenschap met het lichaam en het bloed van Christus?
Christus zegt dat niet zonder dringende reden.
Want Hij wil ons daarmee leren, dat zijn gekruisigd lichaam en vergoten bloed de echte spijs en drank zijn, waardoor onze ziel tot het eeuwige leven gevoed wordt, evenals brood en wijn ons tijdelijk leven onderhouden.
Maar vooral wil Hij ons door deze zichtbare tekenen en panden ervan verzekeren:
ten eerste dat wij door de werking van de Heilige Geest even werkelijk deel krijgen aan zijn echte lichaam en bloed, als wij deze heilige tekenen met de lichamelijke mond tot zijn gedachtenis ontvangen;
ten tweede dat heel zijn lijden en gehoorzaamheid zo zeker ons deel zijn, alsof wij in eigen persoon voor onze zonden alles geleden en onze schuld aan God voldaan hadden.
Hij wil je echt laten ervaren: zo geef ik mijzelf aan jou. Dus op twee manieren versterkt het avondmaal je geloof. Het is een plaatje en het is iets wat je echt zelf krijgt. Het is voor jou. Ik ben er zo voor jou. Je mag mij aanpakken.
En wat zien we dan op het plaatje van het avondmaal? Ik wil de rest van de preek er voor gebruiken om dat met u te bekijken.
3. Het beeld van het avondmaal
3.1. Het geven van Christus
Wat je op het plaatje van het avondmaal ziet, dat lijkt op de doop. Maar het is meer. Het begint met het stukje brood. En ik heb dat zo juist gebroken met de bedoeling dat u aan Jezus denkt. Dat u aan het moment denkt dat Jezus het brak. Jezus brak het brood om het uit te delen. Het is niet direct een symbool van zíjn ‘gebroken worden’, zijn lijden. Nee Jezus brak het brood om het uit te delen.
Click Het geven van Christus
Om te laten zien: zo geef ik mijzelf. Dat was Jezus. Zij bestaan was geven. In al die lessen waarin hij God dicht bij bracht. In genezingen en andere wonderen. In zijn lijden en sterven in mijn plaats. Zo geef ik mezelf voor jullie. Mijn leven is geven, zo wil mijn Vader het. Dat is God. God is elke dag ‘geven’. Het brood op je bord, de engel die je beschermt, de uitglijder die hij je vergeeft.
3.2. Het leven van Christus
Het brood, Christus zegt: ‘Dit is mijn lichaam’. Zijn lichaam, je mag ook zeggen: zijn leven. Ja, je denkt bij het avondmaal vaak aan het sterven van de Here Jezus. Maar denk ook aan zijn leven. Hoe hij leefde, trouw en vol liefde, eerlijk en puur. Hij is een voorbeeld voor je als hij royaal uitdeelt, als hij hoertjes en tollenaars opzoekt, als hij met bewogen ogen naar een zieke kijkt. Dat leven, dat wij hij ook aan jouw geven. Hij gaf zijn leven om een voorbeeld voor je te zijn.
Én hij gaf zijn leven om voor je te sterven. Om het tussen God en jou goed te maken. Om goed te maken dat je niet naar het voorbeeld van Jezus geleefd hebt. Niet naar de goede leefregels van God. Het stukje brood wil bij wijze van spreken voeding zijn voor een nieuw leven. Waarin je zonde vergeven is. Je hoeft niet te sterven. God gunt je leven. Om voor hém te leven.
De catechismus noemt die twee kanten van het lichaam van Christus in antwoord 76
Heidelbergse Catechismus, Zondag 28, v.a. 76
Wat betekent dat: het gekruisigd lichaam van Christus eten en zijn vergoten bloed drinken?
Dat wij met een gelovig hart heel het lijden en sterven van Christus aannemen en daardoor vergeving van zonden en eeuwig leven verkrijgen.
Verder ook, dat wij door de Heilige Geest, die tegelijk in Christus en in ons woont, steeds meer met zijn heilig lichaam verenigd worden, en wel zo, dat wij, hoewel Christus in de hemel is en wij op aarde zijn, toch vlees van zijn vlees en been van zijn gebeente zijn; en ook zo, dat wij door één Geest eeuwig leven en geregeerd worden, zoals de leden van het lichaam door één ziel.
3.3. Feest met Christus
Het is niet alleen brood, de voeding die je nodig hebt. Je krijgt ook wijn. Een feestelijke drank. Symbool van iets verschrikkelijks, bloed, bloedvergieten, de dood van Jezus, brengt het ons feest. Na het brood benadrukt die beker wijn nog even dat het door het bloed van Jezus Christus helemaal goed is tussen God en jou. Feest!
3.4. Het aannemen van Christus
Als je naar het plaatje van het avondmaal kijkt zie je nog meer. Een opvallend verschil met de doop. De doop die onderga je. Je doopt jezelf niet, je wordt gedoopt. Daarmee laat God zien dat het doet in je leven. Je relatie met hem gaat van hem uit, niet van jou. Daarom kunnen volwassenen gedoopt worden die tot geloof komen, maar ook baby’s in een gelovig gezin. Bij het avondmaal is het anders. Je krijgt brood en wijn, zoals Jezus het indertijd zijn leerlingen in handen duwde. Maar je pakt het zelf aan. Daar zit ook iets van jouw kant aan. Dat komt wel op de tweede plaats, maar het is er wel. Avondmaal kan niet zonder dat jij het aanpakt. Wat wil dat zeggen? Leven met God kan niet zonder dat jij zijn Zoon Jezus aanpakt en alles wat hij geeft. Hij geeft zichzelf, maar jij moet hem ook aanpakken. Alleen zo kun je en mag je avondmaal vieren. Je moet hem kennen en in hem geloven en met hem willen leven.
We lazen dat vanmiddag in vraag en antwoord 81 van de catechismus. Om het avondmaal te kunnen vieren moet je gelovig tegenover de Here Jezus staan. Dat komt uit de bijbel, vooral uit 1 Korinte 11.
1 Korinte 11:24,25
24,25Doe dit, telkens opnieuw, om mij te gedenken.
26Dus altijd wanneer u dit brood eet en uit de beker drinkt, verkondigt u de dood van de Heer, totdat hij komt.
28Laat daarom iedereen zichzelf eerst toetsen…
29…beseft dat het om het lichaam van de Heer gaat…
Het is daarom dat wij kinderen, die nog te jong zijn om zichzelf te kunnen toetsen en het lichaam van de Heer te kunnen onderscheiden, nog geen brood en wijn geven. Natuurlijk horen ook de kinderen van de gelovigen bij de Here Jezus, zonder daar alles van te kunnen beseffen. Maar dat besef, daar gaat het nu juist om bij het avondmaal. En om zelfkennis, kritisch naar jezelf kunnen kijken, zelf verantwoordelijkheid kunnen dragen.
3.5. Samen aan de tafel van Christus
Nog één ding wil ik noemen als ik kijk naar het plaatje van het avondmaal. Het is een maaltijd. Je doet het samen. Als je bij God en bij de Here Jezus hoort, dan hoor je ook bij elkaar. De Heilige Geest gebruikt mensen, dat is zijn specialiteit, om mensen bij Jezus te brengen en elkaar bij hem vast te houden. Dat beleef je als je samen naar voren komt, samen aan tafel zit, schalen en bekers aan elkaar doorgeeft. Samen gemeente zijn rondom de Heer die zichzelf geeft. Dat wil het avondmaal zijn. Laat dat je leven zijn.
Amen |










