|
Vragen als ‘wat heb ik er nou aan als ik geloof?’ en ‘hoe kom ik aan dat geloof?’ waren aanleiding voor een serie leerdiensten, waarvan deze de tweede is: Geloven, hoe kom je er aan?
|
Preek A.M. de Hullu - Zondag 25 oktober 2009 predikant Apeldoorn-Zuid
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
Deze preek wordt u aangeboden voor eigen gebruik. De predikant vraagt u eerst contact met hem op te nemen als u deze preek wilt gebruiken voor andere doeleinden zoals het voorlezen in een kerkdienst of als studiemateriaal in verenigingsverband of anders.
|
Liturgie Welkom Openingsbelijdenis Groet Psalm 9:1,7,8 Gebed Terugblik ‘Geloven, wat heb ik er aan? Psalm 16:3,5 Romeinen 10:8-15 Zondag 25 v.a. 65 en 67 Zondag 31 Liedboek Gezang 328:1,2 Preek Liedboek Gezang 477:1 Preek deel 2 Psalm 139:11 Apostolische geloofsbelijdenis Psalm 27:7 Gebed Mededelingen Collecten Psalm 25:2,4 Zegen
Bij de preek is een beamerpresentatie beschikbaar
Terugblik: Geloven, wat heb je er aan? Geloven, wat heb je er aan? Dat was het onderwerp van de leerdienst vorige week. Als mens heb je allerlei behoeften: brood, gezondheid, vrienden, waardering. En God geeft zulke dingen. Hij heeft de wereld gemaakt. Hij zorgt dat je brood krijgt, een warm huis. Hij brengt mensen bij elkaar in een gemeente. Hij waardeert je en geeft mensen die je waarderen. En toch kun je niet zeggen: als je in God gelooft dan krijg je al die dingen van hem. Nee God geeft zulke dingen aan alle mensen, ook aan mensen die niet in hem geloven. Zoveel geduld heeft hij. En aan de andere kant: ook mensen die in God geloven lijden honger, pijn en eenzaamheid. God belooft niet dat hij in al je behoeften voorziet. Wat belooft hij wel? Ik wil jouw God zijn. Geloof is een relatie. Iemand die om je geeft, die je door mooie en moeilijke dingen heen bij de hand neemt. Uit jezelf heb je daar geen behoefte aan. Je hebt behoefte aan een boterham, een kachel en een complimentje. Wat God voor je is, dat is meer, maar dat kun je pas ontdekken als je hem beter leert kennen. Dat is wat je er aan hebt, aan het geloof. En nog iets: God belooft dat je na dit leven een toekomst krijgt waarin in al je behoeften overtroffen worden. Als je bij hem hoort. Dat alles verdien je niet. Maar God wil het je cadeau geven: ik wil jouw God zijn en na dit leven krijg je een toekomst die zo geweldig is als ik geweldig ben.
Laten we er van zingen uit Psalm 16:3,5
Maar hoe kom je nu aan dat geloof? Daar gaat het vanmiddag over. We lezen er eerst over uit de bijbel, uit Romeinen 10:8-15, en aansluitend daarbij uit Zondag 25 en 31
1.1. Wat is geloof? Geloof, hoe kom je er aan? Daar gaat het vanmiddag over. En dan moeten we eerst wel even duidelijk hebben wat geloven nu eigenlijk is. Met het woord ‘geloven’ kun je van alles bedoelen. ‘Ik weet het niet zeker, maar ik geloof van wel’. Maar vandaag hebben we het over geloven in iemand, in God. Als ik zeg: ik geloof in jou, dan betekent dat, dat ik zeker van je ben. Stel je gaat op je werk een poosje weg en je stelt een plaats vervanger voor: ‘Ik geloof in haar’. Dan bedoel je met dat geloven: ik ben zeker van haar. En hier in de kerk hebben we het dan over zeker zijn van God.
- Dat hij bestaat.
- Dat het waar is wat de bijbel over hem zegt.
- Dat hij jouw God wil zijn
Het is een zekerheid van je verstand. En dan heb ik het vooral over die eerste twee dingen. Zeker weten dat God bestaat en dat alles waar is wat de bijbel over hem zegt. Maar het is ook een zekerheid in je gevoel. Vast vertrouwen dat hij ook jouw God wil zijn en dat alles wat hij belooft ook voor jou is.
Ook de Heidelbergse Catechismus spreekt zo over geloof. Zondag 7 v.a. 21
Wat is waar geloof? Waar geloof is een stellig weten waardoor ik alles voor betrouwbaar houd, wat God ons in zijn Woord geopenbaard heeft. Tegelijk is het een vast vertrouwen, dat de Heilige Geest door het evangelie in mijn hart werkt, dat niet alleen aan anderen, maar ook aan mij vergeving van de zonden, eeuwige gerechtigheid en eeuwig heil door God geschonken zijn, enkel uit genade, alleen op grond van de verdienste van Christus.
Geloven is zeker zijn van God. Een relatie met hem hebben waarin je zeker van hem bent. Dat Hij bestaat. Dat het waar is wat de bijbel over hem zegt. En dat Hij mijn God wil zijn en dat alles wat hij belooft voor mij is. Het is een zaak van je hoofd en je hart, maar ook van je handen. Naar aanleiding van de vorige preek kreeg ik van verschillende kanten vragen over de praktijk van het geloof. Ik heb benadrukt dat het geloof een relatie is, die God van zijn kant met je sluiten wil. Daar zit niks van jouw kant bij. Jij kunt niet, door het goede wat je doet, door je goede werken bij God in de smaak vallen en van jouw kant zorgen dat er iets moois tussen God en jouw is. Dat is echt puur een cadeau van God. Is dat niet te mager? Moet je niet zeggen dat wij toch ook goede werken moeten doen? Ja, dat moet wel. God heeft geboden gegeven over niet moorden, niet stelen, respect voor gezag enz. En God vindt natuurlijk nog steeds dat wij zo moeten leven. Ook in het nieuwe testament lees je over Gods geboden en veel geboden uit het oude testament, in ieder geval de meeste van de tien geboden worden in het nieuwe testament herhaald. Maar wat ik heb willen benadrukken is dat dit niet een prestatie is die jij van jouw kant naar God toe levert. God komt naar jouw toe, en als jij hem echt aanvaardt dan werkt dat door in je daden, hoe je in het leven staat. Dan is het geloof een zaak van je hoofd en je hart, maar ook van je handen. Jacobus zegt in hoofdstuk 2 van zijn brief dat geloof wat niet in daden zichtbaar wordt geen echt geloof is. Als het niet aan je daden te zien is, dan is je geloof dood. Zo staat het ook in de catechismus, in een stukje van zondag 24 wat we de vorige keer overgeslagen hebben:
Heidelbergse Catechismus Zondag 24, vraag/antw. 64 Maar maakt deze leer de mensen niet zorgeloos en goddeloos? Nee, want het kan niet anders, of ieder die door waar geloof in Christus ingeplant is, brengt vruchten van dankbaarheid voort.
Dus geloven is een zekerheid van je hoofd, dat God bestaat en de bijbel waar is, een zekerheid van je hart, dat het ook voor jou is, en het werkt door in je handen en in alles wat je bent en doet.
1.2. Ik geloof niet omdat… En hoe kom je nou aan dat geloof? Toen ik om reacties vroeg, in de vorige dienst en bij de aankondiging van het thema ‘geloven’ bleek dat dat nog helemaal niet zo gemakkelijk is. Er zijn een heleboel redenen om niet te geloven. Als je het zelf al niet moeilijk vindt, dan kom je dat wel bij anderen tegen. Waarom vinden zij of vind je het moeilijk om te geloven?
- Omdat je er niets van ziet. Je kunt God niet zien. Niemand kan bewijzen dat God bestaat. De mensen die er zeker van zijn dat God bestaat zijn dat alleen maar omdat ze het geloven, maar niet omdat ze het kunnen bewijzen.
- Er zijn zoveel godsdiensten. Allemaal beweren ze dat zij een de echte God hebben. Maar daar kun je toch nooit zeker van zijn. Waarom niet Allah? Waarom niet de weg van het boedhisme?
- De bijbel en de kerk zeggen mooie dingen over God. Maar mijn ervaring is anders. Je hebt meegemaakt dat je kind overleden is of een andere verschrikkelijke ervaring. Je hebt misschien slechte ervaringen met gelovigen, met de kerk. Met die mensen die zeggen dat ze in God geloven, maar elkaar de kerk uitvechten, oorlogen voeren, op andere mensen neerkijken… Of je leest in de bijbel over een Zoon van God die jou komt redden, maar je ervaart toch altijd dat je je voor jezelf op moet komen. En je zou het ook niet anders willen. Kortom: jouw ervaring en die bijbel, dat past niet bij elkaar.
- Trouwens, wat er in de bijbel staat is ook tegenstrijdig. Er staan allerlei dingen in die niet kunnen kloppen. Het waren ook maar mensen die het geschreven hebben en die het overgeschreven hebben en die er misschien wel van alles bijbedacht hebben. De bijbel kan nooit kloppen.
- En dan nog een argument wat ik van niemand van u teruggekregen heb, maar wat je in gesprek met iemand uit Uddel of Elspeet zeker zou kunnen horen: Ik geloof wel dat God bestaat, maar ik, ik ben zo slecht dat ik nooit kan geloven dat het ook voor mij is.
Er is dus heel wat om niet te geloven dat God er is en dat hij er voor jou is. In het tweede deel van de preek wil ik er op in gaan. Maar laten we eerst eens zien hoe een mens er toe komt om wél te geloven.
1.3. Hoe komt een mens tot geloof? Daar is wel onderzoek naar gedaan, en vanuit dat onderzoek zou ik wel iets kunnen vertellen, maar al ver voor die tijd heeft de bijbel daar duidelijke dingen over gezegd. We lazen er over in Romeinen 10.
Romeinen 10:14, 17 …En hoe kunnen ze in hem geloven als ze niet over hem hebben gehoord? En hoe kunnen ze over hem horen als hij niet verkondigd wordt? ... 17Dus door te luisteren komt men tot geloof, en wat men hoort is de verkondiging van Christus.
Geloof is een relatie met God. En dat ontstaat door hem te leren kennen. God leer je niet kennen doordat je hem te zien krijgt. Hij is geen zichtbare God. Hij is de sprekende God. Hij vertelt over zichzelf. Niet met een stem uit de hemel. Maar hoe dan wel? God spreekt doordat mensen over hem vertellen. En speciaal over Christus. Want toen Christus, Gods eigen Zoon een mens werd, toen heeft God het meeste van zichzelf laten zien. Als je veel over God en Christus hoort, ga je hem langzamerhand leren kennen. Zo kan er iets gaan groeien: geloven, zeker van hem zijn. Zoals ik vorige week al zei: God is niet iemand die je op het eerste gezicht direct waardeert. De meeste mensen hebben er tijd voor nodig, moeten God beter leren kennen voordat ze zeker van hem zijn. Het kan ook zijn dat je God leert kennen en hem afwijst. Uit jezelf kom je er niet toe God te aanvaarden. God moet iets bij je overwinnen om je zo ver te brengen dat je in hem gelooft. Dat is wat de Heilige Geest doet.
HC 25 v.a. 65 Nu alleen het geloof ons aan Christus en aan al zijn weldaden deel geeft, waar komt dit geloof vandaan? Van de Heilige Geest, die het geloof in ons hart werkt door de verkondiging van het heilig evangelie en het versterkt door het gebruik van de sacramenten.
Over dat versterken door de sacramenten wil ik binnenkort preken. Vanmiddag gaat het er om dat het geloof van de Heilige Geest komt. Hij werkt het geloof in je hart door het heilig evangelie, de bijbel. Nee, door de verkóndiging van het heilig evangelie.
Je zou kunnen denken: als je tot geloof wilt komen, als je God wilt leren kennen en zeker van hem worden, dan moet je maar veel uit de bijbel lezen. Maar er staat nou juist dat je naar de verkondiging van het evangelie moet luisteren. En daarbij moet je vooral denken aan preken, ook aan gesprekken. Tussen een christen en een niet christen: evangelisatie. Tussen ouders en kinderen: opvoeding. Als in zulke gesprekken over Christus wordt verteld, liggen die ook in de lijn van de verkondiging. De catechismus, maar ook de bijbel legt de nadruk op het gesproken woord. Dat heeft kennelijk een bepaalde meerwaarde.
Toen ik dat de eerste keer in deze preek zei (ik heb deze preek verschillende keren gehouden) kwamen daar nog al wat reacties op. Werkt God dan alleen door de preek? Is dat niet te beperkt? En betekent dit dat de dominee alleen Gods woord spreekt? Hebben de gemeenteleden ook niet zelf Gods woord om hem na te rekenen? Heb ik de preek niet te veel op een voetstuk gezet en te negatief gesproken over de gedrukte bijbel die je thuis hebt en waar je uit leest?
Laat ik er mee beginnen dat de hemel vol is met mensen die nooit een bijbel gelezen hebben. Tot voor vier eeuwen had vrijwel niemand een bijbel in huis. Al die mensen hebben God leren kennen door wat ze hoorden verkondigen. Door een dominee, maar ook anderen: ouders, school, evangelisatiegesprekken. Altijd gesproken woorden. Mensen gaven het woord door. In de bijbel lees je dat je naar het woord moet luisteren. We lazen het in Romeinen 10. Als je in de bijbel leest over Gods woord, dan is dat in die tijd altijd het woord, zoals je dat gehoord hebt, b.v. in de synagoge. Werd er niet aan Bijbelstudie gedaan? Jazeker, in de synagoge, daar waren de boekrollen. Ik heb het zelf ook wel eens gezien dat een groep joodse mannen in de synagoge enthousiast rond een boekrol stond en de één de anderen op iets moois wees. Het zal op deze manier geweest zijn dat ze in de synagoge van Berea naar de preken van Paulus luisterden en in de boekrollen nagingen of het waar was wat hij zei.
Zo’n vierhonderd jaar geleden kwam daar iets bij: je kunt een gedrukte bijbel kopen om die thuis te lezen. Dat is heel mooi en dat moet je ook zeker doen. Toch verdwijnt daarmee de waarde van de verkondiging vanaf de preekstoel of in het klaslokaal of in het persoonlijke gesprek niet.
Waarin zit de meerwaarde? In drie dingen:
- Als iemand jou over Christus vertelt, of dat nu in een preek of in een evangelisatiegesprek is, dan komt daarin iets mee van iemand die zelf door Christus geraakt is. Zo werkt de Heilige Geest. Je hoort niet alleen de boodschap, maar ervaart ook iets van de uitwerking ervan. Paulus zegt dat wij leesbare brieven van Christus moeten zijn (2 Korinte 3:3). Juist zo komen mensen tot geloof. Bij bijna iedere ongelovige die tot geloof komt, komt dat niet door te lezen in de bijbel, maar door langdurig en intensief met gelovigen om te gaan. Dat gebeurt niet zonder de bijbel, maar het heeft een meerwaarde dat mensen jou Gods woorden brengen. God wil zijn goddelijke woord van mens tot mens laten spreken.
- Er is nog een andere meerwaarde: Een preek brengt het woord van God, toegespitst op deze tijd. Het evangelie is onveranderlijk, maar het krijgt in iedere tijd weer nieuwe toepassingen. Daarin voegt een preek iets toe aan wat je leest in de bijbel. Iets soortgelijks geldt voor gesprekken, b.v. in de opvoeding.
- En er is nog een derde meerwaarde. Als ik thuis in mijn bijbel lees, werkt de Heilige Geest in mij. Als ik in de kerk zit, werkt de Geest in mij, maar komt daar nog iets bij: de werking van de Heilige Geest in het leven van de dominee die preekt. Er komt iets in mee van de werking van de Geest in de kerk van de eeuwen. Ook in de belijdenis en de traditie zie je het werk van de Heilige Geest.
Betekent dat alles wat een dominee zegt boven alle tegenspraak verheven is? Of dat de Heilige Geest alleen door de dominee werkt? Nee natuurlijk niet. Dat heb ik niet gezegd en dat zou ik ook niet durven te zeggen. Wat ik wel gezegd heb over de meerwaarde van de prediking vond ik al heel wat. De Heilige Geest werkt op veel manieren. Heerlijk gevarieerd. Maar hij werkt geconcentreerd in de kerk, waar zijn werking in veel mensen van nu en van vroeger bij elkaar komt. Waar veel vlammetjes tot een grote vlam samensmelten. Denk aan prediking, aan gezamenlijke Bijbelstudie. Denk ook maar aan een kritisch gesprek over een preek, waarin de werking van de Geest in een gemeentelid en in een dominee elkaar versterken. Het is een soort specialiteit van de Heilige Geest om door levende mensen te werken. God is de sprekende God. Hij laat zijn woorden een enkele keer vanuit de hemel of uit engelenmonden horen. Meestal laat hij zijn goddelijke woord uit mensen mond spreken. Van mens tot mens. Daar wil ik mij door hem bij laten inschakelen. Laat u daar ook bij inschakelen, door wat u aan anderen over uw Heer vertelt. In de verkondiging, in de preek, daar gebeurt het. En ook in het persoonlijke gesprek, zoals we in Zondag 31 gehoord hebben. In preken en in persoonlijke gesprekken gaat de deur naar God en de deur naar Gods toekomst open. Maar soms heb je ook waarschuwingen nodig om God niet kwijt te raken. Bij dat alles gaat het er om om God beter te leren kennen en zo zeker van hem te zijn, te geloven.
Liedboek Gezang 477:1
2. Geloven, ook al is het moeilijk In het tweede deel van de preek wil ik ingaan op de moeilijkheden die mensen ervaren bij het geloof. Die vijf die ik eerder genoemd heb.
2.1. God is onzichtbaar, niet te bewijzen Je kunt God niet zien, niemand kan bewijzen dat hij bestaat. Dat is waar. Maar we geloven veel wat we niet kunnen zien of bewijzen, uit geschiedenisboeken, uit de krant… Als dokter die vertelt dat je een hart hebt en dat die je bloed pompt geloof je dat, ook al heb je het nooit gezien. Je gelooft het, omdat je de mensen die het je vertellen vertrouwt. Zo hebben mijn ouders mij over God vertelt, en later de juf, de dominee en veel anderen. En ik vertrouw ze. Het is een kwestie van vertrouwen dat je gelooft wat bijbelschrijvers op papier gezet hebben. Bedenk: geloven is een relatie. God wil vertrouwd, niet bewezen worden.
2.2. zoveel godsdiensten Een tweede probleem wat je vaak hoort is: er zijn zoveel godsdiensten. Waarom zou het christelijk geloof het ware geloof zijn? Het christelijk geloof is uniek. Alle godsdiensten gaan er van uit dat je er zelf voor moet zorgen van de ellende verlost te worden. Zelfverlossing. Door je best te doen om goed te leven. Dan krijg je een mooie reïncarnatie, of verdien je een hemelse toekomst. Het christelijk geloof is anders: je kunt je zelf niet verlossen van de ellende, je krijgt die verlossing van God, je hoeft het alleen maar aan te pakken. Dit is een geloof wat mensen niet kunnen verzinnen. Mensen die een godsdienst verzinnen komen altijd bij zelfverlossing uit: je moet het verdienen. Een geloof wat dat niet heeft, dat kan een mens niet bedenken, daar kan alleen God mee komen. Dat geloof van de verlossing die je cadeau krijgt, dat betekent wel dat je iets van jezelf moet opgeven. Je behoefte om jezelf te redden. Misschien moeilijk om te aanvaarden dat een ander, Jezus moest sterven om jou te verlossen. Wij leven in een wereld waarin we gewend zijn onszelf te redden. Maar juist door jezelf te verliezen win je het goede leven met God.
2.3. slechte ervaringen Een derde probleem: Er is zoveel lijden in de wereld, dat bewijst wel dat er geen God bestaat. En ook met christenen heb je misschien slechte ervaringen. Laat ik dat allereerst als een waarschuwing neerzetten voor alle christenen. Kijk uit dat je niet door je gedrag voor andere mensen een struikelblok wordt om bij God te komen of te blijven! En verder? Betekent het lijden in de wereld dat er geen God bestaat? Belooft God dat hij je voor alle tegenslagen zal sparen? Nee, in de bijbel ontmoet ik gelovigen die honger en pijn lijden. Jezus heeft veel zieken genezen, maar velen bleven ziek of werden later opnieuw ziek en stierven. God belooft niet dat je niet door zware slagen getroffen wordt. Wat hij wel belooft, dat hebben we vorige week gelezen in Genesis 17: ik wil jouw God zijn. Ook door alle moeite heen. Dat betekent dat je los moet laten dat je leven zo moet lopen als jij wilt. Overgave. Aanvaarden dat iemand anders je draagt. Afhankelijkheid en vertrouwen spelen een belangrijke rol. Vertrouwen dat God de leiding heeft en dat het bij hem in goede handen is
2.4. de bijbel onbetrouwbaar? En dan de vraag of de bijbel wel betrouwbaar is: Om te beginnen zou ik willen zeggen dat de oude teksten vaak overgeschreven zijn, maar wel goed bewaard. Dat kun je zien als je de verschillende teksten met elkaar vergelijkt. Verder zou ik er op willen wijzen dat de bijbel een boek is dat niet te verzinnen is. Welke schrijver zou uit zichzelf bedenken dat de wereld in het begin goed geweest is? Wie zou er op komen om de mens de schuld te geven van alle ellende? En dat er alleen door Jezus redding is. En dat je alleen maar kunt geloven als je overtuigd wordt door de Heilige Geest? Let er verder op dat de bijbel een wonderlijke eenheid is. Het zijn boeken van tientallen verschillende schrijvers. Maar ze hebben één boodschap. Jezus zegt daarover dat ze allemaal van hem getuigen. (Johannes 5:37) Daarin zit de eenheid van die veelkleurige Bijbelboeken. Hoe meer je van de bijbel te weten komt, des te meer ga je er van zien. En die tegenstrijdigheden dan? Veel tegenstrijdigheden blijken bij nader inzien geen tegenstrijdigheid te zijn. Het probleem zit niet bij de betrouwbaarheid van de bijbel, maar bij de beperktheid van ons inzicht.
2.5. te slecht om door God aanvaard te worden? En dan nog een punt dat onder ‘bevindelijke’ en zwaarmoedige christenen veel speelt: Ik ben veel te slecht om door God aanvaard te worden. Inderdaad. Ik ben veel te slecht. Zo schrijven de bijbel en de catechismus daar over. Realistisch. De bijbel staat vol figuren als Abraham, Mozes, David en Petrus. Allemaal van die mensen waar God een hoop op aan te merken heeft. Maar juist zulke mensen wil God genadig zijn. Je kunt uit jezelf niet bij God in de smaak komen en het hoeft ook niet. God gunt je vergeving, neem het aan, je mag er zeker van zijn. Als je twijfelt, kijk dan maar naar het kruis, daar laat God je het diepste in zijn hart kijken.
Geloven kan moeilijk zijn. Richt je op God, zoals hij is, groot en verheven en tegelijk liefdevol en geduldig. Verlang er naar bij hem te horen en hem de leiding over je leven te geven. Richt je op zijn Zoon Jezus, die zoveel van zijn Vader heeft laten zien. Merk hoe dichtbij hij komt, en hoe groot hij tegelijk blijft. Bidt om de Heilige Geest. Amen
Doorgrond mij, ken mijn hart. We zingen Psalm 139:11 |