| De armen zijn altijd bij u (Marcus 14:7) |
|
|
Armoede in de wereld. Kunnen wij er wat aan doen? Wat is onze verantwoordelijkheid? Een preek voor de ‘Michazondag’ over het woord van de Here Jezus ‘De armen zijn altijd bij u’ (Marcus 14:7)
Liturgie Preek Is het haalbaar? In 2015 de armoede in de wereld gehalveerd. In 2015 alle kinderen in de wereld minimaal basisonderwijs. Minder kindersterfte. De verspreiding van aids tot stand brengen. 189 landen hebben in 2000 afgesproken aan 8 van zulke doelen te werken. Zou het lukken om ze alle 8 in 2015 te halen? Het lijkt er nog niet op. En Jezus zegt: ‘de armen zijn altijd bij jullie’. Is het bestrijden van de armoede geen onmogelijke taak? Is het niet zinloos? Al dat gezeur over armoede in de wereld… Je kunt er toch niks aan veranderen. Toch is dat niet wat Jezus zegt. Voor Jezus was de armoede een serieus probleem. Die woorden ‘Armen zullen er altijd zijn bij u’ komen uit Deuteronomium 15:11: ‘Armen zullen er altijd zijn bij u. Daarom druk ik u op het hart om vrijgevig te zijn tegenover iedereen in uw land die in armoede leeft of er slecht aan toe is.’ Dat er altijd armen zijn mag geen reden zijn om het dan maar zo te laten en de andere kant op te kijken. Nee, de Here wil ons met die woorden juist bewegen om er oog voor te hebben. Laat je hart open gaan én je portemonnee. Aan die instelling van God, die Gods mensen allemaal moeten hebben herinnert Jezus als hij het over de armen heeft die er altijd zullen zijn. En dat was ook Jezus’ eigen instelling. Onder zijn twaalf vrienden en leerlingen had hij er één aangewezen om een deel van hun geld te beheren en dat aan armen uit te delen. Dat was Jezus. Als déze Jezus zegt ‘de armen zijn altijd bij jullie’ dan bedoelt hij niet dat je je daar maar bij neer moet leggen en er niets aan hoeft te doen. Nee hij zegt juist: ‘De armen zijn altijd bij jullie, én jullie kunnen weldaden aan hen bewijzen wanneer je maar wilt’. Ze moeten het dus juist wel doen. Weldaden aan de armen bewijzen. Steeds weer. Wanneer je het maar wilt, iedere keer als je hart het ingeeft. Maar nu één keertje niet. Nu is het het moment om aan Jezus, die je niet altijd bij je hebt een weldaad te bewijzen. Zoals die vrouw doet die hem zalft met dure parfum. Straks komt de tijd voor haar om met haar geld de armsten te helpen. Die tijd komt er nog volop. En dan moet ze dat ook zeker doen, zoveel ze maar wil. Maar nu is het de tijd om aan Jezus een weldaad te bewijzen en daar heel veel geld voor over te hebben. Daarna gaat de zorg voor de armen weer door Eerst gaan we naar de Here Jezus toe, zoals die vrouw die Jezus zalfde. Het begint er mee, ook voor mij, hoe kostbaar hij is. Hij is me alles waard. Door Hem mag ik bij God horen. Vandaag en tot in eeuwigheid. Dat is het kostbaarste wat er bestaat. Daarna ga je er aan denken hoe je anderen kunt helpen. Je bidt voor kinderen die niet naar school kunnen. Je bidt dat de verspreiding van de aids en de kindersterfte stoppen. Je geeft, voor b.v. DVN. En je denkt na over de spullen die je koopt, kinderarbeid, eerlijke handel, milieubelasting en zo. En daarom staat er bij dat avondmaal ook een offerbus. Jongens en meisjes, heb je dat wel eens gezien. Straks zie je je vader en moeder en heel veel andere mensen naar voren komen om brood te pakken. En daar de wijn. Maar heb je wel eens gezien wat ze dáár doen? … Daar staat een bus waar ze geld in doen. Geld voor de armen. Waarom? Jezus heeft heel veel voor ons over gehad. Dat laat hij ons vandaag merken: zo heb ik mezelf aan jou gegeven. Jezus heeft heel veel voor ons arme zondaars over gehad. Laten wij daarom ook iets over hebben voor andere mensen die arm zijn. Let daar maar eens op. De armen en mensen die hulp nodig hebben zijn altijd bij u, in kerk, in wereld. |










