|
Jezus leert ons te bidden op weg naar zijn komst. Maar wat overkomt ons onderweg? Zeven briefjes aan het begin van de Openbaring vertellen er iets over.
Preek A.M. de Hullu - Zondag 22 maart 2009 predikant Apeldoorn-Zuid
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
Deze preek wordt u aangeboden voor eigen gebruik. De predikant vraagt u eerst contact met hem op te nemen als u deze preek wilt gebruiken voor andere doeleinden zoals het voorlezen in een kerkdienst of als studiemateriaal in verenigingsverband of anders.
|
Bidden op weg naar Jezus’ komst (3)
Liturgie Welkom Openingsbelijdenis Groet Psalm 18:1,9 Gebed Openbaring 2:1-7 Psalm 84:3,5 Preek deel 1 Psalm 119:13,14 Preek deel 2 GK Gezang 118 Apostolische geloofsbelijdenis GK Gezang 17 Gebed: GK Gezang 181b Mededelingen Collecten Psalm 116:1,10 Zegen
Bij de preek is een beamerpresentatie, met onder andere schematische overzichten van de Openbaring van Johannes.
Preek 1. Veilig Gods bestemming bereiken In 2009 zoeken veel Nederlandse de omgeving van Apeldoorn op voor een weekend of een vakantie in de rust van de Veluwe. Dat is wel eens anders geweest. Eeuwen geleden reisde je om deze streek heen als je veilig op je bestemming aan wilde komen. Een onbeschermde reiziger waagde zich niet op de Veluwe. Ja onderweg kan je van alles overkomen. Daar gaat het vanmiddag over. We zijn op weg naar een mooi land, een toekomst die God beloofd heeft. We hebben gezien dat de Here Jezus daar vol van is, van Gods koninkrijk en dat hij tegen ons, zijn leerlingen zegt: vraag maar ‘uw koninkrijk kome’. We hebben het er over gehad wat we onderweg nodig hebben. Ik ga op reis en ik neem mee… Vraag maar om brood voor onderweg, zegt Jezus. En we hebben het er over gehad wie het komende koninkrijk binnen mag. Vraag om vergeving van je zonden, zegt Jezus. Dat is de sleutel. En nu nog één ding: wat kan je overkomen onderweg? Wat leert Jezus ons te vragen met het oog op de gevaren van de reis? Hij verlangt er naar dat je veilig de bestemming bereikt. Dat verlangen van de Here Jezus klinkt in de laatste vraag die Hij ons leert te bidden. Vanuit datzelfde verlangen gaf Jezus aan Johannes de Openbaring op Patmos. En daar wil ik ook vanmiddag iets uit laten zien. Het draait om Jezus’ verlangen dat wij veilig onze bestemming bereiken. 2. Zeven brieven De Openbaring vertelt over die bestemming, in de laatste twee hoofdstukken, maar vertelt vooral veel over de reis. Het lijkt op het eerste gezicht een ondoorgrondelijk boek, maar als je het wat beter leert kennen valt dat wel mee. Na een zeven brieven, waar we straks op komen, komen we bij het grote middenstuk: hoofdstuk 4-16.
 We kijken de hemel binnen, op het moment dat Christus daar verschijnt. Zeg maar: hemelvaartsdag. Hij krijgt de boekrol waar alles in staat wat er moet gebeuren. Bij het openbreken van de zeven zegels wordt al een tipje van de sluier opgelicht. Zelfs al van het laatste oordeel. En dan beginnen al die gebeurtenissen. Er klinken ramshorens, soort sirenes. Plagen en rampen zijn alarmsignalen van de grote plaag die gaat komen. En aan het einde wordt die grote plaag uit zeven schalen achter elkaar over de aarde, de zee en de lucht uitgegoten. Dat is de kern van de Openbaring. Tussendoor komen er nog kleine andere visioenen of visioendelen.
In de laatste hoofdstukken krijgen we nog wat andere beelden.

Eerst over Babel, de stad, die net als in het oude testament iedereen verleid met rijkdom, occultisme en losbandigheid. De stad wordt als een hoer voorgesteld. In de Openbaring is die hoer Babel het beeld van de stad Rome. Openbaring 18 laat zien dat die stad verwoest zal worden. Dat is 300 jaar later ook gebeurd. En we krijgen dan opnieuw een doorkijkje naar het einde. Openbaring 20 laat de hele geschiedenis vanuit een ander gezichtspunt zien. Christus is het die regeert, totdat aan het einde Satan losgelaten wordt. Daarna komt het laatste oordeel. En in de laatste hoofdstukken krijgen we de eindbestemming te zien: het nieuwe Jeruzalem. Dat is wat we in de hoofdstukken na het grote middenstuk van de Openbaring te zien krijgen. En daarvoor… Daarvoor krijgen we het voorwoord. De aanbevelingsbrief. Of eigenlijk: zeven aanbevelingsbrieven.

Zeven verschillende gemeenten uit de werkomgeving van Johannes krijgen ieder een eigen brief. Brieven waarin Jezus zijn verlangen laat merken dat zij en wij door die hele reis heen veilig de bestemming bereiken.
Die brieven hebben alle zeven dezelfde opzet. Ze beginnen allemaal met: ‘Dit zegt Hij die…’ en dan volgt een naam waaruit blijkt dat Christus de brief gedicteerd heeft. Daarna volgen woorden van waardering, zoals voor de inzet en standvastigheid in Efeze en een vermaning, b.v. om de eerste liefde niet kwijt te raken. Alle zeven brieven sluiten af met de oproep: wie oren heeft moet horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt. En een belofte: ‘Wie overwint…’ en dan volgt iets over de toekomst van het nieuwe Jeruzalem. Al in die brieven komt het einde, de bestemming in beeld. Dat komt door heel de openbaring heen steeds weer terug. In de brieven, aan het eind van elke brief. In het grote middenstuk met de boekrol, de zegels, waarschuwingshorens en schalen. In de val Babel, of te wel: Rome. In regering van Christus En natuurlijk in de laatste hoofdstukken over de nieuwe wereld. Op allerlei manieren vertellen de visioenen over de reis naar het einde. We hebben te maken met plagen die het einde van de wereld aankondigen. We hebben te maken met rijke losbandige leven wat ons als de hoer Babel probeert te verleiden. Tegelijk is het de tijd waarin Christus regeert samen met de martelaren. We moeten het allemaal weten met het oog op de reis naar die bestemming waar Christus zo naar verlangt: Gods koninkrijk. En hij biedt het zijn kerken aan met zeven begeleidende briefjes. Dat zijn de stukjes van de Openbaring waar het meest over gepreekt wordt. Niet alleen omdat dat het gemakkelijkst is, maar ook omdat alles wat in de Openbaring staat in die briefjes in ons eigen leven gebracht wordt. In de dagelijkse strijd, op weg naar de mooie bestemming. Want het is een strijd. Ieder briefje eindigt met de belofte: wie overwint, die krijgt een plaats in dat land van de toekomst. Je komt daar aan door strijd heen. Het is de strijd om jouw ziel, tussen Satan en de Heilige Geest. Over beiden wil ik iets meer zeggen in deze preek. Eerst over Satan. 3. Satan, de tegenstander Hij wordt in vier van de zeven brieven genoemd. Ook in de andere brieven merk je iets van zijn werk. En je ziet het in de Openbaring terug komen. Bijvoorbeeld in Openbaring 12, een tussenvisioen over de draak, Openbaring 17 over de hoer Babel, waar Satan duidelijk achter, Openbaring 20 over de Satan die aan het einde van de tijd nog een korte tijd wordt losgelaten en daarna in de poel van vuur en zwavel wordt gegooid. Je reis naar Gods toekomst is een gevecht met Satan. In dat briefje aan de kerk in Efeze lazen we over mensen die beweren dat ze apostelen zijn. (2:2) Vermoedelijk komen zij met een verdraaid evangelie. Typisch iets voor de duivel. Je leest over veel verdragen om wille van Jezus’ naam. (2:3) Dat wil zeggen: vervolging om het geloof. Je leest er ook over de praktijken van de Nikolaïeten. (2:6) Dat zijn christenen die heel ver gaan in hun aanpassing aan de ongelovige levensstijl en waaraan je niet kunt merken dat ze christenen zijn. Dat verbergen ze. Satan heeft allerlei manieren om… Ja, wat eigenlijk? Waar is Satan nou op uit? In ieder geval dat wij niet de goede bestemming bereiken. In Openbaring 12 en 13 lees je daar meer over. Dat is een tussenstuk in het grote middenstuk van de Openbaring. Een grote vuurrode draak speelt daarin een prominente rol: Satan. Hij staat tegenover een vrouw die een kind krijgt. Een kind dat de volken zal hoeden met een ijzeren staf: Jezus dus. Hij probeert dat kind te verslinden, maar dat lukt niet. Dan probeert hij de vrouw, de kerk te achtervolgen. Dat lukt ook niet. Satan kan de kerk niet uitroeien. Wat hij dan doet is strijd leveren tegen het nageslacht van de vrouw, de gelovigen (12:17). Daarbij zet hij verschillende machten in, het beest uit de zee en het beest uit de aarde. Wat wil Satan: hij wil voorkomen dat je Gods bestemming bereikt. Eerst probeert hij Jezus te verslinden. Dan komt u nooit in Gods rijk. En als hij de kerk weet uit te roeien, heeft hij zijn doel ook bereikt. Maar als dat geen van beiden lukt, dan probeert hij jouw persoonlijk van God en van de kerk te vervreemden. En daarin bereikt hij aardige successen.
We zagen in dat eerste briefje al dat hij drie peilen op zijn boog heeft: dwaalleer, vervolging en aanpassing. Over dat laatste wil ik iets meer zeggen. Het is een belangrijk onderwerp in de Openbaring. Christenen werden in die tijd vervolgd om hun geloof. Zo was ook Johannes op Patmos terecht gekomen. Maar er was een manier om er aan te ontkomen: aanpassing. Dat was de de strategie van een zekere Nikolaüs en zijn volgelingen. Zij willen christen zijn, maar doen voor de schijn mee aan de verering van de keizer. In het derde briefje wordt het vergeleken met Bileam uit het oude testament. (2:14) Heidens offervlees eten… Ze deden mee aan de verering van de keizer als God. Dat meenden ze niet, ze geloofden dat God de enige God is. Ze deden alsóf ze de keizer aanbaden en voor hem offerden en gingen mee in de hele leefstijl die er bij hoort, ook het losbandige seksuele leven. In het vierde briefje wordt hetzelfde genoemd, maar dan wordt het met de naam van een zekere Izebel, een profetes verbonden. In die brief wordt naast keizerverering en losbandigheid nog iets anders genoemd: ‘verdieping in de verborgenheden van Satan’. (2:24) Daarmee zal occultisme bedoeld zijn. En naast keizerverering, losbandigheid, en occultisme zie je in de leefwereld van die zeven gemeenten ook nog het gevaar van de rijkdom. ‘U zegt dat u rijk bent en dat u alles hebt wat u wilt en niets meer nodig hebt’ (3:17) In deze vier verleidingen van het romeinse rijk: keizerverering, losbandigheid, occultisme en weelde herken je het oude Babel. In het laatste deel van de Openbaring wordt Rome dan ook getekend als de hoer Babel, die vernietigd gaat worden. En dat is ook gebeurd in het jaar 410. Een soort voorspel op het laatste oordeel. Ook na 410 zijn er steeds weer machten die iets hebben van het oude Babel en het oude Rome. Kijk maar naar onze cultuur. Geen keizerverering, maar wel materiele rijkdom. Het rijke leven brengt ons in de crisis. En het gaat ook bij ons gepaard met losbandigheid en occultisme. Vooral met vrijheid en weelde doet Satan zijn best om ons tot aanpassing te verleiden. Christen zijn, maar dan aangepast, onherkenbaar. Dit is het grote gevaar onderweg naar Gods land. Wij zien het niet altijd even goed. Jezus wel. Hij liet Johannes de Openbaring zien en liet die inleiden door zeven waarschuwende briefjes. En toen Jezus nog op aarde was zei hij al: Vraag maar aan God: Leidt ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze. Zondag 52 legt het uit:
Wat is de zesde bede? En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze. Dat wil zeggen: Wij zijn van onszelf zó zwak, dat wij zelfs geen ogenblik kunnen standhouden, en bovendien houden onze doodsvijanden - de duivel, de wereld en ons eigen vlees - niet op ons aan te vechten.
Satan, hij gebruikt de wereld om ons tot aanpassing te verleiden en hij speelt in op de wensen van ons eigen vlees, zoals vrijheid en luxe. In het Romeinse rijk en in onze wereld. Er staat nog meer in antwoord 127. Maar we zingen eerst Psalm 119:13 en 14.
4. De Geest, onze beschermer Onderweg naar Gods rijk worden we door Satan aangevallen. Verleidelijk is de aanpassing. Maar er is nog iemand die een grote rol speelt. Die briefjes aan het begin van de Openbaring met hun waarschuwingen tegen de Satan -die je in het vervolg van het boek in beeld krijgt- ze eindigen allemaal met de woorden: wie oren heeft moet horen wat de Geest tot de gemeente zegt. Het verraste mij dat de Heilige Geest hier genoemd wordt. Je zou verwachten dat er staat: hoor wat ík tegen de gemeenten zeg, of wat Christus tegen de gemeenten zegt. Maar hier wordt speciaal de Geest genoemd. Waarom? Omdat hij niet alleen woorden laat horen maar ook binnen in u werkt. Satan valt ons aan, maar de Heilige Geest is de kracht waardoor we tegenstand bieden. Dat is onze strijd onderweg.
Twee werkingen, twee vruchten van de Geest krijgen in dat briefje wat we gelezen hebben aandacht:
- Liefde, de eerste liefde, het echte enthousiasme voor de Here
- Trouw
Twee vruchten van de Geest. Die trouw, waar ik het eerst over wil hebben, is een echt kenmerk van Christus en zijn volgelingen. Je ziet het op alle fronten. In het huwelijk bijvoorbeeld, in de kerk. Maar hier gaat het over standvastigheid in de strijd. Het komt in die zeven briefjes steeds terug. Standvastig zijn in de strijd. Een trouw soldaat zijn van Christus. Dat je aan satan geen terrein prijsgeeft. Als je Risk aan het spelen bent en je moet het ene land na het andere prijsgeven, dan sta je op verliezen. Zo is het ook in ons gevecht met Satan. Vecht er voor om geen terrein prijs te geven, om je niet aan te passen. Vecht er voor door de kracht van de Heilige Geest. Laat je ogen openen om te zien hoe Satan terrein probeert te winnen. Meer vrijheid, minder toewijding. Laat je kracht geven om weerstand te bieden tegen de aanpassing. Juist als het gaat over relaties en seksualiteit gaan Bijbelgetrouwe christenen een eigen weg in onze samenleving, trouw aan de bijbel die een eigen weg wijst. Levenslange huwelijks trouw. Geen seksualiteit buiten die levenslange relatie. Seksualiteit alleen in de man-vrouw-relatie. En er is nog wel meer. De verschillen tussen de leefstijl van christenen en niet-christenen zitten voor een niet onbelangrijk deel op het gebied van relaties. Daar zit soms ook een moeilijk punt als je christen wordt. Onderschat dat niet als je al dertig of zeventig jaar christen bent. Maar begint hier geen aanpassing in te sluipen? Of vergis ik me nou? Heb je nog de moed om tegendraadse bijbelse standpunten uit te dragen en ook in je eigen leven vol te houden? Op het anders aanpassingspunt heeft Satan, ook hier in De Voorhof, al veel meer succes bereikt: rijkdom. Wij onderscheiden ons nauwelijks van de weelderige samenleving om ons heen. De crisis is terecht een waarschuwing van God genoemd. Onze samenleving moet gewaarschuwd worden voor de stijl van Babel die zich verrijkt ten koste van mens en schepping. En wij moeten daar net zo hard tegen gewaarschuwd worden. Ja nog harder. Want het gaat niet alleen ten koste van mens en schepping, maar het laat je ook van God vervreemden. Laat dat vooral tot je doordringen, dat wij een leventje om ons heen bouwen wat ons vervreemdt van het afhankelijk zijn van God. Natuurlijk, je mag genieten van al het moois wat God je onderweg geeft. Maar leer toch vooral uit zijn hand te leven. Dat brengt je verder in de richting waar je echt moet zijn. Laat de standvastigheid in de strijd samen op gaan met liefde. De eerste liefde. Het enthousiasme van iemand die God ontdekt heeft. Ik weet, het is een gevecht om dat steeds weer terug te vinden. In de verbeterpunten die u aangaf bij het project Leven in Verbondenheid heb ik iets van dat verlangen geproefd. Bid om de Heilige Geest, dat hij u er bij helpt.
Antwoord 127 uit de catechismus noemt eerst het gevecht met Satan en onze zwakke positie. Daarna dat gebed om de Heilige Geest, wat we zo nodig hebben:
Daarom bidden wij U: wil ons toch staande houden en sterken door de kracht van uw Heilige Geest, zodat wij in deze geestelijke strijd niet het onderspit delven, maar altijd krachtig tegenstand bieden, totdat wij uiteindelijk de volkomen overwinning behalen.
Waar begonnen we deze leerdiensten mee? Jezus verlangt naar het komende koninkrijk. Hij wil dat u er ook naar verlangt en God er om vraagt: Laat uw koninkrijk komen waar uw naam wordt geheiligd en uw wil wordt gedaan. En onderweg daarnaar toe: Geef ons het brood dat we nodig hebben, geen onnodige bagage, geen onnodige ballast. Vergeef ons onze zonden, zodat we er binnen komen. En geef ons kracht en bescherming bij de strijd onderweg. Amen |