• De-Voorhof-ons-kerkgebouw
  • bijble-als-richtsnoer
  • omhoog-kijken-naar-God
  • De Voorhof is ons kerkgebouw.
  • Wij zien de Bijbel als richtsnoer voor ons leven.
  • Wij zijn God dankbaar voor wat Hij ons hier geeft.

Nadenkertje

Als je iemand wilt laten zien dat je om hem geeft, geef hem dan je tijd.

Kerkdiensten

Afdrukken

Ik ga op reis en ik neem mee

Het leven is een reis naar een betere toekomst. Wat heb je nodig op die reis. Te veel bagage kan ballast zijn. Een preek over het gebed om brood voor onderweg. (Zondag 50)


Preek A.M. de Hullu - Zondag 9 maart 2009 
predikant Apeldoorn-Zuid 
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.  
    
Deze preek wordt u aangeboden voor eigen gebruik. De predikant vraagt u eerst contact met hem op te nemen als u deze preek wilt gebruiken voor andere doeleinden zoals het voorlezen in een kerkdienst of als studiemateriaal in verenigingsverband of anders.

Bidden op weg naar Jezus komst (1)

Liturgie
Welkom
Openingsbelijdenis
Groet
Psalm 33:1,5
Gebed
Doopformulier 1
LB Gezang 21:1
Doop
LB Gezang 21:7
Gebed
Openbaring 6
Psalm 33:7,8
Preek deel 1
LB Gezang 459:1,3,7,8
Zondag 50
Preek deel 2
GK Gezang 115
Geloofsbelijdenis van Nicea
Psalm 25:1
Gebed
Mededelingen
Psalm 146:3,4
Zegen

Bij de preek is een beamerpresentatie beschikbaar.

Preek
1.1. Bidden op wég naar Jezus’ komst (Onze Vader deel 2)
Ik ga op reis en ik neem mee… Kent u het spelletje? Ik begin en ik zeg:  ik ga op reis en ik neem mee: mijn muntenverzameling. De volgende gaat verder: Ik ga op reis en ik neem mee: mijn muntenverzameling en de strijkplank. De daar op volgende: Ik ga op reis en ik neem mee: mijn muntenverzameling, de strijkplank en de dvdspeler. En zo doet iedere volgende er iets bij: Ik ga op reis en ik neem mee: muntenverzameling, strijkplank, dvdspeler, tandenborstel, haarborstel, boekenkast, piano, decoupeerzaag, vogelkooi, salontafel, broodbakmachine en de wegenkaart. Totdat je aan de beurt bent en iets uit de opsomming vergeet, bijvoorbeeld de decoupeerzaag. Dan ben je af.
Op den duur wordt al die bagage te veel om het mee te nemen. Ik weet niet hoe dat bij u gaat, maar bij ons gaan daar ook altijd de discussies over als we onze vakantie voorbereiden. Wat moet er mee en wat laten we thuis? Wat hebben we nodig? En wat is alleen maar ballast? Je moet je reis goed voorbereiden.

Gaat u mee op reis? Daarover gaat het in de Openbaring. We gaan op reis naar het land waar het echt goed zal zijn. Het land van de toekomst. We bidden er om als we vragen om het koninkrijk waar Gods naam geheiligd wordt en Gods wil gedaan wordt.
In het tweede deel van Jezus’ gebed, de beden om dagelijks brood, vergeving en bescherming vragen we die dingen die we op de reis naar het komende rijk nodig hebben.

8 maart

Dagelijks brood

15 maart

Vergeving (de sleutel)

22 maart

Bescherming tegen de/het boze

5 april 

Hoe bidden (1)

19 april

Hoe bidden (2)

mei 

Zondag 1-4 (Van de Kamp)

 
 
   

 

 

 

Ik hoop daar deze maand drie leerdiensten over te houden. In april volgen dan nog twee preken over hoe je bidt. Ik ga op reis. En wat neem ik mee? Om te weten wat ik onderweg nodig heb op onze reis naar het beloofde land en wat we daarvoor moeten vragen aan God, ook aan dagelijks brood en dergelijke, luisteren we naar de Openbaring. Of misschien moet ik zeggen: we kijken mee, want het is eigenlijk een soort plaatjesboek. Johannes laat ons meekijken naar de visioenen die hij gezien heeft.

1.2. De grote lijn van de Openbaring
In het bijbelgedeelte zagen we het begin van de reis die God met ons gaat naar het land van de toekomst. Paarden staan klaar om weg te rijden. Een wit paard rijdt al weg. De reis die in een verzegelde boekrol besloten zit wordt ontzegeld en straks uitgerold. En aan paarden die klaar staan om weg te rijden zien we er al iets van hoe de reis zal zijn.  Bovendien krijgen we nog een doorkijkje naar de hemel en zelfs een blik op het einde.

Maar op het moment dat Johannes de boekrol te zien krijgt wordt hij nog niet uitgerold. Over welk moment hebben we het dan? Hoofdstuk 5 vertelt het, het hoofdstuk waarin de boekrol voor het eerst in beeld komt. (vers 6) Dan ziet Johannes iemand in de hemel die hij er eerst niet zag: Het lam dat er uitziet alsof het geslacht is. Jezus die na zijn offer aan het kruis de hemel binnenkomt. Vanaf hemelvaart en pinksteren beginnen de laatste dagen (Handelingen 2:16,17). Johannes krijgt dan eerst, wat we in hoofdstuk 6 lazen een verzegelde boekrol te zien.


 
Een boekrol waarin de reis naar het einde in opgesloten zit. Er zitten zeven zegels op, die één voor één verbroken worden. Bij het breken van de zegels krijgen we al iets van de komende reis, van onze tijd te zien. Als de zegels er af zijn en de reis begint, zien we in de volgende hoofdstukken een nieuwe reeks van zeven.  Er klinken zeven ramshorens, alarmsignalen, waarschuwende gebeurtenissen en rampen die iets van het komende einde laten zien. Dat loopt uit op een derde reeks van zeven. Wat we als eerst als alarmsignalen zagen wordt in zeven schalen achter elkaar uitgegoten over de aarde. Dat is het einde, de grote ramp die alles vernietigt.
Bij het verbreken van het  zesde zegel kregen we er al even een indruk van.

1.3. Zegels en paarden laten iets van de reis zien
Terug naar het begin. We gaan op reis naar het einde en wat nemen we mee? Wat vragen we voor onderweg? Wat hebben we nodig? Bij het verbreken van de eerste zegels zien we paarden klaar staan om weg te trekken. Als we daar eens goed naar kijken zien we iets van de reis. Vooral bij het tweede, derde en vierde paard. Het tweede paard is vuurrood. En de ruiter op dit paard, hij krijgt de macht om de vrede op de aarde weg te nemen, zodat de mensen elkaar afslachten. Hij krijgt een groot zwaard.
Verder gebeurt er niks. Er komt nog geen oorlog, geen bloedbad. Hij rijdt zelfs nog niet weg. Maar hij krijgt de macht om oorlog onder de mensen te brengen. We gaan op reis… en we moeten er maar op voorbereid zijn dat er oorlogen en slachtingen komen. Onze reis naar het land van de toekomst is geen vredige reis. We moeten, onderweg als we zijn, hier geen vredig leventje verwachten.

En er wordt meteen een derde zegel geopend. Een zwart paard komt er aan. De ruiter op dat paard heeft een weegschaal. ‘Een dagloon voor een portie tarwe en hetzelfde bedrag voor drie porties gerst.’ Het wijst op hongersnood. Olijfolie en wijn zijn er nog wel. Niet alles wordt schaars. Maar het brood wel. En die ruiter op het zwarte paard, die heeft daar macht over. Hij heeft de weegschaal in de hand. Hij heeft het in zijn hand dat het eten met een schaaltje wordt gewogen. Ja dat vinden wij nu normaal, eten afwegen. Maar in die tijd deed je dat alleen met spullen die heel schaars waren. Zeker niet met tarwe.

We gaan op reis… en het is nog maar de vraag hoeveel we te eten en te besteden hebben. Wees daar maar op voorbereid. Nog voordat dat zwarte paard wegrijdt gaat er al een vierde zegel open. En nog steeds kunnen we niks zien van wat er in die rol staat. Je moet immers alle zegels los maken voordat je kunt gaan openrollen. Zo zat zo’n boekrol in elkaar. Die zegels zaten naast elkaar aan de buitenkant en pas na het verbreken van het zevende zegel gaat het boek open. Maar voordat we iets van de inhoud zien weten we al dat we voorbereid moeten zijn op oorlog en honger. Ons vredige en luxe leventje is niet veilig op deze reis.
Als het vierde zegel opengaat zien we een vaalgeel paard.  De ruiter op dit paard heeft een naam: de Dood. En het dodenrijk komt achter hem aan. Hij krijgt macht over een kwart van de aarde om te doden. Oorlogen, honger, de zwarte dood, de pest, en de wilde dieren. Hij heeft het allemaal in zijn macht. De mensen zijn hun leven niet zeker.
Onze reis gaat door een wereld waarin zulke machten zijn. Oorlog, honger, dood.

1.4. Tweedeling onder de mensen
Bij het verbreken van het vijfde zegel is nog te zien dat het een reis is met geloofsvervolging. Het zal, zo staat verderop in de Openbaring, zelfs zo ver komen dat je zonder het merkteken van het beest geen handel kunt drijven. (Openbaring 13:16,17) Dat  wijst op een tweedeling onder de mensen. Er zijn er die gestempeld zijn door het beest, de handlanger van Satan. En het komt zo ver dat je, als je niet door hem gestempeld bent er helemaal uit ligt.
Soms merk je daar nu al iets van. Je wilt niet mee doen, omdat je gelooft en je komt er buiten te staan. Het houden van een vrije zondag kan soms al een belemmering zijn om mee te kunnen doen in de handel of in andere sectoren. Maar dat zou nog wel eens veel erger kunnen worden.
Die tweedeling onder de mensen zie je aan het einde van de Openbaring nog duidelijker. Je leest over twee steden: Babel en Jeruzalem. Het komende Jeruzalem heeft de toekomst. Maar voor dat het zo ver is, is Babel een machtige stad. Net als in het oude testament is dat Babel een macht van weelde en uitspattingen. In die tijd zag je dat in het oude Rome wat, zoals het visioen voorspelde, gevallen is. Maar je herkent het in het luxe en losbandige leven van onze tijd. Ga daar uit weg, zegt een stem uit de hemel. (Openbaring 18:4) Daar moet je niet bij willen horen.

Openbaring 14:4 spreekt over volgelingen van het Lam die maagdelijk blijven. Dat is niet sexueel bedoeld. Maagd is als een soort tegenstelling tot de hoer bedoeld. Die hoer is Babel. Daar moet je niet bij willen horen.

De rampen die over de wereld komen laten daar ook iets van voelen. De economische crisis. Maar die staat niet op zichzelf. Het Appel van Antwerpen, wat deze week gepubliceerd werd wijst er op dat er tegelijk een klimaatcrisis is en honger en armoede in de wereld. Dat maakt duidelijk dat het anders moet. We zijn er niet met herstel van de economie. Als iedereen straks weer uitgeeft en steeds meer uitgeeft, zoals het altijd was. Ten koste van zwakkeren dichtbij en ver weg. En ten koste van het milieu. Het Appel van Antwerpen pleit daarom voor een andere economie. Dat is mijn taak vanmiddag niet. Ik heb een boodschap voor u. En dat is: leef als mensen onderweg. Ik ga op reis, en ik neem mee…. Als ik te veel mee wil nemen, dan gaat het fout. Leef als mensen onderweg, pelgrims.
Laten we er van zingen uit Liedboek Gezang 459:1,3,7,8

2. Bidden om bagage
Zie nou in het licht van die pelgrimsreis je gebed om dagelijks brood. Een boterham voor onderweg, een lunchpakket. Die geest van afhankelijkheid ontmoet je in de woorden van de Here Jezus. De bergrede. De rede uit Matteüs 10 waarmee hij zijn leerlingen uitstuurt. En ook in Zondag 50.
(Zondag 50 lezen)

 We mogen alles vragen wat we nodig hebben.
Jezus zei (Johannes 14:13-14): En wat jullie dan in mijn naam vragen, dat zal ik doen, zodat door de Zoon de grootheid van de Vader zichtbaar wordt. Wanneer je iets in mijn naam vraagt, zal ik het doen.
En later zei hij het nog iets anders (Johannes 16:23b): wat je de Vader ook vraagt in mijn naam – hij zal het je geven. Tot nu toe hebben jullie niets in mijn naam gevraagd, maar vraag het en je zult het ontvangen. Dan zal je vreugde volmaakt zijn.

Je mag alles vragen en je zult het zeker krijgen. Klopt dat wel? Mag je zo maar alles aan God vragen? En er dan ook zeker van zijn dat je het krijgt? Zo is het toch niet?
Als je met de Here Jezus op weg gaat naar het beloofde land, dan mag je alles vragen wat je voor die reis nodig hebt. Bidt om die dingen en werk voor die dingen. Brood voor onderweg. Gezondheid, om Gods werk te doen in deze wereld. Bidden om een vriend, een vriendin om je leven mee te delen en op je weg met God steun te ondervinden. Bid met Gods koninkrijk voor ogen dan mag je hem alles, ja echt alles vragen.
En hij zal je ook alles geven wat je nodig hebt onderweg. Ja, hij weet soms nog weer beter wat goed voor je is dan je het zelf weet. Gods antwoord kan afwijken van jouw vraag. Daar is hij God voor. Maar het is nooit slechter dan je gevraagd hebt.
Soms lijkt dat wel zo. Paulus smeekte God driemaal om hem van doorn in zijn vlees te bevrijden. -wat hij daar ook maar precies mee bedoelt- maar God geeft het hem niet. (2 Korinte 12:7b-9a) Je hebt niet meer dan mijn genade nodig. Dan ben je zwak en dat is veel beter. Soms is zwakheid je kracht op de weg met Jezus. Soms is dat jij iets niet krijgt je kracht op de weg met Jezus. Als je niet kunt wat je zo graag zou willen. Als je niet die relatie krijgt waar je naar verlangt. Die genezing. Je gaat op reis. En dan moet je niet te veel bagage in je koffer hebben. Misschien moet je juist een extra kwetsbare reiziger zijn. Dan voel je nog meer dat God je beschermt.

De catechismus benadrukt dat ook. Verzorg ons zo dat wij u erkennen en niet op onze eigen kracht vertrouwen.Leer ons met uw gaven en zorg en met onze zwakheid en kwetsbaarheid als echte reizigers naar uw toekomst te verlangen.

Je gaat op reis, en je neemt mee… Verlang niet te veel bagage. Verlang vooral naar je reisdoel.
Amen