Liturgie
Welkom
Openingsbelijdenis
Groet
Psalm 96:1,8
Gebed
Matteüs 24:1-28
Psalm 11
Matteüs 24:29-36
LB Gezang 63
Zondag 48
Preek deel 1
GK Gezang 75:1,4,5,6
Preek deel 2
GK Gezang 79:5,6
GK Gezang 179a
Gebed
Mededelingen
Collecten
Psalm 98:4
Zegen
Tijdens de dienst werd gebruik gemaakt van een beamerpresentatie, waarin de geciteerde teksten werden geprojecteerd en de schema’s in punt 3.
Preek
1. Jezus’ verlangen: een hemels rijk op aarde
Weet u wat dit is? Een rozenkrans. Of eigenlijk een rozenhoedje, want een rozenkrans is drie keer zo lang. En snoer wat in de middeleeuwen gebruikt werd en in de rooms-katholieke kerk nog steeds om bij iedere kraal een gebed uit te spreken. Een ‘Wees gegroet’ voor Maria of het ‘Onze Vader’. Dat herhaald bidden van hetzelfde gebed is bedoeld om het goed op je in te laten werken. Het gevaar is natuurlijk dat het een soort sleur wordt zonder dat je beseft wat je zegt. Je spreekt de woorden wel uit, maar ze leven niet in je hart. Dat gevaar loop je ook zonder rozenkrans (!): je spreekt de woorden van het Onze Vader uit, maar het gaat buiten je hart om.
Wat ik u vanmiddag wil meegeven is dat bij de Here Jezus, die ons het gebed geleerd heeft, die woorden uit het hart kwamen. De vraag waar we het vanmiddag over hebben, de tweede ‘Laat uw koninkrijk komen’, dat kwam bij Jezus echt uit zijn hart.
Zijn boodschap was ‘Het koninkrijk van God is nabij gekomen’. (Marcus 1:15) Daar heeft op allerlei manieren over verteld. Hij heeft het met wonderen onderstreept. En hij eindigde met een preek over zijn terugkomst als rechter en koning. Het komen van Gods koninkrijk dat leefde voor hem, daar was hij vol van. Bedenk, we hebben daar met kerst over gelezen, dat hij uit de hemel kwam. Hij noemde het koninkrijk van God ook vaak het hemels koninkrijk. (Matteüs 4:17)
Bij Marcus en Lucas is het altijd ‘Gods koninkrijk’, bij Matteüs ‘het hemels koninkrijk’. Kennelijk gebruikte Jezus die woorden afwisselend. Een rijk wat uit de hemel komt, wat hemels is. Jezus weet er alles van hoe het daar is. Hij houdt van de hemel.
En hij houdt ook van de aarde en verlangt er vurig naar dat het hier een hemels rijk wordt.
Als je Jezus zag, als je hem hoorde praten dan voelde je dat. Dan ging het ook voor jou leven. Ja, veel mensen keken niet goed en luisterden maar half. Ze dachten er niet diep over na en lieten het niet op zich inwerken. En dat komt nu nog veel voor.
Maar als je dicht bij de Here Jezus komt, zoals de bijbel hem laat zien en horen, dan voel je zijn drive in de richting van het komend koninkrijk.
Wat laat hij er van zien? Dan zou ik allereerst zijn wonderen willen noemen. Dat zijn eigenlijk altijd wonderen die de mensen dichtbij komen. Veel wonderen waren genezingen van zieken. Dat voel je in je eigen lichaam, dat verandert je heel sterk. Denk bijvoorbeeld aan een blinde, die geneest. Er verandert iets aan zijn ogen, die doen het weer of voor het eerst. Maar als hij zijn ogen gebruikt, dan ziet hij Jezus, dan ziet hij mensen, dan wordt het hem weer een stuk gemakkelijker om contact te hebben met mensen, om zijn benen te gebruiken en mobiel te worden, om zijn handen te gebruiken. Dat is Gods koninkrijk. Weer mens zijn samen met andere mensen, in Gods schepping, met het zicht op Jezus. Gods koninkrijk is veel meer dan een lichaamsdeel wat het weer doet. Het is een nieuwe wereld waarin je nieuw mens bent. Heel mooi zie je het ook in de genezing van een melaatse. Een man wordt bevrijd van de ziekte waardoor hij op afstand van de mensen moet leven. Nooit iemand aanraken. Nooit een gesprek op fluisterafstand. Dat komt Jezus veranderen. Hij toont ontferming en spreekt van vergeving. In de bergrede spreekt hij van vrede en gerechtigheid. In het wijnwonder en het broodwonder laat hij de overvloed van het komende rijk zien.
Bij de genezing van de slaaf van een romein vertelt hij over niet joden uit oost en west die samen met het joodse volk feestvieren in het hemelse koninkrijk. (Matteüs 8:11) Voor gelovigen uit het joodse volk en uit de andere volken is er één toekomst. Paulus zegt later dat de tussenmuur die scheiding maakte is weggebroken. (Efeze 2:13-14) De scheidingsmuur tussen joden en niet joden. Voor iedereen die in Jezus gelooft is er één en dezelfde toekomst. Het koninkrijk van God. De profeten van het oude testament beloofden het al. Maar het blijkt nu niet alleen voor het joodse volk te zijn. Een wereld waar de Here Jezus naar verlangt en waarvan Hij tegen ons zegt: vraag nou maar: laat uw koninkrijk komen.
2. Wanneer komt het?
Wanneer komt dat rijk? Johannes de doper zei al: het koninkrijk van de hemel is dichtbij. (Matteüs 3:2) Hij had het over iemand die zou komen (Matteüs 3:11) en over een rijk wat zou komen. Het hoort bij elkaar. De komst van Jezus brengt het koninkrijk van God. Ja, dat is zo. Maar als Jezus komt, dan heeft is ook zijn boodschap dat het koninkrijk van God er aan komt. (Matteüs 4:17) Hij leert zijn leerlingen te bidden om een kómend koninkrijk. Tot het laatste toe blijft de Here Jezus spreken over een rijk in de toekomst. Hij gebruikt woorden als ‘ingaan’ in dat rijk en het ‘beërven’. Dat doen zijn discipelen trouwens ook in hun brieven. In zijn laatste toespraak, waar we vanmiddag een stuk uit gelezen hebben koppelt hij het aan zijn terugkomst. (Matteüs 25:31, 34) Hij gaat dus eerst vertrekken en komt pas later weer terug. Dan pas komt dat koninkrijk.
Ja een enkele uitspraak van Jezus wekt de indruk dat het al gekomen is. (Matteüs 12:28) Maar dan moet je bedenken dat Jezus op dat moment geen uitspraak wil doen over het moment waarop het komt. Het is een uitspraak uit een heel ander soort discussie, waarin Jezus wil duidelijk maken dat die genezingen een stukje van het komende koninkrijk zijn. Het komende rijk is er nog niet, Jezus laat er alleen af en toe een klein stukje van zien. Heel indrukwekkend. Maar het rijk komt pas later. Daar verlangt Jezus vurig naar. Als je hem hoort praten dan krijg je het gevoel dat het niet lang meer kan duren.
Daar heb ik een vraag over gekregen. Jezus zegt dat zijn generatie het nog mee zal maken. Bij Matteüs lees je dat in drie teksten:
- Matteüs 10:23
- Matteüs 16:28
- Matteüs 24:34
1. Matteüs 10:23
Wanneer ze jullie vervolgen in de ene stad, vlucht dan naar de volgende. Ik verzeker jullie: voor je in elke stad van Israël bent geweest, zal de Mensenzoon gekomen zijn.
Het klinkt alsof de apostelen nog in hun leven mee maken dat Jezus terugkomt.
In de tijd dat ze van stad tot stad vluchten in Israël. Maar dan moet je eens kijken wat er letterlijk staat. Als je het in de Statenvertaling opzoekt lees je dat er letterlijk iets staat wat je kunt vertalen als: ‘je zult de steden van Israël niet klaar hebben’. De statenvertalers hebben tussen haakjes toegevoegd: je reis door de steden van Israël. Maar als we die toegevoegde woorden eens weglaten, dan zou je het ook zo kunnen opvatten: ‘je zult de bekering van Israëls steden niet voltooien voordat de mensenzoon komt.’ Jezus komt terug, niet tijdens de vlucht van de apostelen van stad tot stad, maar wel voordat al Israëls steden bekeerd zijn. Deze tekst houdt dus de mogelijkheid open dat het langer duurt dan een mensenleven.
2. Matteüs 16:28
Ik verzeker jullie: sommige van de hier aanwezigen zullen niet sterven voor ze de komst van de Mensenzoon en zijn koninklijke heerschappij hebben meegemaakt.
Een deel van de mensen met wie Jezus spreekt leeft dus nog als Jezus terugkomt. Maar bedoelt hij dan leven op aarde of leven in de hemel?
Ook hier wil ik de statenvertaling eens naast zetten:
Voorwaar zeg Ik u: Er zijn sommigen van die hier staan, dewelke den dood niet smaken zullen, totdat zij den Zoon des mensen zullen hebben zien komen in Zijn Koninkrijk.
Wat in de Nieuwe Bijbelvertaling was is gladgestreken merk je hier: Jezus gebruikt een ongewone uitdrukking: de dood smaken. Daarbij kun je aan sterven denken: voor jullie dood kom ik terug. Maar ik denk eerder dat hij niet voor niets die bijzondere uitdrukking gebruikt. Bij de komst van de mensenzoon zal iedereen uit zijn graf komen. Maar er zijn er die in die tussentijd de dood niet proeven. Zoals Jezus later bij het graf van Lazarus zegt: als je in mij gelooft dan leef je, ook al ben je gestorven.
3. Matteüs 24:33,34
Zo moeten jullie ook weten, wanneer je dat alles ziet, dat het einde nabij is. 34Ik verzeker jullie: deze generatie zal zeker nog niet verdwenen zijn wanneer al die dingen gebeuren.
Wat zijn al die dingen die Jezus’ generatie nog gaat meemaken? Bedoelt hij daarmee zijn terugkomst? Nee, al die dingen die ze zien en die op het naderende einde wijzen. De verwoesting van de tempel, waar ze Jezus naar gevraagd hadden en waar hij uitgebreid over vertelde. Het is gebeurd in het jaar 70. Jezus generatie heeft het inderdaad meegemaakt. En toen begon de grote verdrukking. Een voorteken van het komende einde. Tussen de verwoesting van de tempel in het jaar 70 en de terugkomst op de jongste dag zit alleen nog de periode van grote verdrukking. De periode van evangelieverkondiging en vervolging waarin Christus met enorme vaart de wereldkerk aan het bouwen is. Van ons uit gezien lijkt het langzaam, maar van hem uit gezien zit er een enorme vaart in. Het is een spannend gevecht tussen God en satan. En de grote verdrukking, de vervolging van Israël en de kerk wijst er op dat Satan, ondanks het feit dat hij gebonden is met zijn laatste wanhoop vecht om Gods werk kapot te maken. Daaraan merkten Jezus tijdgenoten na het jaar 70 al dat het einde dichterbij kwam en als wij onze ogen er voor open hebben, voelen we het ook.
Jezus wil snel naar de komst van het koninkrijk toe. In zijn werk aan de kerk en Satans tegenstand daartegen voel je hetzelfde als wat in Jezus eerste prediking klonk: Het koninkrijk van God komt er aan. Een hemels rijk op deze aarde. Hemel en aarde worden één. Iemand vroeg: waarom moet er nog een nieuwe hemel komen als Gods woonplaats bij de mensen is. Inderdaad: Gods woonplaats, de hemel is bij de mensen op aarde. De nieuwe hemel en de nieuwe aarde zullen geen afzonderlijke hemel en aarde zijn maar één. Een hemelse aarde.
Laten we er van zingen. Nu gaan de bloemen nog dood. GK 75:1,4,5,6
3. Eén of twee terugkomsten?
Door verschillenden van u is de vraag gesteld: moeten we aan één terugkomst van Jezus denken of aan twee?
Wij zijn vertrouwd met de voorstelling van één terugkomst. De oude belijdenissen van de christelijke kerk hebben het er over dat Jezus is opgevaren naar de hemel om aan de rechterhand van God te gaan zitten en daarna terug te komen om te oordelen.
Vaak is er ook voor gepleit aan twee terugkomsten te denken. Met name de laatste tijd is die verwachting populair onder invloed van de romanserie ‘De laatste bazuin’ van Tim Lahaye.
Het valt op dat er op verschillende manier over Jezus terugkomst gesproken wordt.
Alleen al in Matteüs 24.
- We hoorden dat Jezus bij de gruwelijke toestanden rond de verwoesting van de tempel nog niet terugkwam. Nee, hij komt als en bliksemschicht die vanuit het oosten weerlicht tot het westen. (vers 27)
- Later hoorden we over een komst na de grote verdrukking –verschrikkingen zegt de Nieuwe Bijbelvertaling- met veel geweld en bazuingeschal. Alle mensen zullen het zien. (vers 30-310
- Nog weer later heeft Jezus het over komen als een dief. En een dief die komt ongemerkt, neemt iets weg en vertrekt weer. (vers 43)
Als je dit zo leest zou je aan twee komsten kennen denken. Eerst komt hij als een bliksemschicht, als een dief en neemt hij de gelovigen mee en vertrekt weer naar de hemel. Daarna komt hij voor een tweede keer als de machtige koning van Israël, die zijn volk van alle vijanden bevrijdt, 1000 jaar regeert en daarna oordeelt en een nieuwe wereld brengt.
In een schema ziet het er zo uit:

Toelichting:
- De periode tussen opstanding en opname is de periode waar we nu in leven.
- Dan komt Jezus’ eerste komst. Hij komt naar de aarde zoals een dief komt om iets mee te nemen. Hij neemt de gemeente mee naar de hemel. Er worden twee teksten genoemd die over die eerste komst spreken 1 Tessaloncenzen 4:16/17: er klinkt een bazuin, Jezus daalt neer de gestorven gelovigen staan op en wij gaan samen met hen de Heer tegemoet in de lucht. Een andere tekst, 1 Korinte 15:52, spreekt ook over een bazuin, de laatste bazuin. Dan worden de doden opgewekt en dan veranderen wij ook. Allemaal krijgen we een onsterfelijk lichaam. Hier wordt trouwens niet echt over een opname in de hemel gesproken en bij een bazuin die het einde inluidt denk je ook niet direct aan een eerste wederkomst waar nog een tweede op volgt. Ik wil nu vast opmerken dat schriftbewijs voor die eerste terugkomst om de gemeente op te nemen een zwakke schakel in heel deze gedachtegang is.
- Terwijl de gemeente in de hemel is beleeft de aarde de tijd van Israël. Eerst de grote verdrukking. Hier staat een periode van 7 jaar bij, ontleend aan het boek Daniël. In Daniël 9 wordt over een periode van 490 aaneengesloten jaren gesproken, waarvan de laatste 7 jaren jaren van verdrukking zijn. Wat er over die vijf eeuwen verteld wordt kun je vrij goed herkennen in de tijd na Daniël, inclusief die laatste zeven jaar. Maar nu wordt wel gezegd dat van die 490 jaren er 483 in de tijd tussen Daniël en Pinksteren vallen. Dan komt er een onderbreking van 2000 jaar of meer, de tijd van de kerk. En daarna komen dan die laatste 7 jaren. Dan is de kerk weg en gaat Gods weg met Israël verder. Israël beleeft dan de tijd van grote verdrukking. Als je Daniël 9 leest is deze uitleg, met dat gat van 2000 jaar heel gezocht en het nieuwe testament dwingt ons ook niet om het toch zo te lezen.
Overigens moet je er mee uitkijken dat je wat je in het boek Daniël leest niet te gemakkelijk op de eindtijd kunt betrekt. Dat gebeurt wel vaak. Het boek Daniël is wel het enige waar het woord eindtijd een aantal keren in voor komt, maar daarbij gaat het lang niet altijd over het einde van de wereld.
- Daarna komt Christus 1000 jaar regeren in Jeruzalem. Dat is de periode waarin Gods beloften aan Israël vervuld worden. Die periode van 1000 jaar wordt in Openbaring 20 genoemd.
Ik wil nu niet alle onderdelen van dit schema bespreken. Ds. Van de Kamp zal over enkele weken preken over de opname van de gemeente en het duizendjarig rijk. Ik beperk mij tot het toekomstbeeld van Matteüs 24, wat veel eenvoudiger is.

Op de vraag naar de verwoesting van de tempel en de terugkomst heeft Jezus het eerst over die verwoesting. Als hij het over de verwoestende gruwel op de heilige plaats heeft is dat de verwoesting van Jeruzalem (vgl Lucas 21:20). Er komt dan een tijd van grote verschrikking. En dat is één grote verschrikking tot aan de komst van Jezus. Jezus zegt: ‘Meteen na de verschrikkingen van die dagen…’ en dan noemt hij de tekenen die zijn terugkomst aanduiden.
Terwijl hij over die grote verdrukking spreekt, heeft hij het al even over zijn terugkomst. Mensen zullen zeggen: kijk daar is de Messias. Maar nee zegt Jezus, dan nog niet. Hij komt als een bliksemschicht die weerlicht van oost naar west. Dat wel zeggen: niet iemand die hier of daar is, maar zichtbaar voor de hele wereld. En dat is precies wat hij iets later vertelt over zijn terugkomst direct na de grote verdrukking. Inderdaad als een bliksemschicht. Het heelal komt in beweging, zon, maan en sterren. Daarbij moet je niet denken aan een zonsverduistering of een maansverduistering of iets van die orde van grote. Dit soort verschijnselen spelen een rol bij de gedachte dat in 2012 de opname van de gemeente zal plaatsvinden. Maar in Matteüs 24 lees je over een soort heelal-beving. Iedereen zal merken dat Jezus komt.
Hij komt als een dief in de nacht. Dat wil niet zeggen dat hij ongemerkt komt om iets weg te nemen. Jezus gebruikt dat beeld juist om aan te geven dat hij op een moment komt wat je niet van te voren weet en wat voor velen onverwacht komt. Paulus haakt later bij dat beeld aan en zegt: zorg dat het jou niet overvalt als een dief. (1 Tessaloncenzen 5:4) Zorg dat je voorbereid bent op zijn komst.
Met die glorieuze komst van de heer komt het laatste oordeel, zo lezen we in het vervolg van Jezus’ toespraak in hoofdstuk 25. De schapen en de bokken worden gescheiden. En dan komt voor de gelovigen Gods koninkrijk.
Een eerdere komst van Jezus om de gelovigen op te halen past niet in dit plaatje. Juist bij de komst ná de grote verdrukking brengen de engelen de uitverkorenen uit de hele wereld bijeen.
Een grote verdrukking daarna komt er ook niet meer. Van de grote verdrukking tussen tempelverwoesting en terugkomst zegt Jezus dat het de grootste is van alle tijden. Zoiets komt er later nooit weer.
Een duizendjarig rijk, met daarna een korte loslating van satan past niet na Jezus’ terugkomst. Dan is de grote verdrukking immers voorbij. De langdurige regering van Christus waar Openbaring 20 over spreekt moet voor Jezus terugkomst plaatshebben, waarschijnlijk vanaf de hemelvaart.
Waarom dan toch aannemen dat er na een eerste wederkomst voor de kerk een tweede wederkomst voor Israël moet komen? Jezus heeft die scheiding toch weggenomen? Er is één toekomst voor de gelovige jood en de gelovige niet-jood. De vervulling van Gods beloften is nooit los te denken van Jezus de Messias. Buiten hem is er voor Israël en voor de andere volken geen vervulling van Gods beloften. Is een aparte behandeling van Israël nodig omdat God nog zoveel beloften aan Israël niet vervuld heeft? Maar God kan toch al die beloften vervullen na Jezus’ terugkomst?
4. Onze opdracht
Eén mooie toekomst voor heel Gods volk, dat is waar Jezus heen wil. Zijn preken en zijn optreden op aarde waren er vol van. En wij? Wat verlangt Jezus van ons?
Twee dingen:
- Het eerste zei hij al in zijn eerste preken: bekeer u want het koninkrijk van God is dichtbij gekomen. Op een moment dat je er niet op rekent, zoals die dief, zal het zo ver zijn. Nog heb je de tijd om je tot God te bekeren en anderen te bekeren. Als hij vandaag terugkomt zal hij geloof vinden, ook bij u? Iemand wees mij er op dat we wel bidden om zijn terugkomst, maar niet om te ontkomen aan de dingen die gebeuren gaan (Lucas 20:36). Aan welke dingen? Als leerling van Jezus ontkom je er niet aan dat je allerlei moeiten te dragen krijgt. Maar bidt er vooral om dat je ontkomt aan het komende oordeel. Dat God je genadig is, je zonden vergeeft en je trouw maakt. De catechismus zegt het in zondag 48 zo dat je Christus nu al als Koning over je leven laat regeren.
- Het tweede wat Jezus verlangt is ons gebed om Gods koninkrijk. Herhaal het keer op keer. Dat mag zonder rozenkrans, maar wel met herhaling en vasthoudendheid.
Iemand vroeg: waarom komt hij nou nog steeds niet? We bidden al zo lang. Helpt het wel dat wij bidden. Volgende week wil ik daar nog wel wat over zeggen.
Waarom komt hij nog steeds niet?
Maar vraag het eerst maar eens aan Jezus.
Amen.
|