Liturgie
Welkom
Openingsbelijdenis
Groet
Psalm 72:1,2
Wet en samenvatting
GK Gezang 156
Gebed
Genadeverkondiging (Romeinen 4:3, 11b-12, 23-25)
GK Gezang 49
GK Gezang 35:1,6,7
Marcus 7:14-30 (tekst: vers 24-30)
Psalm 72:5,8
Preek
Psalm 72:6,7
Gebed
Mededelingen
Collecten
Psalm 67:1,2
Zegen
Preek
1. Gods oude volk
Bedankt voor alle goede wensen die mijn vrouw en ik bij de jaarwisseling van u gekregen hebben. Ook wij wensen u Gods zegen toe voor het nieuwe jaar. Op verschillende kaarten kwam het woord verbondenheid voor. Een verbonden 2009 werd ons toegewenst.
Daar bidden we om en daar werken we aan in onze gemeente. Een paar weken geleden hebben we in 20 groepen gesproken over God als God van verbondenheid. Over de drie-eenheid en over het verbond. Deze week hebben we in al die groepen het tweede gesprek. Dan hebben we het over verbondenheid tussen mensen. Wat is de verbondenheid tussen Gods mensen?
Het is iets ouds, waar God al aan werkt zo lang er mensen zijn. Heel lang heeft hij zich daarbij tot één volk beperkt: het joodse volk. Ze waren met elkaar verbonden omdat ze één volk waren. Ze stamden allemaal af van Abraham. Ze hadden één God en de dienst aan die ene God. God zorgde dat je duidelijk kon zien dat ze bij elkaar en bij hem hoorden. De jongetjes werden besneden. Ze hadden speciale regels over het eten: geen varkensvlees bijvoorbeeld. Aan de joodse tafel, in het joodse urinoir, in de slaapkamer, overal kon je zien: dit is een apart volk. Het was één groot project van verbondenheid.
Je ziet waar God op uit is. Maar in 2009 werkt het niet meer op die manier. God is niet veranderd, maar de manier waarop verbondenheid met hem en met elkaar gezien en beleefd wordt wel. Hoe doet God het nu? Ik wil u meenemen naar het moment dat God het veranderd heeft.
2. De grens over
We luisteren naar een gesprek tussen Jezus en een pittige dame. ‘De vrouw die Jezus veranderde’ heette een boek wat een paar jaar geleden over haar uitkwam. Het is wat overdreven om te zeggen dat ze Jezus veranderd heeft, maar ze kreeg hem wel zo ver dat hij iets deed wat hij eerst niet wilde doen. Ja, je ziet God met een echt menselijk gezicht.
Hij is dan in Libanon, in die tijd het land van Tyrus en Sidon. De grens over naar het noorden. Waarom eigenlijk? Het is de eerste keer dat we Jezus de landsgrens over zien gaan, als je de vlucht voor Herodes naar Egypte niet meerekent.
Ook nu heeft het iets van een vlucht. De confrontatie met de geestelijke leiders van het joodse volk is hard geworden. Die leiders zijn steeds sterkere nadruk gaan leggen op de gewoonten en regels waardoor de joodse mensen verbondenheid beleven. Iets wat God bedacht heeft, maar wat door hun hameren op tradities, uit de hand gaat lopen. Terwijl Jezus, Gods eigen Zoon juist een andere kant op wil. De confrontatie komt als ze Jezus’ leerlingen verwijten dat ze brood eten met ongereinigde handen. In het gesprek dat volgt verwijt Jezus hen schijnheiligheid. En hij gaat nog een stap verder. Hij zegt dat je helemaal niet onrein kunt worden door wat je eet. Niet door wat je mond binnengaat, maar door wat uit je mond naar buiten komt. Het lijkt alsof het terloops gezegd wordt in een ruzie, maar in feite schaft Jezus daarmee alle reinheidswetten rond het eten af waardoor het joodse volk anders was dan de andere volken. In een paar woorden is de scheiding tussen Israël en de andere volken weggevallen. Dat pikken de joodse leiders natuurlijk niet. Jezus is nu niet meer veilig voor hen. Hij moet zich terug trekken.
En zo zien we hem in het land van Tyrus en Sidon ten noorden van Israël. Waarom is hij de grens overgegaan? Om, nu de scheiding weggevallen is, ook de mensen daar, de Syro-Feniciërs als volgelingen rond hem te verzamelen? Nee, dat wil hij niet. Hij gaat een huis binnen en wil niet dat iemand het te weten komt. Dat wil hij echt niet. Het is niet maar: doen als of hij het niet wil. Nee, hij trekt zich hier terug om Israël tot rust te laten komen. Om later terug te komen en met zijn werk door te gaan. Zoveel houdt hij nog van zijn volk Israël. Het is nog te vroeg om zich uit de weg te laten ruimen door de leiders. Het is nog te vroeg om Israël achter te laten en naar andere volken te gaan. Hij heeft de grens open gezet, maar houdt nog heel veel van zijn volk.
Dat merk je ook aan wat hij zegt tegen die vrouw die hem ontdekt heeft. Ik zei al: een pittige dame. Ze stapt meteen op hem af. Ze heeft het niet makkelijk. Ze heeft zorgen over haar dochter. Die is bezeten door een demon. U weet misschien uit ervaring wat het is om je zorgen te maken over je kinderen. Maar de meesten van ons weten niet uit ervaring wat het is om je zorgen te maken over een kind wat bezeten is door een demon. Ook over de grens werkt de duivel met zijn demonen die Jezus al zo vaak tegengekomen is. De vrouw vraagt hem om haar dochter te bevrijden van de demon. Ja ze smeekt het. Zie je die dame op haar knieën aan Jezus’ voeten zitten? Hoor je haar smeekbede? Je merkt hoe hoog de zorgen over haar dochtertje zitten. Maar Jezus zegt: Nee. Hij is niet gekomen om onder de niet-joden te gaan werken. Hij trekt zich terug om veilig af te wachten wanneer hij weer onder de joden aan het werk kan. Daar gaat zijn liefde naar uit. Daar ligt zijn taak nog, ook al heeft hij de grenzen opengezet.
Jezus maakt het haar duidelijk met een gelijkenis. ‘Eerst moeten de kinderen genoeg te eten hebben. Want het is niet goed om het brood van de kinderen te nemen en het aan de honden te voeren.’ De Here zal niet bedoeld hebben de niet joden als honden uit te schelden, maar hij maakt wel duidelijk dat de joden de kinderen zijn die zijn liefde en zijn prioriteit hebben.
3. Gods nieuwe volk
En dan gebeurt er iets wonderlijks. De Syro-Fenicische laat merken dat ze inderdaad een pittige dame is. Met een gevat antwoord krijgt ze Jezus zo ver dat hij doet wat hij eerst niet wilde. Wel heel eerbiedig en vol respect voor Jezus en zijn plan. Nadat de magiërs uit het oosten 32 jaar geleden al voor hem geknield hadden, knielt hier een wijze uit het noorden. ‘Ja Heer’ zegt ze tegen hem. Heer, ze erkent hem als Heer.
Ja, inderdaad, eerst de kinderen. ‘Maar dan vallen er toch kruimels op de grond die de honden opeten’
Haar woorden raken het hart van de Heer. Omdat ze zo ad rem zijn? Omdat ze zoveel ontzag en vertrouwen in hem heeft. Dat komt in haar gevatte antwoord naar buiten. Ze respecteert Jezus en zijn liefde en prioriteit voor zijn volk. En tegelijk weet ze dat hij als enige kan helpen en durft ze hem te vertrouwen en aan te dringen.
Jezus merkt in die woorden wat er in haar hart leeft. Tegen de joodse leiders had hij gezegd dat je niet onrein wordt door wat je mond ingaat, maar door wat vanuit je hart door je mond naar buiten komt. Zoals hun schijnheilige uitspraken, die maken een mens onrein. Die komen uit een onrein hart voort. Maar uit de mond van deze vrouw hoort hij woorden die uit een ander hart komen. Zulke woorden, zulk geloof in de Heer Jezus, dat maakt een mens rein voor God. Dan kent hij genade. Hij bevrijdt haar dochter. Ook zij mag, zoals we het woensdagavond in al die uitdrijvingen zagen alvast iets van het komende koninkrijk ontvangen.
Je ziet hier een heel klein begin van iets heel groots. De grenzen gaan open. God brengt uit alle volken een volk voor hem bijeen. Een nieuw project van verbondenheid. Niet met spijswetten en besnijdenis. Maar verbondenheid in geloof.
De Heer zoekt naar wat er in haar hart leeft. En als dat naar buiten komt, dan is zijn hart geraakt. Je ontmoet hem hier als echt God en tegelijk heel echt mens. Hij is God die genade kent met iedere zondaar die bij hem zijn toevlucht zoekt. Hij is een mens met een hart wat getroffen wordt door het mooie wat uit een ander mensenhart naar buiten komt. Zo is de Here Jezus en zo wordt je als mensen ook aan elkaar verbonden in zijn nieuwe volk. Als we het hebben over verbondenheid dan moeten we niet blijven steken in zichtbare raakvlakken, zoals gewoontes, gelijke meningen en gelijk taalgebruik.
Maar zoals het geloof dat uit het hart naar buiten komt God raakt, zo ook geraakt zijn door het geloof van je geloofsgenoten. Dan kom je bij een diepe verbondenheid.
Achter de joodse eenheid in besnijdenis en rein eten kon een innerlijke verdeeldheid en ook innerlijke leegheid schuilgaan. Daarom vraagt de Heer naar een gelovig hart, zoals dat ooit bij Abraham al het punt was waar het op aan kwam, voordat de besnijdenis bestond. Abraham vertrouwde op God en die rekende het hem toe als een rechtvaardige daad (Genesis 15:6).
Ook bij ons kan achter gereformeerde gewoonten en gemeenschappelijke meningen innerlijke verdeeldheid en leegheid schuilgaan. Samen met anderen in de kerk houdt je van dezelfde liederen. Opwekkingsliederen misschien, psalmen of klassieke gezangen. Samen met andere in de kerk deel je bepaalde standpunten, dezelfde zorgen, dezelfde bezwaren. Het kan gemakkelijk aanvoelen alsof dat de ware verbondenheid is. Maar als dát onze verbondenheid is, dan heb je die alleen met een groepje binnen Gods nieuwe volk. Dat brengt geen verbondenheid maar verdeeldheid. Dit zijn niet de dingen die ons bij de Here Jezus en zijn genade brengen. Israël en wij moeten steeds weer leren dat daar niks van onszelf bij zit. Het komt er op aan dat je een hart hebt wat verlangt naar wat Hij te bieden heeft. Dat is wat Hij van je verwacht. En dat bindt ook samen. Zoek er naar geraakt te worden door wat er uit het hart komt.
We horen Jezus niet alleen ingaan op het geloof zoals het in het hart van die vrouw leeft. Hij gaat ook in op haar zorgen. Ook daarin toont hij zich een echt mens, zoals wij echte mensen moeten zijn.
Het geloof in je hart, dat is het waardoor je Gods genade aanpakt, waardoor het iets van jezelf wordt. Dat maakt de verbinding tussen God en jou: God die zijn hand naar je uitsteekt en jij die door te geloven die uitgestoken hand aanpakt. Zo alleen is er redding ook voor u, ook voor jou.
Maar er is meer dat in onze harten leeft. Zorgen over je dochter, zoals die vrouw ze had. En bij u misschien weer heel andere dingen. Het houdt je bezig, het is belangrijk voor je. De Heer Jezus is met zulke dingen begaan. En u? Zoek ook daarin geraakt te worden door wat er uit het hart komt. Laat merken dat je met elkaar meeleeft.
De verbondenheid van Gods nieuwe volk is een verbondenheid van harten.
Ook voor wijzen uit het westen.
Amen
|