| Leven met God 10 regels (slot) Wat houdt zondebesef in voor mensen die als christen leven? |
|
|
| |||||||
|
Een crimineel die zich bekeert beseft dat hij zonde gedaan heeft. Maar kunnen mensen die als christen leven met ‘zondebesef’ uit de voeten. | |||||||
|
| |||||||
| Liturgie Welkom Openingsbelijdenis Groet Psalm 90:1 Gebed Doop GK Gezang 118:1 Gebed Matteüs 5:17-48 GK Gezang 154 Preek (tijdens de preek lezen we Zondag 44) Psalm 86:2,4 Geloofsbelijdenis: GK 123 Bevestiging ouderling GK Gezang 118:2,3 Gebed Collecten Psalm 25:4 Zegen | |||||||
| Preek | |||||||
Bij de preek werd gebruik gemaakt van een beamerpresentatie. Drie maanden lang hebben ds van de Kamp en ik ’s middags gepreekt over de tien geboden. Leven met God in tien regels. Als afsluiting wil ik vandaag stil staan bij een vraag die ik van iemand van u kreeg. Het is al maanden geleden dat ik de vraag kreeg. Ik heb aangegeven dat ik niet direct over het onderwerp zou preken. Maar nu op de laatste zondag van jaar komt het mooi uit om de behandeling van de tien geboden er mee af te sluiten. Zondebesef 1. Zondebesef, waarom Zo geweldig als God is, zo wil hij jouw God zijn. De doop maakt dat duidelijk. Maar ook ouders, predikanten op de preekstoel en ouderlingen op huisbezoek. Alles in deze kerkdienst en iedere kerkdienst opnieuw laat zien wat en God de Here voor je wil zijn. En dan is het toch heel verdrietig als jij niet doet wat Hij wil? 2. Zondebesef, waarover? Tien geboden Denk niet te gauw dat het met die tien geboden bij jou wel goed zit. De catechismus is daar heel nuchter over in vraag en antwoord 114, als alle 10 geboden uitgelegd zijn:
Ons leven naar Gods geboden is nog maar een begin. Dat begin is er ook wel. Het is gelukkig niet zo dat we dagelijks moord, overspel en diefstal plegen. Nee, wie zich tot God bekeerd heeft wil naar alle geboden van God beginnen te leven. Maar dat gaat echt met vallen en opstaan. Zelfs Paulus klaagt er in Romeinen 7 over dat hij het goede wel wil doen, maar dat vaak juist niet doet. En het kwade dat wil hij vermijden, maar dat doet hij juist. Tiende gebod
Het tiende gebod noemt alleen gedachten die tot overspel of diefstal kunnen leiden. Neigingen en gedachten die tegen het 7e en het 8e gebod ingaan. Maar de catechismus breidt dat terecht uit tot alle geboden. Bij ieder gebod wil God niet alleen een slechte daad verbieden, maar ook gedachten of woorden. Bergrede Liefdegebod Vrucht van de Geest Zeven hoofddeugden (en zeven hoofdzonden)
Het lijkt mij leerzaam hier eens wat meer aandacht aan te besteden. Ik weet nog niet wanneer. Maar als je dit lijstje zo ziet staan, denk dan maar aan je gebrek aan moed om te zeggen wat je had moeten zeggen. Denk aan die onwijze uitspraak. Of dat je geen maat wist. Ik laat ook nog even de zeven hoofdzonden zien.
In de middeleeuwen hielpen dit soort lijstjes om te beseffen dat je een zondaar bent. Zo gingen de mensen naar de biechtstoel. Dat doen we in de gereformeerde kerk niet meer. Maar het zou een tragisch verlies zijn als we met de biechtstoel het zondebesef verliezen. Koester daarom de spiegels die de geboden, het liefdegebod en de vrucht van de Geest je voorhouden. Koester vaders en moeders die je met je gebreken durven te confronteren. Preken en huisbezoeken. Het helpt je allemaal om eerlijk voor God te staan. 3. Zondebesef, hoe? Ik hoop dat dit helpt om te zien waarover je zondebesef moet hebben, maar dan de vraag: hoe? Een vraag die voor ouderlingen belangrijk is als het gaat over kerkelijke tucht. In artikel 75 van de kerkorde staat dat de kerkenraad een schuldbelijdenis aanvaardt als er voldoende tekenen van berouw gezien worden. Ook als ouders wil je weten of je kind echt spijt heeft. Maar je kunt niet in het hart kijken. Toch is er voor ouders en ouderlingen wel een hulpmiddel om te kijken of berouw echt is. Dan kijk ik nog een keer naar de middeleeuwse biechtpraktijk. De biechtvaders hadden drie meetpunten:
Het begint bij het verdriet wat van binnen zit. Dan de woorden waarmee je je zonde noemt, tegenover God, soms ook tegenover mensen. Beken elkaar uw zonden (Jakobus 5:16). En het moet dan ook blijken uit je daden. Anders gaan doen. Het woord genoegdoening zouden wij na de reformatie niet zo gauw meer gebruiken. Maar het staat wel vast dat aan je daden te zien moet zijn dat je een afkeer hebt van de zonde die je gedaan hebt. Deze punten gebruikten de biechtvaders om na te gaan of het berouw echt was. Ook de opstellers van de catechismus hebben zo’n lijstje gekend. Je ziet het terugkomen in zondag 33 over de bekering. Onze catechisanten hebben het de afgelopen tijd geleerd. Bekering is afsterven van de oude mens en opstaan van de nieuwe mens. En dat afsterven van de oude mens is oprechte droefheid dat wij God door onze zonden vertoornd hebben. Dat is wat de biechtvaders met Psalm 51 ‘verslagenheid van geest’ noemden. Droefheid dat je God door je zonde vertoornd hebt. Niet verdrietig zijn om de gevolgen van wat je gedaan het, of om de straf, maar om wat je God er mee aangedaan hebt. Zondag 33 noemt die werken ook waar volgens de biechtvaders het echte zondebesef uit moest blijken. Dat we de zonde haten en ontvluchten en lust en liefde hebben om naar de wil van God in alle goede werken te leven. Je ziet het eerste en het derde terug komen na de reformatie. Niet in de biechtstoel, maar wel in bekering, tussen God en jou. Iets wat in het leven van een christen steeds weer terugkomt. Daarom wordt ook wel over dagelijkse bekering gesproken. De belijdenis met de mond ontbreekt in zondag 33. De reformatie heeft de biechtstoel afgeschaft. Toch komt die belijdenis in het persoonlijke gebed wel terug.
Het eerste gaat over het gebed waarin we onze zonden belijden en vergeving vragen. Het tweede hoort er onlosmakelijk bij: we vragen ook om de Heilige Geest die ons kracht geeft tegen onze zonden te strijden. Als je dit bidt, dan mag je ook vertrouwen dat de Here het wil geven. De genadeverkondiging zondagsmorgens verzekert u er steeds weer van. Zondebesef is niet bedoeld als eindpunt, maar juist als begin van een nieuw leven. Met heel je hart steeds meer op de Heer gericht. |










