| Leven met God: 10 regels 6: laat leven |
|
|
‘Pleeg geen moord’ Het is één van de tien geboden. Het zegt iets over hoe je moet leven. Maar allereerst zegt het iets over God zelf: hij houdt van mensen.
Liturgie Wat gebeurt er, als die geboden voorgelezen worden? Het zijn woorden waarin God iets van zichzelf wil laten zien. De eerste keer klonken die woorden met bliksem, vuur, donder en trompetten vanaf de berg Sinaï. De mensen die het beneden aan de berg voelden het trillen. En ik zou het u gunnen om daar ook iets van te voelen als je die woorden hoort: ‘Ik ben de Heer, uw God.’ Ik wil jouw God zijn. Hij wil laten merken dat Hij een groot, een indrukwekkend God is, verheven. Vaag? Wat betekent het voor je: een groot en verheven God. Hij heeft daar juist een paar dagen voordat Hij zo vanaf de Sinaï over sprak iets over gezegd: Jullie –Israelieten- hebben gezien hoe ik ben opgetreden tegen Egypte, en hoe ik je op adelaarsvleugels gedragen heb en je hier bij mij heb gebracht. (Exodus 19:4) God houdt van mensen. Klinkt ook in die zesde regel: Pleeg geen moord, laat leven. Wat ik in het eerste deel van de preek van vanmiddag wil laten zien is dat je in heel veel bijbelse wetten Gods hart voelt kloppen. Hij houdt van mensen, het mooiste schepsel wat Hij gemaakt heeft. Hij gunt u en de mensen om u heen het leven. Dat zit achter dat kleine gebod ‘Pleeg geen moord’ en achter heel veel soortgelijke geboden. Laten we maar eens kijken. 1.1. Het verbondsboek, Exodus 20-23 Daarna volgt een stukje over de omgang met slaven. De Israëlieten die daar bij de berg Sinaï stonden, waren slaven geweest in Egypte. Ze werden wreed behandeld. Hard werken, honger en armoede, straf en vernedering. Het was een leven waarin je alle menswaardigheid verliest. Ik denk dat ze het besef een waardevol schepsel van God te zijn kwijt raakten. Vernederd, kapot gemaakt. En dan is één van de eerste leefregels die God geeft: ga respectvol met slaven om. Een wereld zonder slavernij was toen ondenkbaar. God maakt zich op dat moment niet sterk om de slavernij te verbieden, maar wel om respectvol om met slaven om te gaan. Het kan niet anders of Israël voelt daarin hoeveel hij van mensen houdt. En dat moet hun omgang met slaven stempelen. Daarna komt het gedeelte wat we vanmiddag gelezen hebben: over zaken van leven en dood. (Exodus 21:12 ) Het begon met de doodstraf. En dan denk je niet direct aan een God die van mensen en van het leven houdt. Toch zit dat er wel achter. Deze regel heeft God, voor zover ik weet, voor het eerst gegeven na de zondvloed. De tijd voor de zondvloed was ook zo’n tijd dat een mens zijn leven niet zeker was. Onrecht en geweld heersten. God had spijt dat hij de mensen gemaakt had omdat ze elkaar kapot maakten. Hij maakte daar een einde aan, juist door die wrede zondvloed. Om zo een nieuw begin te kunnen maken. En om de mensen te beschermen stelt hij op het doden van mensen de doodstraf. Een gruwelijke straf, juist omdat hij het zo gruwelijk vindt wat mensen elkaar aandoen. Dus uit liefde, bescherming van het menselijk leven stelt hij de doodstraf. Als je het niet met opzet gedaan hebt… Als het een ongeluk was… Dan is er een asylplaats waar je heen mag vluchten. (Exodus 21:13) We zien daar straks nog iets meer van. God is er op uit het leven te beschermen. Als je iemand opzettelijk vermoord, dan moet je zwaar gestraft worden. ‘Als je dat doet kom je aan mij’ Maar als het een ongeluk was, dan verlangt God niet dat er nog eens iemand gedood wordt, de ongelukkige dader. Hij is de God van het leven. In het Verbondsboek, in het gedeelte wat we net gelezen hebben, hoorden we over kidnappen en mishandelen. Als een ruzie uit de hand loopt en jij komt op bed te liggen, dan moet ik jouw rusttijd en de kosten van de genezing vergoeden. Zelfs als je een slaaf doodt moet er vergelding plaatsvinden. (Exodus 21:20) Revolutionaire woorden in die tijd. Ook een slaaf is een mens die je als beeld van God moet respecteren. Je slaaf is niet jouw bezit waar je mee kunt doen wat je maar wilt. Hij is van zichzelf. Hij is van God, die Hem beschermt. Als je je slaaf verwond hebt, dan moet je hem vrij laten. (Exodus 21:26) En verder volgen er nog meer regels waarvan ik u mee wil geven: voel daarin het hart van God kloppen, voor wie een mensenleven telt. Hij houdt van mensen en dat verlangt hij ook van u. 1.2. Leviticus Je leest in het vervolg van dit boek Leviticus over de bescherming tegen een besmettelijke ziekte als huidvraat, een soort melaatsheid. Bescherming van de gezondheid. Over respect voor vreemdelingen. Behandel de vreemdelingen die bij jullie wonen als geboren Israëlieten. Ook de sexualiteit, het meest intieme van een mens, wordt beschermd. 1.3. Deuteronomium In hoofdstuk 20 volgen oorlogswetten. Oorlog… Ja, maar in vers 10 staat: ‘Voordat u een stad aanvalt moet u eerst een vredesregeling aanbieden.’ Als de rechter iemand veroordeeld tot stokslagen, dan mag de beul er niet ongeremd op los slaan. (Deuteronomium 25:3) Ten hoogste veertig slagen. Ook aan harde straffen zitten grenzen. Als je dit allemaal zo hoort, dan is het precies zoals ik aan het begin zei: God houdt van mensen. Denk maar aan die adelaar. Niet op een softe zijige manier. Maar midden in het harde leven, waarin van alles gebeurt houdt God van mensen. In het zesde gebod en in een heleboel geboden voel je zijn hart kloppen. En ik wil u vanmiddag vooral meegeven dat u dat kunt voelen. Als je die leefregels leest en hier hoort in de kerk. Hem wil ik met u prijzen, door Gezang 145 uit het Gereformeerd Kerkboek te zingen. Tussenzang: GK Gezang 145 2. Toeëigening In de oude wet stond: ‘Pleeg geen moord’ God die jou en je medemens het leven gunt, hij verbiedt het moorden en alles wat er mee te maken heeft. Maar Jezus dringt door wat er echt achter zit. (Matteüs 5:21,22) Gebrek aan liefde of zelfs haat. Niet alleen het doden verbiedt hij, ook het haten. Leg je geschillen bij, maak het goed met de ander. Anderen niet haten, niet kwetsen, niet vernederen, zuinig zijn op elkaar. Ook op jezelf. Jezus leert het met woorden en ook mijn zijn eigen voorbeeld. Dat is wat bij God leeft, maar hoe wordt dat nou iets van jezelf? Dat heeft Jezus ons geleerd. Met woorden? Nee vooral met zijn ultieme daad, zijn dood aan het kruis. We lazen in Leviticus dat God zoveel van ons mensen houdt dat hij ons niet wil laten boeten voor de dingen die we tegen zijn wil doen. (Leviticus 1:4) Hij accepteert de dood van een dier in plaats van een mens. Maar dat is het uiteindelijk ook niet: het sterven van al die dieren. Wat dan wel? Gods eigen Zoon wordt een mens en sterft voor onze zonden. Wat laat God het dicht bij zichzelf komen, zijn verlangen dat wij leven. Dit is iets om bij te duizelen. God vindt dat wij straf verdienen. Hij verdraagt niet hoe wij in deze wereld bezig zijn, u en ik. Hij mist bij ons veel van die liefde en dat respect voor mensen. Je doet de mensen om je heen en verder weg te kort. En als je aan Gods mensen komt, dan kom je aan God zelf. Op deze manier kan God niet eeuwig met ons leven. En Hij wíl het toch. Hij wil dat zo intens dat Hij zijn eigen Zoon laat sterven om ons te laten leven. En zoals de jood zijn hand op de kop van het offerdier legde, zo mogen wij onze hand op de Here Jezus leggen. Wat ik verkeerd gedaan heb ik Gods ogen, wat ik te kort geschoten ben neemt Hij op zich. Dit is om bij te huiveren. God gunt je dat je niet de eeuwige ondergang als je toekomst hebt, maar dat je eeuwig met hem leeft. Voor iedereen die zo zijn hand naar de Here Jezus uitsteekt. En dat is precies wat de Heilige Geest met je wil doen. Dat je je hand uitsteekt naar de Here Jezus. En als de Heilige Geest je zo bij het kloppende hart van Jezus brengt, dan is de vrucht daarvan dat je ook steeds meer op Jezus gaat lijken. (Galaten 5:22) |










