|
Als je God ontmoet –en zo beginnen wij onze nieuwe week in de kerk- past een toon van eerbied en afhankelijkheid. Een preek over de woorden ‘Heer ontferm u’ (Kyrië eleison) in Psalm 6:3
Preek A.M. de Hullu - Zondag 14 september 2008 (ochtenddienst)
predikant Apeldoorn-Zuid
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
Deze preek wordt u aangeboden voor eigen gebruik. De predikant vraagt u eerst contact met hem op te nemen als u deze preek wilt gebruiken voor andere doeleinden zoals het voorlezen in een kerkdienst of als studiemateriaal in verenigingsverband of anders.
|
Samen starten 3, Heer ontferm u, Psalm 6:3
Liturgie
Welkom
Openingsbelijdenis
Groet
Psalm 84:1,2
Wet en samenvatting
LB Gezang 175:1,2
Gebed
Genadeverkondiging (Lucas 18:13b-14)
LB Gezang 444
Lezen: Psalm 6
Matteüs 20:29-33
Psalm 6:1,2,5
Preek over Psalm 6:3a ‘Heb erbarmen HEER’
LB Gezang 358:1,2,3,4
Gebed
Mededelingen
Collecten
Avondmaalsformulier 2
Gezang 179a
Viering
Gezang 358:5,6
Gebed
Psalm 103:3,4
Zegen
Preek
Als je elkaar ontmoet, begin je meestal met groeten. En daarna? Als je een goede vriend ontmoet geef je hem misschien een klap op de schouder. Als je je geliefde ontmoet ga je zoenen. En als je God ontmoet? We hebben vorige week gezien dat de ontmoeting met God in de kerk begint met een begroeting. God groet ons, wij zingen Amen en zingen hem een lied toe. En dan? Dan gaat het natuurlijk anders dan bij het ontmoeten van een vriend of een geliefde. Bij het ontmoeten van God past niet de jovialiteit waarmee je vriend een klap op de schouder geeft. Het past eerder om op de knieën te gaan. Je komt als klein mens bij de grote God. Als hulpeloos mensje. Als zondaar. Dan past de toon van Psalm 6: Heb erbarmen HEER. HEER ontferm u. Of in het grieks: Kyrië eleison.
Woorden waarmee je de grootheid van God erkent en je eigen kleinheid (1). Maar ook woorden waarmee je een beroep doet op wat er in Gods hart leeft (2).
Die twee dingen zitten in Psalm 6 en ook in het gebed ‘Heer ontferm u’ wat in de christelijke kerkdienst altijd het eerste is, na de begroeting. Dat kan in verschillende bewoordingen, maar het komt er altijd op neer dat we met de diepe vraag ‘Heer ontferm U’ bij hem komen.
1. Klein tegenover de grote God
Twee dingen zitten daarin: allereerst dat je als klein mens tegenover de grote God staat. David moet dat heel sterk gevoeld hebben toen hij deze psalm maakte. Hij uit heftige emoties van verdriet en angst. Jongens en meisjes, heb je wel eens gehad, dat je ‘s nachts in bed lag te huilen. Je kussen helemaal nat, je ogen rood. Dat had David ook. Hij was geen kind meer. Maar hij was ook heel ongelukkig, heel bang dat het slecht zou aflopen. Zijn vijanden lieten hem maar niet met rust. Ken je de vijanden waar David bang voor was? Saul. Later Absalom. Ik weet niet welke vijand het nu is. Maar je voelt hoe bang David is. Wat is hij klein. En dan gaat hij met zijn gebed naar de grote God. HEER ontferm u, heb medelijden.
De machteloze David tegenover de machtige God. Zal God hem willen helpen? Wat denk je, zal God David willen helpen? Verdient David het? Verdien jij het dat God je helpt als je ergens bang voor bent of ongelukkig bent? Verdien je dat? Nee, zegt David. Hij weet dat hij juist straf verdiend van God, woede, toorn. Omdat hij gedaan heeft wat God niet wil. Net als ik en u. Je bent niet alleen een klein en machteloos mens voor God, maar ook een zondig mens. God moet echt medelijden met je hebben en je willen vergeven. Ja David legt mij en u die woorden in de mond. Het is een psalm om samen te zingen, een psalm voor de koorleider. Ook als je zelf dat gevoel van machteloosheid en kwetsbaarheid niet zo kent. Zing het en bid het, verbonden met de anderen, die wel dreigen om te komen in hun nood. Denk aan dat woordje ‘onze’ van vorige week (Preek over Psalm 124:8). Hier kom je niet alleen voor je zelf, hier sta je samen tegenover God. Ook als je niet zo voelt dat je zondaar bent. Ook dat wil David en wil God je laten beseffen. Om dat te beseffen lezen we ook meestal de tien geboden voordat we bidden om Gods erbarmen. David legt ons dit gebed in de mond. Als je God ontmoet past het om zo te beginnen. Zo komen die blinde mannen in Jericho bij Jezus. En zo beginnen wij, na de begroeting onze kerkdiensten. Doe dat bewust. Als je hier God ontmoet besef hoe je, net als David van zijn medelijden afhankelijk bent.
2. Een beroep op Gods hart
Zoals ik al zei, er zitten twee dingen in deze vraag. Er klinkt een appél in op wat er in Gods hart leeft. Erbarmen, ontferming, medelijden. David laat aan het slot van zijn psalm merken dat hij daar vertrouwen in heeft. vers 9: De HEER hoort hoe luidt ik ween, de HEER hoort mijn roep om erbarmen de HEER neemt mijn smeekbede aan. Ook dat, dat vertrouwen wil hij ons in de mond en in het hart leggen.
En wij weten vandaag nog veel meer van wat er in Gods hart leeft. Die blinde mannen, die door Jezus de ogen geopend werden, zij mochten mee naar Jeruzalem om met eigen ogen te zien wat Gods erbarmen is, wat er in Gods hart leeft. Ze zagen Jezus sterven aan het kruis. Daarmee kijken we diep in Gods hart. Hij laat zijn eigen Zoon sterven, omdat hij ons leven gunt. Vertrouw daarop. Vertrouw dat de HEER het ook jou gunt.
Dat vertrouwen klinkt ook in die woorden ‘Heer ontferm u’ Om dat te bevestigen is na de reformatie de genadeverkondiging ingevoerd. Om het nog eens met zoveel woorden te laten horen. Laat dat heel duidelijk zijn: hier ontmoeten kleine mensen een genadig God. Dat mogen we straks ook vieren aan de avondmaalstafel.
Amen. |