| Op zoek naar de Koning (1) Rechters 5:31b |
|
|
In de adventstijd een serie van vier preken onder het thema ‘Op zoek naar de Koning’. We beginnen in de tijd van de rechters, een donkere tijd waarin toch het licht begint op te gaan. Een preek over het lied van Debora (Rechters 5:31)
Liturgie
Welkom
Mededelingen
Aansteken adventskaars, Lezen Psalm 25:1b,3a,5c
Stil moment
Openingsbelijdenis
Groet
Psalm 25:1,2
Wet: Exodus 20:1-17 en Romeinen 15:8-12a,13a,14a
Psalm 25:3
Genadeverkondiging: 1 Korinte 1:8,9
Psalm 25:4
Rechters 5
Liedboek Gezang 122
Matteüs 13:40-43
Psalm 29:5
Kindmoment
Geref. Kerkboek Gezang 28:1,3
Tekst: Rechters 5:31b
Preek
Geref. Kerkboek Gezang 48:4
Gebed
Collecten
Psalm 24:4,5
Zegen
In het kindmoment werd het adventsproject ‘Op zoek naar de koning’ geïntroduceerd. Aan de orde kwam wat een koning is, wat een rechter is en over welke rechters de komende weken gepreekt en gewerkt wordt met de kinderen.
Op zoek naar de Koning: 1. Nodig in de nacht
Onstuitbaar zijn als de opgaande zon. Dat klinkt goed. We zien de laatste weken niet zoveel van de zon. Maar ondanks de mist en de sombere wolken heeft de zon kracht. De grijze lucht wordt lichtgrijs. Wat is daar een licht en een kracht voor nodig. Het is ongelofelijk dat er een zon bestaat die dat kan. Zelfs in deze donkere dagen.
Debora en Barak bidden: ‘Maak wie u liefhebben onstuitbaar als de opgaande zon.’ Een gebed waar een belofte in zit. We zullen zien dat de Heer dat inderdaad wil doen. Maar het is ook een gebed vanuit het donker. We hebben het over de opkomende zon, nog niet over de stralende middagzon.
Duisternis… Dan denk je vandaag misschien aan economische problemen, onveiligheid, slechte leiders… Daar kampte Israel ook mee in die jaren. Geen karavaan begaf zich nog op weg, hoorden we in het lied. Het handelsverkeer lag praktisch stil. Wie toch op reis moest nam de kronkelpaden. Is er dan geen koning die voor veiligheid zorgt? Nee er is geen koning in Israël. Mozes en Jozua zijn als leiders van het volk opgevolgd door Otniël, Ehud en Samgar. Rechters… Ze voerden Israël aan in de oorlog en spraken recht. Het waren kleine koninkjes. Maar Samgar… Jaren geleden heeft hij een dappere oorlog tegen de filistijnen gevoerd, maar nu moet hij machteloos toezien dat het land onveilig wordt.
Wie doen dat? Niet de filistijnen of een ander volk van buiten de grenzen van het land. Dat is de afgelopen eeuwen wel verschillende keren gebeurd. Vanuit het oosten hebben de Syriërs en de Moabieten het land bezet. Later vanuit het westen de filistijnen. Maar nu zijn de Kanaänieten. De volken die er vroeger woonden en die zich zo uitleefden in afgoderij en onrecht dat de Here met ze wilde afrekenen. Onder leiding van Jozua namen de Israëlieten het land in. Hasor, de machtige hoofdstad van koning Jabin, werd verwoest. (Jozua 11:1) Maar de Kanaänieten zijn voor een groot deel in het land blijven wonen. En Hasor is nu weer herbouwd. Ze hebben een nieuwe koning, die weer Jabin heet. Terwijl Israël nog geen hoofdstad heeft en nog geen koning nemen de Kanaänieten de macht weer over. De Israëlieten vormen een zwakke minderheid in het land van koning Jabin. Verarmd en bang voor criminaliteit en geweld. En waar zal het op uitdraaien? Worden ze uitgeroeid of verdreven uit het land?
Het is een donkere tijd voor Gods mensen. Zeker als je het hebt over de ruimte die het geloof in God krijgt. Wat ik daarmee bedoel is dit. De Israëlieten kwamen als apart volk het land binnen en namen de macht over. Maar toen ze er één keer woonden kwamen er al gauw veel gemengde huwelijken. En het was niet maar een enkele opstandige jongen of meisje die dit deed. Nee huwelijken werden gearrangeerd. Ouders kozen een kanaänietisch meisje voor hun zoon of een kanaänitische jongen voor hun dochter. Ze vonden het kennelijk niet belangrijk of het gezin van hun kinderen en kleinkinderen een gelovig gezin zou zijn. Niet alleen de jongeren vonden dat onbelangrijk, ook hun ouders. Dus waarschijnlijk werd er ook in de gezinnen van twee joodse ouders weinig aan gedaan. Jozua had de Israëlieten indertijd voorgehouden: ’Ik en mijn huis, wij zullen de Here dienen.’ Maar ondertussen speelde het geloof nauwelijks nog een rol in het gezin. Het gebed, het gesprek over het geloof (‘waarom doen wij dit zo anders?’), eten geven aan armen die zelf niks hebben, er komt steeds minder van terecht. Grootouders lijken er niet mee te zitten dat hun kleinkinderen niet besneden worden en niet horen over God die zulke grote dingen gedaan heeft in de vorige eeuwen en die zulke grote dingen beloofd heeft. In huis, maar ook in de samenleving speelde het geloof in God steeds minder een rol. Overal zag je Baälbeelden verschijnen. Daar vertrouwden ze op. En de sabbat en de feesten en de offers, wat daar nog van terecht kwam…
Wat bleef er nog over van Israël? God had aan hun stamvader Abraham beloofd dat ze in de toekomst tot zegen van alle volken zouden zijn. Bij de intocht had een zekere Bileam geprofeteerd dat uit dit volk een ster zou opkomen, een koning die over alle volken zou heersen. Maar wat moet er van terecht komen?
Donker is het. Je herkent iets van onze donkere tijd. De politiek laat steeds minder ruimte voor de vrije zondag. Kijk maar naar de zondagopenstelling van de supermarkten. Iets vergelijkbaars speelt in de discussie over de weigerambtenaar. Hoe je ook denkt over de opstelling van Wim Pijl, zijn ontslag is er een symptoom van dat er in de samenleving steeds minder ruimte komt voor christelijke standpunten. Ik denk ook aan het verharden van de samenleving, het afnemen van de barmhartigheid. Bezuinigingen die de kwetsbaarsten hard treffen, bezuiningen op ontwikkelingssamenwerking. Maar vooral denk ik aan onze gezinnen. Ik denk dat bijna iedereen hier in de kerk het belangrijk vindt dat er in het gezin gebeden wordt, gelezen uit de bijbel, gesproken over God, zijn zorg voor je en de dingen die je voor hem doet of juist niet doet. Maar op de één of andere manier lijkt satan het zo te manoeuvreren, dat er steeds minder ruimte voor komt en dat het je tegenvalt wat je er van terecht brengt. Een beetje dezelfde soort donkerheid als in de richterentijd: In gezin en samenleving staat de tijd en de ruimte voor het geloof onder druk. En waar loopt het op uit?
Op zoek naar de Koning: 2. Komend als morgenlicht
Verlies de moed niet. Debora en Barak baden in zo’n situatie: ‘Maak wie u liefhebben onstuitbaar als de opgaande zon’. En zij zagen ook iets van die opgaande zon.
Het begon met Debora. Terwijl rechter Samgar machteloos moest toezien hoe Kanaän de macht overnam begon Debora als rechter op te treden. Niet omdat zij als vrouw vond dat er na al die mannen als Mozes, Jozua, Otniël, Ehud en Samgar nu maar eens een vrouw aan de macht moest komen. Nee, als ik haar goed begrijp vindt zij het eerder een schande dat een vrouw nu de leidersrol moet nemen die de mannen niet vervullen. Maar toch zien we hoe God door haar een omkeer gaat brengen. Terwijl bijna iedereen het recht in eigen hand neemt zien we deze wijze moedige vrouw rechtspreken. En dat is nog maar het begin. God geeft haar een profetie om een man uit het noorden te laten komen, Barak, en hem aan te wijzen als legeraanvoerder. Met de belofte dat hij van Sisera, de legeraanvoerder van koning Jabin zal overwinnen. De zon begint op te gaan.
En Barak komt. Bang, dat wel. En wie zou daar geen begrip voor hebben? Daar in het noorden merkt hij veel meer van de macht van koning Jabin dan Debora in het midden van het land. Jabin heeft bijna duizend strijdwagens. Wie zou niet bang zijn om –helemaal zonder wapens!- hem aan te vallen. Hij durft alleen als Debora meegaat. Maar later in de Hebreeënbrief wordt hij om zijn geloofsmoed geprezen. De zon begint op te komen. Uit verschillende stammen –nee niet alle- komen de soldaten achter Barak aan. En God geeft ze de overwinning. Inderdaad zoals hij beloofd heeft. En niemand hoeft er aan te twijfelen dat hij het is. Juist op het moment dat Sisera met die negenhonderd strijdwagens van Jabin aangereden komt laat hij een krachtige waterstroom door de beek Kison gaan. Hij zal wel een noodweer hebben laten losbreken. In het lied hoorden we dat de sterren aan de hemel meevochten. En het is als met de Farao in de Rietzee: de strijdwagens komen vast te zitten er breekt paniek uit onder de paarden en de soldaten, en Sisera gaat er vluchtend vandoor. De zon begint op te komen.
Maar een glansrol heeft de Heer weggelegd voor Jaël. Haar man is overgelopen van koning Jabin, maar zij is kennelijk trouw gebleven aan Gods volk. Hijgend van vermoeidheid en smachtend van dorst rent Sisera haar tent binnen. Ze geeft hem heerlijke melk te drinken en hij valt in slaap. Met een hamer en een scherpe tentpin splijt ze zijn hoofd in tweeën. Hier zie je nou echt de zon opkomen. Denk even terug aan het paradijs. God zei tegen satan dat er een nakomeling van de vrouw zou komen die hem de kop zou verbrijzelen. Dat zie je hier voor je. Satan heeft het donker laten worden. En… nee het is niet zijn kop die verbrijzeld wordt. Deze vrouw is nog niet de beloofde nakomeling die satan verslaat. Maar het licht begint op te komen. God maakt zijn beloften waar, kijk maar. Jaël is een voorbode van de komende nakomeling. Debora en Barak bezingen haar uitbundig.
Jaël is niet de volmaakte Koning die beloofd is. Ook haar gezin is een gebroken gezin wat het geloof betreft. Jaël wordt niet eens onder de rechters genoemd, de kleine koningen. Waarschijnlijk eindigt haar rol met het doden van Sisera. Maar haar optreden geeft het vertrouwen dat God zo al zijn vijanden ten onder zal laten gaan. Ook zijn grote vijand zal de kop gespleten worden.
Welke koning dat gaat doen, dat zien we hier nog niet, maar hij zal komen, zeker weten. Een koning die satans macht voorgoed breekt. God zelf zal hem geven en hem onstuitbaar maken als de opgaande zon. Eeuwen later profeteert Zacharias over hem: het opkomende licht vanuit de hemel, de opgang uit de hoogte. Jezus, Gods Zoon. Hij komt inderdaad de macht van satan breken en zorgt voor ruimte voor Gods werk. In de samenleving misschien weinig. Maar zeker in de levens en de gezinnen van iedereen die de Heer liefheeft. Het gevecht wat je daarvoor voert is niet uitzichtloos. Uiteindelijk zullen de rechtvaardigen, zoals Jezus zei, stralen als de zon in Gods koninkrijk.
Je gevecht is niet uitzichtloos. Voer gedreven door liefde voor Here het gevecht om in je leven en in je gezin ruimte te hebben voor hem. Voor rust met hem, voor gebed en vertrouwen. Voor het gesprek over hem, dat je uitspreekt en doorgeeft aan je kinderen hoe je op hem vertrouwt en barmhartig en eerlijk bent omdat hij dat wil en omdat hij zelf zo is.
En laat ik er nog één ding bij zeggen. Zacharias profeteerde dat hij zou redden door vergeving van zonden. Het valt soms zo tegen om in je leven alleen of samen rust en ruimte te hebben voor God. Daarmee heeft satan een sterke troef in handen. Met het gevoel dat het je toch niet lukt houdt hij je op een afstand van God. Maar Jezus is de koning die je niet alleen voorgaat en aanvoert in het gevecht met satan, maar die je ook vergeving gunt als je weer een nederlaag geleden hebt. Met hem heeft je strijd toekomst.
Amen
|










