| Steeds meer voor God leven - 1 Tessalonicenzen 3:10-13,5:23 |
|
|
Groeien in je geloof. Vermoeiend? Teleurstellend? Vaag? Paulus schrijft er over in de oudste brief die we van hem hebben. Een preek over 1 Tessalonicenzen 3:10-13 en 5:23
Liturgie
Welkom
Mededelingen
Stil gebed
Openingsbelijdenis
Groet
Psalm 9:1,5,7
Wet: Exodus 20:1-17 en 1 Tessalonicenzen 3:12,13
Psalm 9:10,15
Gebed
Genadeverkondiging: 1 Tessaonicenzen 5:9,10,24
Geref. Kerkboek Gezang 107:1
Geref. Kerkboek Gezang 43
Matteüs 25:14-30
Psalm 119:28,45
Lezen 1 Tessalonicenzen 3:10-13,5:23
Psalm 119:64,66
Preek
Psalm 139:11
Gebed
Collecten
Geref. Kerkboek Gezang 164
Zegen
Kindmoment
Dit is Lotte. Lotte is iets moois aan het maken. Papa is morgen jarig en ze maakt iets heel moois voor hem. Kijk maar: een herfstboom. Lotte heeft allemaal mooie herstbladeren op tafel liggen. Bruine, gele, rode, en sommige lijken wel goud. En ze kiest de allermooiste uit om ze op de boom te plakken. Ze doet haar uiterste best om er iets moois van te maken. Want ze houdt heel veel van papa en ze wil hem graag blij maken. Kijk eens papa, dat heb ik voor u gemaakt.
Net als die slaaf uit dat Bijbelverhaal. Hij heeft een heleboel goud van zijn heer gekregen. Geen gouden bladeren, nee goudstukken. Hij gaat met al die goudstukken op pad, hij gaat handel drijven en zorgen dat hij meer goudstukken krijgt. Hij doet zijn uiterste best. Want zijn heer heeft hem dit allemaal gegeven. En als zijn heer morgen misschien terug komt, dan wil hij hem graag blij maken. Kijk maar heer, dat heb ik er van gemaakt, van die goudstukken die ik van u kreeg.
Wij hebben ook een Heer. Jezus. Hij is weggegaan, net als die heer in het verhaal. Hij is naar de hemel gegaan. En hij heeft ons een heleboel gegeven. Gouden bladeren? Goudstukken? Wat is het wat de Heer ons gegeven heeft? De een heeft misschien een man, een vrouw, een gezin gekregen. Dat is goud toch? Iemand anders heeft een boerderij. Weer iemand ander heeft een heleboel geld, goudstukken. God geeft mensen een heleboel moois. Niet iedereen het zelfde. Net als in de gelijkenis. Maar iedereen krijgt wel iets om er mee te werken. Net als die mooie herfstbladeren die Lotte op tafel heeft liggen.
En wat wil de Heer nou? Dat iedereen zijn uiterste best doet om er iets moois mee te maken. Want er komt een dag dat de Heer terug komt. Morgen? Ik weet niet wanneer, maar hij komt terug. En dan mogen alle mensen hem blij maken met wat ze gemaakt hebben. Met hun gezin, met hun boerderij, hun geld. Kijk eens Heer, dat heb ik voor u gedaan.
Steeds meer voor God leven
Een kind kan zich er in uitleven. Alles op alles zetten om er iets moois van te maken voor papa. Die slaaf in de gelijkenis ook. Maar dat is een verhaal. De werkelijkheid valt vaak tegen. Iets moois maken van wat de Heer jou heeft toevertrouwd. Alles op alles zetten. Als Paulus schrijft dat hij wil aanvullen wat er aan het geloof ontbreekt, als hij het heeft over liefde die groter en overvloediger moet worden… Is het dan nooit genoeg? Moet ons geloof en ons bezig zijn voor God altijd maar meer worden? Ik heb de preek als thema meegegeven: Steeds meer voor God leven. Voor de een klinkt het vermoeiend: altijd maar meer? Voor de ander teleurstellend: ik merk zo weinig van groei bij mezelf, zit ik niet op een dood spoor. Weer een ander vindt het alleen maar vaag: wat kan ik hiermee? Dat alles voelde ik op mij drukken toen ik maandag aan de preek voor vanmorgen begon. Ik heb dit gedeelte niet speciaal uitgekozen. Het was gewoon het vervolg van vorige week. Toen zagen we hoe blij Paulus is met het geloof in de gemeente. Maar nu komt op ons af dat het aangevuld moet worden, er moet groei zijn. Steeds meer voor God leven… Het Bijbelgedeelte leert ons er twee dingen over:
1. Steeds meer voor God leven: naar Gods dag gaan
Op weg naar Gods dag… Dat zagen we in de gelijkenis en dat beheerst ook de eerste brief die Paulus geschreven heeft. Een brief aan de gemeente in het griekse Tessaloniki. Het lijkt me goed dat we die brief eens als geheel bekijken. Na het adres en de groet -‘Genade zij u en vrede’- begint de brief met een gebed.
Dus danken voor het geloof en het volhouden en bidden om groei. Dat zijn de twee delen van de brief. En je ziet dat later in andere brieven van Paulus terugkomen. In deze brief –ook wel in andere, maar zeker in deze brief- staat dat tegen de achtergrond van Jezus’ terugkomst. Je voelt een sterke spanning: straks komt Jezus terug en daarom ben ik zo dankbaar dat jullie geloven en blijven geloven. Daarom verlang ik er zo naar dat jullie steeds meer voor God gaan leven.
Straks komt Jezus terug. Het komt zo vaak terug in de brief dat het ons 2000 jaar later wat vreemd in de oren klinkt. Jezus komt terug in –noem eens wat:- 2011… Dan duurt dat voor Paulus nog eeuwen, terwijl wij er veel dichter bij zitten. Maar terwijl je bij Paulus de spanning van de naderende terugkomst voelt, hebben wij dat veel minder. Ja je zou kunnen denken dat Paulus zich vergist heeft. En dat zeggen sommige uitleggers ook. En dan zeggen ze: een jaar later, in zijn tweede brief komt hij daarop terug. Maar ik geloof niet dat Paulus zich vergist heeft. Ik geloof dat God zich niet vergist heeft toen hij Paulus daar zo over liet schrijven. Zo wilde God dat, terwijl hij wist dat het nog eeuwen zou duren, stuurde hij een Paulus die er helemaal vol van was. Ik geloof dat wíj ons vergissen als de spanning van Jezus’ terugkomst ons veel minder beheerst. Dat is nou wat God niet wil: Jezus komst wegschuiven naar de achtergrond van je bewustzijn. Bij Paulus ontmoet je een spanning die God ook bij u, bij jou wil zien: Straks zie je Jezus. Hij is nu nog onzichtbaar, maar dat kan ieder moment veranderen. Ik weet niet welk moment, maar het kan direct zo ver zijn. Zo dicht is Jezus bij je. Ieder moment kan het zo ver zijn dat je, zoals Lotte met haar herfstboom, er aan toe bent om voor hem te komen met al het moois wat je bij je hebt. Je hebt het allemaal van hem gekregen: je man, je vrouw, je gezin, de baan, je bedrijf, je plek in de gemeente, je spullen. En je mag laten zien: kijk Heer, dat heb ik er allemaal mee gedaan. U heb het mij toevertrouwd en ik ben er mee aan het werk gegaan. Nu sta ik oog in oog met u en nu mag ik het u laten zien.
Paulus heeft het zowel in 3:13 als in 5:23 over heilig en zuiver voor God staan. ‘Heilig’ is een woord wat hier steeds terugkomt, ook in het gedeelte er tussen. Ik zal daar komende zondagmiddag meer over zeggen, maar kort door de bocht kan ik het zo zeggen: God legt beslag op je leven. Niet alleen op je geloofsleven, je gebed en je kerkgang, maar op heel je leven. In 5:23: je geest en ziel en lichaam. Kortom: alles wat je bent. Je relatie, je seksualiteit, je baan… God wil je als mens in één stuk voor hem zien. Niet: een stukje ‘geloof’, wat heel persoonlijk is, een stukje ‘relatie’ waarin je relatie kiest en je seksualiteit gebruikt zoals je dat iedereen om je heen ziet doen, en een stuk ‘werk’ waarin je je aanpast aan het gedrag en de houding van je collega’s. Nee, God wil je als mens uit één stuk zien.
En dat des te meer, naar dat zijn komst dichterbij komt. God wil een proces zien waarbij hij steeds meer beslag gaat leggen op je leven.Wie heilig is zal nog heiliger worden, zegt Openbaring 22. Toch gaat dat niet zo makkelijk. Want terwijl de komst van de Heer dichterbij komt, wordt satan steeds feller. Hij zet alles op alles om God zo weinig mogelijk ruimte in ons leven te gunnen.Hij zorgt dat ons leven zo vol is met van alles en nog wat dat de ruimte voor God, voor de bijbel, voor je gezin, voor de kerk zo makkelijk ineenschrompelt.Hij weet het voor elkaar te krijgen dat je leven in stukjes uiteenvalt. Er is een stukje voor God en voor de kerk, maar relatie, seksualiteit en zo, dat wordt gemakkelijk een apart stukje, los daarvan. En je baan dat is weer een ander stuk, een flink groot stuk.
Terwijl God wil dat je onder de spanning van ‘Jezus kan elk moment komen’ steeds heiliger wordt, je leven steeds meer onder zijn beslag komt te staan, lijkt het bij ons soms of er geen geloofsgroei, maar alleen maar krimp is.
En daarom zou ik willen zeggen: probeer die spanning van Paulus ‘Jezus kan elk moment komen’ mee te voelen.Niet om bang te zijn voor Jezus komst, maar om jezelf met alles wat hij je heeft toevertrouwd aan hem te laten zien. Blij als een kind ‘Kijk eens Heer, dit heb ik van u gekregen, dit heb ik er mee gedaan’
2. Steeds meer voor God leven: in Gods kracht staan
Ik hoop dat dit om te beginnen helpt om te verlangen steeds meer voor God te leven. Het kan zelfs helpen om metterdaad steeds meer onder Gods beslag te komen. Maar ik wil er toch nog iets meer over zeggen hoe je het doet. Jezus komt er niet alleen áán, hij komt er ín. Hij wil bij je binnenkomen.
Ik heb dit tweede stuk van de preek genoemd: In Gods kracht staan.
Deze week bleek in een onderzoek dat ‘in je kracht staan’ als de ergste vaagtaal wordt beschouwd.
In je kracht staan, dat is: ontdekken wat jouw kracht is en daarin gaan staan. Je sterk maken met jouw sterke kanten. Maar als het er om gaat steeds meer voor God te leven, dan moet je geen kracht in jezelf zoeken, maar met Gods kracht je sterk maken. En – inderdaad- overeind komen.
Wij lazen dat de liefde kracht geeft om heilig en zuiver voor God te staan als Jezus komt. Heiliging, leven voor God, dat is iets wat God zelf in jou doet, zullen we volgende week zien. En de kracht daarvan is deliefde. Paulus noemt speciaal de liefde voor elkaar en de liefde voor anderen. Hij zou ook de liefde voor God kunnen noemen, maar hij concentreert zich op de liefde voor elkaar. Een kracht, in je relatie, je huwelijk, je omgang met seksualiteit. In je gezin, in je werk, in de gemeenten. Liefde is een kracht die jouw verandert en die er voor zorgt dat je alles wat de Heer je toevertrouwt weer als iets moois aan hem kunt laten zien. Door die kracht legt God beslag op alles waar je mee bezig bent.
Ik hoop dat u daar wat mee kunt en anders hoor ik het graag. Liefde maakt je relatie heilig, maakt je werk heilig. Het zet je anders tegenover je klanten en je leerlingen. Laat dat je kracht zijn.
Maar waar krijg je die liefde dan vandaan? Uit je geloof. Het geloof geeft de liefde kracht, zal Paulus later schrijven (Galaten 5:6). Dat is wat Paulus bedoelt als hij zegt dat hij het geloof van de Tessalonicenzen wil aanvullen. Dat geloof dat moet er niet alleen zijn, zoals we vorige week zagen dat Paulus daar heel blij mee was. Nee het moet uitgroeien in liefde, die groter en overvloedig wordt.
Geloof maakt je liefde sterk. Kunt u zich er iets bij voorstellen? Ik wel. Geloof, dat betekent dat je Jezus Christus kent. De liefde van God die vlees in bloed geworden is. Jezus Christus, die van iedereen die bij hem hoort iets moois maakt. Een mens die schoon voor God staat. Je zonden zijn vergeven. Als je straks voor hem komt te staan, met alles wat hij je heeft toevertrouwd, als je het hem mag laten zien, dan hoef je je niet te schamen voor je fouten en gebreken. Hij wil het je allemaal vergeven. Daar heeft hij alles voor over gehad, aan het kruis. Pure liefde. En geloof, dat is dat je dat van hem aanneemt. Jij hoort bij hem en het is ook voor jou. Er is geen betere manier om liefde te ervaren dan door te geloven in Jezus Christus. Dan onderga je de grootste liefde die er bestaat. En hoe sterker je dat weet en vertrouwt, des te meer gaat de liefde ook in je eigen leven werken. Geloof me, zo leer je de liefde kennen, komt die bij je binnen en gaat die van je uit.
Dus: de liefde zet de heiliging overeind, het geloof zet de liefde overeind en wie zet dan het geloof overeind? Dat doet Paulus. Paulus wil daarvoor naar Tessaloniki komen om aan te vullen wat er ontbreekt in het geloof. Hij komt met onderwijs, wat wij nog steeds kennen in zijn brieven. Door zijn brieven is Paulus tot op vandaag bezig het geloof overeind te zetten en opnieuw overeind te zetten en overeind te houden, bij duizenden. Maar als het gaat over je geloof, denk dan niet alleen aan die brieven en de rest van de bijbel. Want Paulus wilde het niet bij brieven laten, hij verlangde juist vurig op bezoek te komen. Hij wilde zien wat er ontbrak aan het geloof. Om daar concreet op in te spreken. Om te corrigeren en te waarschuwen. Dat doet Paulus vandaag niet meer, maar er zijn nog steeds dominees, ouderlingen en anderen die dat van hem overnemen. Door Paulus en zijn opvolgers wordt je geloof dus overeind gezet en gehouden.
En dan tenslotte: wie zet Paulus overeind, wie zet je dominee en je ouderling overeind? Dat doet God. En daar mag je met Paulus om bidden. Gevouwen handen beheersen deze brief van Paulus. Danken voor het wonder van het geloof en bidden om meer. Gevouwen handen én de gespannen verwachting van Jezus´ komst.
Elk moment kan het zo ver zijn. En als een kind mag je komen: Heer dit hebt u me allemaal geven. Mijn gezin, mijn baan, mijn spullen. Ik heb mijn uiterste best gedaan om er voor u iets moois van te maken. Voor u. Als ’t u blieft, Heer.
Amen
|










