| Christus eten en drinken (Zondag 28-29) |
|
|
In het avondmaal laat Christus merken hoe intiem hij de band met je wil hebben. Je moet mij eten en drinken, zegt hij. Na de viering van het avondmaal stonden we stil bij de betekenis van deze woorden. Een preek over Johannes 6:56 en Zondag 28,29.
Liturgie
Welkom
Mededelingen
Stil gebed
Openingsbelijdenis
Groet
Psalm 136:1,18,20,21
Gebed
Johannes 6:27-29, 47-56
Matteüs 26:26-28
LB Gezang 358:2,3
Zondag 28-30 v.a. 75,76,78,79,81 (als onderwijs over het avondmaal, in plaats van het formulier)
LB Gezang 358:4,5 (bij het aangaan)
Viering
LB Gezang 358:6
Tekst Johannes 6:56
Preek
Psalm 63:1,2,3
Geloofsbelijdenis van Nicea
Opwekking 518
Gebed
Collecten
Psalm 119:5,22
Zegen
Eten van Christus’ lichaam
Zijn er onder u die het boek Eten, bidden en beminnen van Elizabeth Gilbert gelezen hebben? Het is een ontmaskerend boek over de rusteloze cultuur waar wij in leven. Alles, van eten tot liefhebben, moet even tussen door. Elizabeth Gilbert trekt daarom een jaar uit om eerst vier maanden naar Rome te gaan en te genieten van Italiaans eten en de Italiaanse taal. In India gaat ze vier maanden in een klooster en vier maanden op Bali draaien om de liefde. Ik vond het geen geweldig boek, maar het dwingt je wel om na te denken over de rusteloosheid waarin je alles doet. Bijvoorbeeld eten. Het kan een weldaad zijn in alle rust te eten, te proeven wat je eet, en -laat ik een stap verder gaan dan Gilbert-: te bedenken dat die boterham gemaakt is van graan wat geen mens heeft kunnen maken, maar waar God de regen voor heeft laten vallen om het te laten groeien en de zon om het te laten rijpen. Een cadeau van Gods liefde op jouw bord, net als die sappige tomaat en die romige kaas, om in Italië te blijven. Jij mag er op kauwen, je spijsvertering maakt er energie en bouwstoffen van. Het komt in alle cellen van je lichaam, zonder dat jij daar iets aan hoeft te doen. En zo zorgt dat cadeau van Gods eigen aarde, zon en regen er voor dat jij leeft en energie hebt. Als je de rust neemt om dat te ervaren en er voor te danken heeft je dag gelijk een goede start.
Met dit eten, dit aandachtige eten, vergelijkt de Here Jezus de band die hij met je wil hebben. Eet mijn lichaam, drink mijn bloed. Hoe kan dat? Hoe kan die man ons zijn lichaam te eten geven? vragen de mensen. De rooms-katholieke kerk denkt direct aan het sacrament. Dan zal Jezus zijn lichaam in de vorm van brood te eten geven, een brood, dat bij het uitspreken van bepaalde woorden in zijn lichaam verandert. Maar dan stap je te vlug van dat gesprek aan het meer van Galilea naar de avondmaalstafel. Het heeft zeker met elkaar te maken, maar je moet de rust nemen om die woorden van de Here Jezus daar aan de rand van het meer te laten klinken. Wat bedoelde hij in dát gesprek tegen die mensen te zeggen?
Dat je hem in je op moet nemen. Hem, zoals hij is. Zoals je hem kent. Zoals je hem ziet rondgaan en goeddoen, op een bruiloft, aan een ziekbed, bij een verstoten melaatse. De liefde en bewogenheid die hij daarin laat merken. En zoals hij later, een jaar na dat gesprek aan het meer, tot het uiterste zal gaan aan het kruis. En zoals hij vervolgens in de hemel een gemeente gaat samenbrengen. Hem in je opnemen. Zoals je brood eet, waar je op kauwt -20 keer? 40 keer?- en wat dan uiteindelijk via je spijsvertering en stofwisseling als bouwstoffen en suikers in heel je lichaam komt. Wat je van Jezus weet: kauw er op, laat het in je mond heen en weer gaan en proef de smaak en laat het in heel je bestaan doordringen, als bouwstof en energie. Laat het maken wie jij bent en wat je doet. Laat het een nieuw leven in je opbouwen en energie geven om inspirerend anders te zijn. Het wijst op een band met Christus die heel intiem is. Waar je de tijd voor moet nemen. Waar je in alle rust van kunt genieten. Waarin je steeds meer vertrouwd raakt met hem.
Laten we er maar eens even een beetje van proeven:
Dit is gewoon wat de Here bedoelt met het eten van zijn lichaam. De laatste avond voor zijn sterven komt hij er op terug. Eet mijn lichaam, neem mij in je op zoals je mij kent en zoals je mij nog veel meer zult leren kennen. En op die avond geeft hij er een symbool bij: een stukje brood. Daar zit nog iets extra’s in: ik geef het ook aan jou. Het is ook voor jou. Ook jij moet het aanpakken en eten en mij zoals mij kent in je opnemen. Zo wil ik er ook voor jou zijn.
Dat broodje verandert niet in lichaam van Christus, maar het heeft wel een heel duidelijke boodschap: zo geef ik mijzelf aan jou. En een opdracht: zo moet je mij met alles wat ik ben in je opnemen. Het viel mij op bij het voorbereiden van deze preek dat Jezus vooral een opdracht geeft. De doop onderga je. Dat kan een kind dus ook al, het onderwerp van vorige week zondagmiddag. Avondmaal, dat moet je doen: aanpakken, eten, beseffen wat het is Jezus, met alles wat hij is in je op te nemen. Alleen dan werkt het en ook alleen dan mag het. Christus vraagt dat je zijn lichaam onderscheidt als je avondmaal viert en jezelf toetst. Eet mij, neem mij in je op, zegt Jezus, en hij geeft er later het symbool van het stukje brood bij.
Drinken van Christus’ bloed
Hij geeft dan ook een beker wijn en herhaalt wat hij eerder al zei: drink mijn bloed. Ook dat is een symbool. Dan gaat het niet over het lichaam, het leven van Jezus, maar over zijn sterven. Bloedvergieten is iemand laten sterven. Aan het meer van Galilea suggereert Jezus al dat hij zal sterven, als hij het heeft over het drinken van mijn bloed. Maar hij zegt het nog duidelijker aan het laatste avondmaal met zijn leerlingen: Deze beker, dit is mijn bloed, het bloed van het verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden. Hij gaat sterven, zijn bloed wordt vergoten voor de vergeving van de zonden. Zoals heel veel offers die eeuwenlang gebracht waren. En speciaal denk ik aan één offer waarbij ook sprake is van het bloed van het verbond. Als God na het geven van de tien geboden een verbond met Israel sluit, dan worden er offers gebracht en een deel van het bloed wordt over het volk gesprenkeld: het bloed van het verbond. (Exodus 24) Bloed van dieren die geofferd zijn voor de verzoening, om het goed te maken tussen God en zijn zondige mensen. De mensen krijgen kleine druppeltjes op hun huid en hun kleren op te ervaren: het is ook voor mij: verzoening en leven in een verbond met God.
Zoiets gebeurt nu ook in het avondmaal. Christus wordt gedood als offer voor onze zonde en zijn bloed, dat moeten wij niet op onze huid en onze kleren zien vallen, maar dat moeten wij drinken. Niet alleen maar aan je buitenkant zien dat je verzoend bent met God, maar die verzoening geestelijk gezien indrinken. Laat het je opfrissen, laat het je lekker smaken dat je met God verzoend bent, dat je de last van je zonde en tekortschieten niet bij je hoeft te dragen en dat je in het verbond met God mag leven. Ook daar geeft hij een symbool bij: een beker wijn. Die wijn verandert niet in het bloed van Christus, maar is er een symbool van hoe je zijn sterven als grond van het nieuwe verbond indrinkt en er van opleeft. Wijn, geen water, een echte feestdrank. Want vergeving en leven in het verbond met God is een feest.
Als je het brood eet en in je opneemt hoe Christus was en is en wat dat voor je betekent, dan geeft dat je heel veel, maar dan vraagt dat ook veel van je. Je realiseert je dat je dat nooit helemaal kunt waarmaken. Maar, heerlijk, na dat brood drink je wijn. Tussen God en jou zet de vergeving feestelijk de toon. Nee, jij gaat na het avondmaal niet waarmaken wat dat brood eten symboliseert: Christus in je opnemen tot in al de vezels van je bestaan. Maar je mag bij voorbaat genieten van de vergeving die hij je gunt: wees er zeker van het is goed tussen God en jou, ondanks je tekortschieten. Dat mag je geloven, dat mag je aanpakken.
Als je zo het avondmaal ziet tegen de achtergrond van Jezus’ woorden uit Johannes 6, dan spreekt het van een intieme band met Christus: Hem in je opnemen. Door wat je weet van hem, wat je leest en hoort van hem in je om te laten gaan en je leven er door te laten beheersen. Dit is ook de taal die we in de catechismus hoorde. Denk zo terug aan het avondmaal van vandaag. Hou het beeld vast en werk er mee, ik bedoel: werken in de stilte.
Is dit niet allemaal wat overdreven? Misschien voor enkele liefhebbers die wat meer met spiritualiteit of mystiek hebben. Iets waarvoor je eigenlijk in een klooster thuishoort? Nee, zeker niet. Wij kunnen van de praktijk in de kloosters zeker leren voor de intieme omgang met de bijbel en met Christus, maar je hoeft daarvoor helemaal niet in een klooster te gaan.
Intieme omgang met Christus is niet voor een enkeling, voor een deel van de gemeente. Jezus zegt: wie mij eet en drinkt, blijft in mij en ik in hem. Die heeft eeuwig leven. Dit is de manier om met God verbonden te leven en te blijven leven en hem niet kwijt te raken. De rede van Johannes 6 staat op een kruispunt. Neem je Christus in je op, in je leven of hou je hem buiten je. Als je hem buiten je houdt, sta jij er buiten, buiten het eeuwige leven. Je kunt natuurlijk wel denken: ik wil wel in de hemel komen, ik wil wel dat Jezus voor mijn zonden gestorven is, maar daar wil ik het dan bij laten. Bij mij van binnen verder geen gedoe. Maar dat is geen optie. De enige weg om aan de eeuwige dood te ontkomen is: Wie mij eet en drinkt en ik zich opneemt, die blijft in mij en ik in hem. Dit is de weg naar een rijk en eeuwig leven met Jezus: neem de tijd om te eten, te bidden en te beminnen.
Amen |










