| ‘Wij hebben zijn ster zien opgaan…’ Matteüs 2:2b |
|
|
We zijn druk met de voorbereidingen voor kerst. Ook God zelf deed alles om het kerstfeest voor te bereiden. Bij Elisabeth, bij Maria, maar ook aan de sterrenhemel. Al ruim voor Jezus´ geboorte was het geboortekaartje klaar. Voor wie?
Liturgie
Welkom
Aansteken adventskaars, Filippenzen 4:4,5b
Openingsbelijdenis
Groet
LB Gezang 125:1
Wet, Filippenzen 4:8,9
Psalm 85:1 en 2
Gebed
Genade verkondiging: Filippenzen 4:4-7
Psalm 85:3 en 4
Micha 5:1-4a
Opwekking 366
Tekst: Matteüs 2:2b
Preek
GK Gezang 139:4
Gebed
Mededelingen
Collecten
LB Gezang 127:1,2
Avondmaalsformulier
Gebed, afgesloten met GK 181b
Geloofsbelijdenis GK 179a
Gebed
Psalm 118:9,10
Zegen
Overal voel je de drukte van de voorbereidingen voor kerst. Wij zien er deze weken iets van hoe God het kerstfeest voorbereid. We hebben over Maria gehoord, die zwanger werd. God zorgt ook voor de geboorte van een getuige: Johannes. En, wat we vanmorgen zien: God laat een ster opgaan. Ik houdt hier vanmorgen een preek over, omdat de 18+jeugd, ook als voorbereiding op het kerstfeest, het kerstevangelie besproken heeft en vooral over dat verhaal rond die ster wat vragen had. In de preek van vanmorgen wil ik die vragen beantwoorden en zo een bijdrage leveren aan jullie, aan uw voorbereiding voor kerst.
Het komt eigenlijk neer op twee vragen: God bereidde het kerstfeest voor door een ster. Wanneer en waarom?
Eerst de vraag wanneer die ster scheen. Van de jeugd hoorde ik dat ze altijd het idee hadden gehad dat de magiërs kort na de geboorte bij Jezus gekomen zijn. Misschien wel in dezelfde nacht als de herders. Die indruk krijg je ook als je Matteüs 2:1 leest: Toen Jezus geboren was in Betlehem… kwamen er magiërs uit het Oosten in Jeruzalem aan. Als dat inderdaad kort na de geboorte is, moet God die ster al ruim van te voren hebben laten schijnen om de magiërs naar het joodse land te lokken. Maar onze jongeren lazen bij sommige uitleggers dat die magiërs één of twee jaar later gekomen zijn. Hoe zit dat nou, vroegen ze zich af, en vroegen ze mij.
Dit probleem ontstaat als je het evangelie van Matteüs met dat van Lucas vergelijkt. Matteüs vertelt na de geboorte over de komst van de magiërs, de vlucht naar Egypte, de kindermoord en de vestiging in Nazaret om het gebied van Herodes’ opvolger te mijden. Lucas vertelt na de geboorte over de ontmoeting in de tempel met Simeon en Hanna, tenminste een maand na de geboorte, pas daarna mocht her reinigingsoffer gebracht worden, de terugkeer naar Nazaret De vraag is nu kwamen de magiërs eerst? Of gingen ze eerst naar de tempel?
Voor dit laatste pleiten een aantal argumenten.
Toch zijn deze argumenten niet zo sterk als ze lijken.
De andere volgorde, eerst de magiërs, dan naar de tempel, lijkt logischer.
Daarom moeten we er van uitgaan dat de magiërs kort na Jezus geboorte, in ieder geval voor het reinigingsoffer bij Jezus gekomen zijn. De ster was een geboortekaartje vooraf. God, de trots Vader van Jezus, koos het kaartje niet alleen uit voor de uitgerekende datum, maar hij stuurde het ook al vast. De stralende ster laat een stralende Vader zien die niet kan wachten om het goede nieuws te vertellen en het kraambezoek uit te nodigen. Om te beginnen die verre magiërs.
Waarom? Dat is de tweede vraag. Waarom moeten juist die heidense magiërs zo snel naar Jeruzalem komen?
Even tussendoor: vaak wordt aangenomen dat ze met z’n drieën waren. De jongeren vroegen waarom. Ze konden dat niet in het verhaal terug vinden. Inderdaad, er wordt geen aantal genoemd. Omdat er drie cadeaus genoemd worden: goud, wierrook en mirre, bestaat al heel lang de voorstelling dat het drie magiërs waren, maar het kunnen er ook twee geweest zijn die samen drie geschenken hadden, of 28 die met allerlei gouden voorwerpen en zo aankwamen.
Maar, afgezien van het aantal, waarom moesten zij zo snel na de geboorte Jeruzalem al op stelten zetten? Omdat God door middel van deze mensen een boodschap voor Jeruzalem heeft. God stuurde hen al vooraf een geboortekaartje, om ze met dat geboortekaartje op tijd in Jeruzalem te laten aankomen. Om Jeruzalem te laten weten: wat jullie altijd in Micha 5 gelezen hebben… het is nu zo ver. Er komt een Koning, die een goede Herder is. Hij komt met vrede voor heel de wereld. Als je je oude boekrol en dit nieuwe geboortekaartje naast elkaar legt dan moet dat voor jullie heel duidelijk zijn. Dit kind is de beloofde Koning. Als hij opgroeit zul je merken wat voor Koning hij is. Een koning die zich opoffert en zo vrede brengt. God laat in de magiërs in Jeruzalem zijn geboortekaartje bezorgen. Leg het maar naast die bijbel die jullie al zo lang kennen. En geloof in die Koninklijke baby!
Dit brengt mij bij een vraag die onze jongeren terloops stelden, maar die wel heel belangrijk is voor het begrijpen van die ster. Waarom staat deze geschiedenis in Matteüs en niet in Lucas.
In de tijd voor kerst liet God een ster stralen. Als een geboortekaartje voor niet joodse magiërs. De hele wereld moet het goede nieuws van Jezus weten. Wat we twee weken geleden in Johannes 1 lazen. Jezus is het ware licht om iedereen te verlichten. God stuurt Johannes en veel anderen om iedereen te laten geloven. Heel de wereld moet het weten. Ook de kerstlichtjestocht volgende week vrijdag is daarvoor bedoeld.
Maar het geboortekaartje was vooral bedoeld om naar Jeruzalem gebracht te worden. Bij de mensen die Gods beloften al kennen. Van die mensen zoals er ook hier heel veel zitten. Dat is de genade van God. Bij mensen die hem al kennen, die weten van de Koning, van de goede Herder, blijft hij aandringen: Geloof in mij, kom met je aanbidding, geef je leven aan mij. God weet hoe moeilijk je dat soms vindt. Maar voor Jeruzalem toen en voor De Voorhof nu is hij een God die geduldig blijft aandringen. Door preken. Straks ook weer door het avondmaal. Geloof in mijn Zoon. Kom met je aanbidding. Geef je leven!
Amen |










