| 1 Timoteüs (2) Ontzag M/V |
|
|
Paulus leert mannen en vrouwen de juiste houding tegenover God, de houding waarin je je geloof belijdt en avondmaal viert. Een korte preek over 1 Timoteüs 2:8-10
Liturgie
Welkom
Welkom
Openingsbelijdenis
Groet
Psalm 84:1,2,6
Wet, Efeze 4:1-2 en 5:1-2
Psalm 6:1,3
Gebed
Genadeverkondiging Lucas 14:11
Geref. Kerkboek Gezang 107:1,2
1 Timoteüs 2:1-7
Psalm 144:2,6
Tekst: 1 Timoteüs 2:8-10
Korte preek
Liedboek Gezang 360
Openbare geloofsbelijdenis
1 Timoteüs 6:12
Geref. Kerkboek Gezang 10
Gebed
Collecten
Avondmaalsformulier 4
Geloofsbelijdenis GK 179a (wisselzang)
Gebed
Viering
Gebed
Psalm 25:4,7
Geref. Kerkboek Gezang 161
Zegen
Dadelijk doet één van onze jonge leden belijdenis van zijn geloof. Hij komt hier op het podium staan. Maar je geloof in God belijden, dat betekent niet dat je op het podium gaat staan met een houding van ‘Kijk eens hoe goed ik ben’? Wat voor houding wel? Daar wil ik het in deze korte preek over hebben.
Na zijn belijdenis komen er nog veel meer mannen en vrouwen hun geloof belijden. Niet op het podium, maar aan deze tafel. Of op hun eigen plek in de kerk. Wat voor houding past daar bij?
Paulus schrijft: ‘Ik wil dat bij iedere samenkomst de mannen met geheven handen bidden’. Hij heeft het eerst over de houding van de mannen en daarna over die van de vrouwen. Maar er zit vrij veel overeenkomst in en daar wil ik het vanmorgen over hebben. De verschillen, daar gaan we vanmiddag en de volgende weken wel dieper op in.
Mannen moeten bidden. Hulp vragen. Ze deden dat toen met een houding van je handen uitsteken naar boven. Zoals een bedelaar zijn handen uitsteekt, maar dan naar de hemel. De meeste mannen zijn er niet zo goed in om hulp te vragen. Hoe gaat dat als je met je vrouw op pad bent en je kunt de weg niet vinden? Je blijft op alle bordjes kijken en rondrijden, tot je de straat gevonden hebt. En als zij zegt ‘Vraag het eens aan die vrouw’… Nee dus. Mannen kunnen slecht hulp vragen. Maar Paulus zegt: vragen mannen, bidden. Vraag God de weg. God, van wie we net lazen dat hij één weg, één middelaar voor alle mensen gegeven heeft. Er is maar één manier om gered te worden. Die moet je niet zelf vinden. Die geeft God je. Vraag er om.
Bidden, bedelen, ‘vol toewijding’ schrijft Paulus. Mannen, zijn jullie daar goed in, je helemaal toewijden, niet aan jezelf en jouw doelen, maar aan God en zijn plan? In dat bedelen en die toewijding vraagt God een haast onmannelijke overgave van ons mannen. Zonder wrok of onenigheid. Een houding die één en al ontzag voor God is.
Dat geldt natuurlijk ook voor de vrouwen. Vrouwen hebben andere manieren om zichzelf groot te maken. Dure kleren, een opvallend kapsel, goud, parels of andere sieraden. Mannen zijn nou eenmaal erg visueel ingesteld, dus als je er goed uitziet of voor geld kunt zorgen dat je er goed uitziet, dan heb je een pre in onze wereld, die nog altijd sterk een mannenwereld is. En jaloezie van de ene vrouw op de andere gaat gemakkelijk de sfeer beheersen. Paulus zegt niet: jullie stellen helemaal niks voor, zorg maar dat je niet opvalt. Nee, val op op een manier die niet jouzelf op het voetstuk zet, maar God. Dezelfde toewijding die hij van de mannen vraagt: val op door goede daden. Laat het te zien zijn dat je God vereert.
Ken hem in zijn grootheid. In zijn liefde, die je wil vergeven. Die dat ook vandaag weer volop wil laten merken. Als dat je houding is, dan komt er in je innerlijk en in je uitstraling ook steeds meer ruimte voor de liefdedienst waar we vorige week over lazen. Het doel van Timoteüs preken en van al het kerkenwerk is liefde voor God en voor elkaar. Als je houding er steeds meer een van ontzag voor Gods grootheid is, dan komt er in je innerlijk en in je uitstraling ook steeds meer ruimte voor die liefdedienst.
Amen |










