Aan het begin van het nieuwe seizoen luisteren we naar Gods doel met Timoteüs’ en ons kerkewerk. Een preek voor de startzondag over 1 Timoteüs 1:5.
Preek A.M. de Hullu - Zondag 5 september 2010
predikant Apeldoorn-Zuid
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
Deze preek wordt u aangeboden voor eigen gebruik. De predikant vraagt u eerst contact met hem op te nemen als u deze preek wilt gebruiken voor andere doeleinden zoals het voorlezen in een kerkdienst of als studiemateriaal in verenigingsverband of anders.
|
Liturgie
Welkom
Openingsbelijdenis
Groet
Psalm 86:5
Tien geboden, Mat.22:37-40
Psalm 86:2,4
Gebed (Efeze 3:14-19)
Genadeverkondiging (Efeze 3:20-21)
Liedboek Gezang 95:3
1 Timoteüs 1 (tekst: vers 5)
Psalm 127:1,2
Preek deel 1
Liedboek Gezang 14:1,2
Preek deel 2
Opwekking 369
Gebed
Mededelingen
Collecten
Liedboek Gezang 481
Zegen
Het eerste stukje van de preek was met name gericht op de kinderen. Schapen lijken aaibaar, maar ze kunnen ook vechten (fimpje). Ook bij ons, schapen van de kudden van de Here Jezus ontbreekt de liefde vaak. De Goede Herder brengt vrede. Daarvoor gebruikt hij Paulus en Timoteüs in Efeze. Ook in onze kerk wordt gepreekt over de liefde van de Goede Herder. Hij vraagt van je om hem lief te hebben en goed te zijn voor elkaar.
We sloten dit stukje af met het zingen van Liedboek Gezang 14:1,2
Een liefdeloze club
Er was eens een club waar de leden niet zo goed met elkaar omgingen. Iedereen had wel iets om zichzelf belangrijk te maken. De mannen met hun haantjes gedrag. De vrouwen met hun opvallende dure kleren, goud en parels. Mensen met nieuwe ideeën gebruikten die om zich te laten gelden. En de oude vrouwen deden hetzelfde met hun ‘oude vrouwen praatjes’. Sommigen stonden te dringen om in de leiding te komen. Niet omdat ze zulke goede leiders waren. Een aantal was nog maar net bij de club. Maar ze hadden de behoefte om hun dominante karakter te botvieren. En als je bij de leiding hoorde… Niet iedereen wil in de leiding komen. Maar iedereen lijkt er op uit om de leiding onderuit te halen. Door valse beschuldigingen en zo. Mensen maken elkaar verdacht. De ego’s maken de club kapot.
Wat is het voor een club? Ik kan er niet trots op zijn als ik het zeg, maar het is een kerk, een christelijke kerk. Nee, het is niet De Voorhof. Het is de kerk van Efeze, zo ongeveer in het jaar 55. De kerk waar Paulus drie jaar lang gewerkt heeft. Tijdens zijn afwezigheid heeft zijn jonge medewerker Timoteüs de leiding. Paulus stuurt hem een brief waarin we veel te zien krijgen van de gemeente, wat er aan schort en wat er moet gebeuren. Je zou deze brief beste 1 Efeze kunnen noemen. Verschillende onderwerpen uit 2 Efeze komen hier al aan bod. Paulus tekent de kudde in Efeze als een kudde van ego’s, die nieuwe en oude opvattingen gebruiken om zichzelf groot te maken. Mannelijk haantjegedrag en vrouwelijke pronkzucht, leiding en omgang met de leiding, in alles zet je jezelf als het middelpunt van de wereld neer. De hele wereld is een club waarin dat de trend is. Van Den Haag, ja tot Pakistan, waar de een de ander uitsluit van noodhulp. De hele wereld is zo’n club. Maar van de kerk zou je nou juist verlangen dat het anders is. Dat verlangt de Here ook. Dat zit er achter als Timoteüs een brief krijgt waar in staat: Het doel van je opdracht is de liefde die voortkomt uit een rein hart, een zuiver geweten en een oprecht geloof.
Liefde als Gods doel met de kerk
De liefde in de gemeente, die ís er niet automatisch, dat is een dóél wat de Heer wil bereiken. Laat dat maar onze eerste les zijn vanmorgen. Daar zit al heel wat in.
- Daarin laat God zien wie hij zelf is. Hij is liefde. God, de Vader, de Zoon en de Geest, zij kennen de volmaakte liefde onder elkaar. Alles voor elkaar over hebben. Bij God is dat puur. Denk bijvoorbeeld aan de Here Jezus, die vreselijk opziet tegen het sterven, maar in zijn hart geen ruimte toelaat om iets anders te willen dan God wil.
- God wil die liefde ook bij ons zien. Hij ziet natuurlijk ook dat de wereld een club geworden is waar de ego’s de toon zetten. Al bij de zondvloed zag je dat God van dit soort ontwikkelingen een afkeer heeft. Hij had toen zelfs spijt dat hij de mensen gemaakt had. En met zo’n soort gevoel moet God soms toch ook naar onze harde wereld kijken. Ja, wees blij, er is een God die het niet normaal vindt wat er in deze wereld gebeurt. God wil een kerk zien waar het anders is.
- Maar als je leest dat God dat als doel heeft, dan zit daar ook in dat dat doel nog niet bereikt is. De kerk ís nog niet de perfecte oase van liefde in de harde wereld. Er moet aan gewerkt worden. Proef daarin het geduld, de genade van God. Zo wonderlijk! God verlangt naar een gemeente van volmaakte liefde, maar hij heeft er geduld mee dat ze dat in Efeze en wij hier in De Voorhof nog niet bereikt hebben. Hij gooit je de kerk niet uit. Nee, hij kijkt naar Jezus, die aan het kruis de volmaakte liefde toonde. Voor hem is er natuurlijk plaats bij God. Maar voor u ook, voor jou ook. Als introducé van Jezus mag je hier in Gods huis binnenkomen. God wil je gebrek aan liefde, ook hier in de kerk, vergeven. Zo mag je hier volgende week aan het avondmaal zitten. Het avondmaal is niet voor mensen die Gods doel van de volmaakte liefde al bereikt hebben. Het is ook niet voor mensen die er niet naar verlangen. God geeft je door Jezus een plek in dit huis waar die liefde nog niet volmaakt is, maar waar er wel aan gewerkt wordt. Hoe doen we dat, werken aan Gods doel van liefde?
Liefde, om aan te werken (Wie?)
- Ja, wacht even zijn wij het wel die er aan moeten werken? Het doel van je opdracht is de liefde, schrijft Paulus. Dat schrijft hij niet aan de Efeziërs, maar aan zijn medewerker Timoteüs. De opdracht die híj heeft, preken, vermanen, leiding geven dat is het werk waardoor het doel van de liefde bereikt wordt.
- Preken waarin Gods woord klinkt, bezoeken waarin hij Gods waarschuwingen laat klinken, leiding in Gods naam, daardoor moet de liefde in de gemeente groeien. God is het die zo liefde brengt en versterkt, door het werk van zijn dienaar. Nog een keer merk je Gods geduld met je. Hij heeft er geduld mee dat wij de volmaakte liefde nog niet bereikt hebben. Hij heeft er ook geduld mee dat wij het niet uit onze kracht kunnen. Hij doet het zelf, b.v. door Timoteüs in Efeze.
- Tegelijk is het een werk van God dat wel door ons heen gaat. Het moet uit onze reine harten komen. Ja, op de één of andere manier moet de Here dat er zelf in brengen. Maar het gaat dan toch wel door ons heen, door ons binnenste. Hij schakelt ook ons geweten in. Een zuiver geweten. En ons geloof, een oprecht geloof. Het geloof werkt door de liefde. Maar ook al gaat het door ons heen, het is toch juist de opdracht van Timoteüs die moet zorgen dat de liefde, die God als doel heeft, bereikt wordt. Hoe?
Liefde, om aan te werken (Hoe?)
- Timoteüs preekt, hij heeft gesprekken met gemeenteleden, soms waarschuwende gesprekken, hij geeft leiding aan de gemeente. Daardoor moet de liefde groeien. Ik ben er van overtuigd dat het zo werkt. Ook hier in De Voorhof. Laten we proberen dat nog iets scherper in beeld te krijgen
- In vers 3 en 4 schrijft Paulus over de specifieke opdracht van Paulus aan Timoteüs. Voorkomen dat mensen een afwijkende leer onderwijzen en zich verdiepen in verzinsels en eindeloze geslachtsregisters. Er waren mensen die zich in de gemeente profileerden met een afwijkende leer. Zij hadden iets te bieden en dat vergrootte hun ego. Ze leken het uit de bijbel te halen, uit het oude testament. Ze wisten allerlei diepere waarheden op te diepen uit geslachtsregisters. Ja, voor veel opvattingen lijkt en bijbelse onderbouwing te vinden in het oude testament. Het lijkt soms alsof ieder het oude testament op z´n eigen manier kan lezen en z´n eigen waarheid er uit haalt. Dat leidt, zo schrijft Paulus, tot speculatie. Er ontstaat verwarring: wat is nu de waarheid. Dat is niet opbouwend, nee dat werkt de opbouw juist tegen. Het leidt af van het geloof, van de zekerheid en de opbouw die daar uit voortkomt. De opdracht van Timoteüs is te waarschuwen tegen die afwijkende leer om de gemeente te houden bij de zekerheid en het opbouwende van het geloof. Daar moeten we ons op concentreren.
- Timoteüs moet zich richten op de harten. Hij moet niet alleen maar zeggen: jullie moeten liever worden voor elkaar. Nee zijn preken en waarschuwingen moeten dieper afsteken.
Wat zit er in je hart? Liefde komt uit het hart. Zoals we de Here Jezus hoorden zeggen dat je God moet liefhebben met heel je hart. God wil dat je hart er vol van is Hem lief te hebben en de mensen om je heen. Die liefde, die bij zo veel mensen in deze harde wereld ontbreekt, God verlangt er naar dat die liefde in u opvlamt en blijft branden. Dan ben je daar niet alleen van binnen vol van, maar dan is dat merken in een houding van pure toewijding aan God, en bewogenheid en eerlijkheid tegenover de mensen om je heen. Timoteüs’ preken en alles wat er in de gemeente gebeurt, ook in onze gemeente moet spreken van Gods verlangen naar liefdevolle harten. Ja zo, dat er alleen maar liefde in je hart woont. Een réín hart. Dat je van binnen schoon bent van alle vuile streken en vuile gedachten tegenover anderen. Ben je zo schoon?
- Dat is een gewetensvraag. Je geweten dat heb je om eerlijk onder ogen te zien waarmee je bezig bent en wat er achter zit. De mooie kleren die je draagt in de kerk, draag je die om God groot te maken of jezelf? En niet alleen je kleren, maar alles wat je hier in brengt, je trouw, je lied, je inzet in de kerk, is het om God groot te maken of om jezelf groot te maken. Als je bepaalde ideeën, oude of nieuwe, naar voren brengt, als je dat met kracht doet, vraag je zelf eerlijk af of je niet net als die mensen in Efeze daarmee jezelf aan het profileren bent. In onze intellectuele en spirituele inbreng in de kerk kan veel geestelijke zelfbevrediging insluipen. In je leiderschap of je kritiek op de leiding. Toets het gewetensvol. Timoteüs’ preken moeten daartoe aansporen. Dat moet ik ook doen. Dat moet u bij elkaar en bij uzelf doen. Ook nu we volgende week het gemeente-zijn vieren aan de tafel van de Here Jezus. Het kan niet anders of ieder van ons komt bij dat gewetensonderzoek zichzelf tegen. Je ontdekt hoe gemengd je hart is, vol van liefde en menselijke kleinheid.
- En daarom noemt Paulus na het reine hart en het zuivere geweten nog iets. Je oprechte geloof. Nog iets wat van binnen zit. Ook al voel je van binnen je geweten op je gebreken wijzen, je mag geloven, vertrouwen dat God je aanvaardt. Ja, laat dat je geloof zijn. Oprecht geloof. Niet ‘Ik heb ook een geloof’. ‘Ik sta als christen ingeschreven’. ‘Ik ben geen moslim of atheïst, ik hoor bij een christelijke kerk’. Geloven is vertrouwen dat God jou, zondaar genadig is. Die houding, van zondaren die mogen vertrouwen op Gods genade bindt ons samen. Zo mogen we volgende week het avondmaal vieren. Zo worden we versterkt door preken, Bijbelstudie, catechisatie, wijkkringen en alles wat we hier in De Voorhof doen. Door dat echte geloof gebeurt het dat Christus in je hart woont. Dan stroomt je hart steeds meer vol van Gods liefde.
Zo starten we aan een nieuw seizoen. Niet als mensen die de volmaakte liefde bereikt hebben. Maar als mensen die dankzij Gods geduld naar die liefde verlangen in dit huis, waar hij er aan werkt opgebouwd worden.
Amen |