| Bestemming… (2): Langs de rand van de afgrond (Numeri 14:20) |
|
|
Reizen… Onderweg kan er van alles misgaan. Zelfs als je je bestemming bijna bereikt hebt. Een voorbeeld daarvan in Numeri 13 en 14. Wie zorgt er voor dat het toch goed komt? En wat krijgen we over God te zien?
Liturgie
Welkom Openingsbelijdenis
Groet
Psalm 54:2,3
Wet: Deuteronomium 5:1b-22,6:4-5
Psalm 54:1
Gebed
Genadeverkondiging: Exodus 34:4-6
GK Gezang 69
Doopformulier 1
GK Gezang 45
Doop
Psalm 105:5
Gebed
Opwekking 518
Numeri 13:1-3, 13:17-14:2, 14:11-23
(Tekst: vers 20)
Psalm 143:1,2,9
Preek
GK Gezang 154
Gebed
Collecten
GK Gezang 160
Zegen
Preek
Probleem onderweg: wat zien we van God
Waar moeten we het in Nederland nog over hebben nu het WK voorbij is? Waar moeten kranten en tv-programma’s nog over gaan? Over vakantieleed. Afgelopen maandag begon ‘Groeten van Max’ een programma wat speciaal aan vakantieklachten gewijd is. Reisbladen en kranten wijden er artikelen aan. Tegenvallend uitzicht, vieze lakens, haren in de douchebak, malafide reisorganisaties... Prachtige thema’s voor de komkommertijd.
Ik wil vanmorgen ook preken over problemen onderweg. Niet om de komkommertijd in de kerk een beetje op te vullen. Nee, ik ben er juist van onder de indruk geraakt hoeveel God van zichzelf laat zien in een spannend moment onderweg, waarbij het langs de rand van de afgrond gaat. Het schilt maar een haar of het is afgelopen met Israel. En we zullen straks zien wat het verschil maakt. Waardoor gaat het toch nog nét goed? Welke bemiddelaar zorgt door zijn tussenkomst dat de reis gered wordt?
Ik wil aan u meegeven wat God hierin van zichzelf laat zien. En dan zie je direct in het begin al het geduld van God. Hij laat Mozes verkenners op pad sturen. Want er zijn al heel wat reisproblemen geweest. Geen lekker eten. Conflicten over de leiding. Ja, bij warm weer worden mensen prikkelbaar. En met duizenden prikkelbare mensen bij elkaar in een droge woestijn krijg je een collectieve irritatie. Net zoals Nederland vorige week massaal in een bijna wereldkampioenstemming was en daarna een collectieve kater had. Zo was Israël met z’n allen boos op het eten, boos op Mozes en boos op God. Waren we maar in Egypte gebleven. God voelt ze aan en hij heeft geduld met ze. Het einde van de reis is nu aangebroken. Het beloofde land moet veroverd worden. En de Here weet dat dat nog veel spannender gaat worden dan de tocht door de woestijn. Dat was nog betrekkelijk veilig. Maar nu gaat het spannen. Gaan ze nu niet afhaken. God laat verkenners sturen, om Israël voor te bereiden. Om te ontdekken dat het echt zo moois is als God beloofd heeft. Wat God gezegd heeft is waar, dus reken maar dat het óók waar is wat God beloofd heeft, dat het land straks voor Israël is. Veertig dagen onderzoeken ze het land. Veertig dagen worden ze voorbereid om als twaalf apostelen het komende koninkrijk te verkondigen. Zodat Israël er naar gaat verlangen en gaat vertrouwen dat God het echt zal geven. Je voelt Gods geduld, zijn liefde om ze naar het komende koninkrijk toe te trekken.
Maar je merkt direct ook iets anders bij God. Want de apostelen, ze komen terug om het goed nieuws van het koninkrijk te brengen. En ze maken er slecht nieuws van. Dit land is geweldig, maar wij zullen het niet kunnen veroveren. Het is een land wat zijn inwoners verslindt. Tien van de twaalf verkenners ontmoedigen het volk. En met succes. ‘Waren we maar in Egypte gestorven, of hier in de woestijn’
God, hij merkt dat hij afgewezen wordt. Hij heeft beloofd dat dit land voor hen zou zijn. De verkenners hadden de apostelen van dat beloofde koninkrijk moeten zijn. Maar ze geloven niet dat God zijn belofte waar kan maken. Ze wijzen hem af. Ze dreigen de twee trouwe verkenners te stenigen. En dan zie je bij God een ongelofelijke woede. Zijn majesteit verschijnt. Ik zal ze met de pest treffen. Ze willen liever sterven hier in de woestijn? Dat is te regelen. Daar heb ik niemand voor nodig, één ziekte is genoeg. En Mozes, dan maak ik van jouw nageslacht wel een nieuw, een beter volk. Zo is God als hij afgewezen wordt en als je hem blijft afwijzen. Dat verdragen mensen niet. Dat kan God ook onmogelijk verdragen. God kan alles, maar hij kan niet verdragen dat je hem afwijst.
En zo loopt de reis op niets uit. Het doel van de reis, Kanaän is bereikt. De intocht moet beginnen. Maar het gaat niet door. Of kan het toch nog goed komen? Kan er misschien nog iemand tussenbeiden komen? Daar gaan we zo naar kijken. Maar laten we eerst even vaststellen dat we alvast twee dingen van God gezien hebben:
Onthouden.
Geduld van God
Is er nog iemand die tussenbeiden kan komen om de reis te redden? Er is in ieder geval iemand die het probeert: Mozes. Laten we goed kijken hoe hij dat doet. Veel christenen denken bij Mozes aan wetten en geboden. De naam Mozes hoort bij wet, bij strengheid, bij vroeger: het oude testament. Bij het nieuwe testament hoort genade, geen wet. Voor veel christenen staan oude en nieuwe testament, wet en genade als zwart en wit tegenover elkaar. Maar de werkelijkheid is veel kleurrijker dan deze zwartwittekening. Mozes is inderdaad de man die heel veel wetten gegeven heeft. Maar nu het helemaal vast gelopen is tussen God en zijn mensen zoekt Mozes niet bij de wet de oplossing. Hij kijkt niet naar de mensen om tegen ze te zeggen: als je die en die regel naleeft, dan kan het nog wel goed komen. Nee hij kijkt naar God en smeekt hem om geduld. Middelaar Mozes weet dat nu het helemaal vast zit er maar één is van wie nog iets te verwachten is. Niet van de mensen, maar alleen van God.
Mozes probeert God te bewegen om nog eens geduld te hebben. Let er op wat hij aanvoert om God te overtuigen:
God zegt: ‘Ik zal het ze vergeven, zoals je vraagt’. Dat is God. Hij vindt het verschrikkelijk dat ze hem afwijzen. En toch wil hij het vergeven. Hij is gevoelig voor de tussenkomst van een middelaar. God is door en door genadig. Dat komt niet pas in het nieuwe testament. Nee, zo is God tot in het diepst van zijn hart. Zo heeft Mozes hem ontmoet op de berg. En zo mag u hem ontmoeten, als u bidt om vergeving van uw zonde. Zo mag u hem ontmoeten, op uw sterfdag, of daarvoor al, als Jezus eerder terugkomt.
Het gaat langs de rand van de afgrond. Maar God laat zijn geduld zien: hij wil vergeven.
Gods woede
Dit zou een mooi punt zijn om de preek mee af te sluiten. Maar God is nog niet uitgesproken. Hij gaat verder: Alle mannen van 20+ moeten sterven in de woestijn. Israël moet 40 jaar rondtrekken in de woestijn en in dit tijd zullen alle mannen van boven de 20 sterven.
Hoe kan dat nou? God vergeeft het. En toch moeten ze sterven. Vergeeft God het dan wel echt? Als God het echt vergeeft, dan is het toch goed? Ja, dit is moeilijk te begrijpen. Toch kan ik er wel twee dingen over zeggen.
Israel mag verder met God. De reis is gered. We hebben er iets van gezien hoe God is. En zo mag u, mag jij verder met God. Je verdient het niet. Maar hij wil met je mee gaan. Op je vakantiereis en op je levensreis.
Amen |









