| Bidden kun je leren (4) Volhouden |
|
|
Na drie leerdiensten over bidden een dienst rond de vraag: hoe hou je het vol? (Zondag 52)
Welkom
Openingsbelijdenis
Groet
Psalm 123
Gebed
Psalm 88:1,7
Matteüs 26:36-46
Psalm 13
Preek deel 1
Psalm 35:1,11,13
Preek deel 2
Psalm 60:5
Apostolische geloofsbelijdenis
GK Gezang 163
Gebed, GK 181b
Mededelingen
Collecten
Psalm 116:1,10
Zegen
Twee vragen
Bidden kun je leren. Maar moet je daar wel zo onderwijzend mee bezig zijn als in de afgelopen diensten? Is het gebed niet meer iets persoonlijks waarin ieder zijn eigen gang moet gaan? Ik heb twee vragen gekregen die daar iets mee te maken hebben, en daar wil ik de preek van vanmiddag mee beginnen.
Vrij gebed of formuliergebed
Eerst over die formuliergebeden. Ik heb in de tweede dienst kaartjes uitgedeeld met op de voorkant een gebed om voor het eten te bidden en op de achterkant een gebed om na het eten te bidden. Niet iedereen is enthousiast over het bidden van zo’n vast gebed. Heeft het niet iets onpersoonlijks? Wordt het op den duur niet levenloos, altijd datzelfde versje opdreunen?
In een bepaald deel van de christenheid leeft wat weerstand tegen formuliergebeden. Het spontane gebed, wat uit het hart komt, dat is het ware. En dat deel van de christenheid, dat is nu precies het deel waar wij bij horen: gereformeerden, bevindelijk gereformeerden en evangelischen. In deze groep is in de afgelopen eeuwen verzet tegen het formuliergebed opgekomen. Voor die tijd werden vaste gebedsteksten meer gewaardeerd, zoals dat onder de breedte van de christenen nog steeds het geval is. Maar een deel van de Bijbelgetrouwe protestanten ervaart zo’n gebed als onpersoonlijk en sleurgevoelig. Voor sommigen gaat dat zo ver dat ze vinden dat een dominee zijn gebed in de kerk niet mag opschrijven maar uit het hoofd moet doen. Dat komt echt van de Geest. Deze mening sluit mooi aan bij de modegrill van deze tijd: het persoonlijke en het authentieke, dat is het ware. Een gebed dat uit jouzelf komt is beter dan een aangeleerd versje.
Maar is dat waar? Ik ken mensen die het moeilijk vinden om spontaan een eigen gebed te formuleren. Er zijn christenen die daar veroordelend over spreken, maar dat vind ik heel fout. Als je dat moeilijk vindt en een gebed dat door een ander bedacht is kan je helpen, dan is dat gewoon heel mooi. Een gebed wat een ander geschreven heeft kun je net zo goed vanuit je eigen hart bidden. Denk b.v. aan Handelingen 4. De eerste christelijke gemeente is bij elkaar om te bidden. En dan beginnen ze met een oud gebed uit het oude testament, Psalm 2. Daarna volgen ook andere woorden, maar het begint als een opgezegd gebed. Woorden van een psalm, een gebed uit de bijbel kun je als jouw gebed bidden, maar ook gebeden die anderen geschreven hebben.
Dat geldt trouwens niet alleen voor gebeden aan tafel. Ik denk ook aan het persoonlijke gebed, wat sommigen moeilijk vinden. Je kunt gebeden uit de bijbel bidden. Er zijn boekjes met gebeden van Luther, Augustinus en anderen. Je kunt ook de woorden van zondag 47 tot 52 gebruiken als gebed. Heel mooi om met hulp van anderen, die vol waren van de Geest, jouw gebed tot God te verwoorden. Daarbij kun je een standaardgebed gebruiken, maar je zou ook kunnen variëren. Want een standaardgebed is inderdaad wel sleurgevoelig. Maar de Geest kan zowel werken door woorden die spontaan uit je opkomen als door woorden die je uit de bijbel of van andere christenen die je als jouw gebed uitspreekt.
Oppassen voor perfectionisme?
Als je nadenkt over de vraag wat je moet bidden en wat niet, wat eerst en wat op de tweede plaats moet komen, als je gebeden gaat opschrijven, loop je dan niet het gevaar dat je te hoge eisen gaat stellen. Het hoeft toch niet perfect te zijn?
Nee, het hoeft niet perfect te zijn. Maar je moet je wel realiseren met wie je in gesprek bent. Dat is één van de belangrijkste dingen die ik u heb willen meegeven in deze diensten. Het lijkt heel mooi, persoonlijk en echt om dicht bij jezelf te blijven. Maar het past bij het gebed om met je gedachten, met je houding je sterk naar God toe te richten. Dat merk je in het gebed wat Jezus ons leert, het ‘Onze Vader’. Dat is niet een verzameling gebedspunten, maar meer een stijl van bidden. Begin met je op de hemel te richten, waar God geprezen wordt, waar hij regeert en waar zijn wil gedaan wordt en vraag dat voor de aarde. Niet: God, wij hier op aarde, wij zijn druk met dit en we zitten daarmee en we willen u nou ook maar eens bij al onze dingen betrekken. Ja, dat klinkt wel heel spontaan en dicht bij jezelf. Maar Jezus leert je: God u bent in de hemel, u bent vol van uw glorie, uw rijk en uw wil. Laat dat hemelse de aarde beheersen, laat het mij beheersen. Zo wil ik om mijn dagelijkse dingen bidden en om vergeving van mijn dagelijkse zonden. Precies zoals Jezus dat ultieme gebed in die bange nacht bad: Laat niet mijn wil maar uw wil gebeuren. (Matteüs 26:39-42)
Je gebed wordt niet perfect en dat hoeft ook niet. Maar het is meer dan spontaan gebabbel met God. Lees je de gebeden in de bijbel, dan merk je dat ze daar boven uitstijgen. Wat ik verlang is dat u zich daarin laat meenemen.
Hoe hou je het vol?
Niet uitzijn op het volmaakte, wel op niveau. Dat is ook van belang in verband met ons laatste onderwerp. Hoe hou je het vol? Als je alle nadruk legt op het spontane en het dicht bij jezelf blijven maakt je het al te kwetsbaar.
Bidden is moeilijk vol te houden. Dat hoor ik in de gemeente van veel mensen. Van de oudsten en van de jeugd. Het is niet een probleem van één generatie.
Het is moeilijk om je aandacht er bij te houden, vooral in een langer persoonlijk gebed. Je kunt aan het bidden zijn en ineens merk je dat je afgedwaald bent. Als je voor een moeilijk klus bidt, merk je dat je gedachten ineens met die klus bezig zijn en niet met de vraag of God je er bij wil helpen. Vooral ’s avonds hebben veel ouderen en jongeren hier last van.
Volhouden is moeilijk, vooral jongeren en drukke mensen hebben er soms moeite mee om er dagelijks de tijd voor te nemen.
Moeilijk is het ook om het gebed vol te houden als een verlangen of gemis lang blijft duren.
Als je maar steeds geen levenspartner vindt. Als je kind zijn of haar weg zonder de Here gaat. Het kan zijn dat God op den duur duidelijk maakt dat hij een andere weg met je voor heeft. Maar dat is lang niet altijd zo. Hij verlangt, om iets te noemen, dat je blijft bidden om een betere wereld, ja om zijn koninkrijk. En hoe hou je dat vol?
Dat moet je niet wegpraten met dooddoeners als ´we hebben allemaal onze ups en downs´ of zo. Psalm 13 brengt het probleem van het moeilijke bidden heel serieus voor God en spoort ons aan om het serieus te nemen.
Ik begin met een paar praktische opmerkingen hierover. Als het moeilijk is je aandacht bij je gebed te houden: kies een beter moment op de dag. Experimenteer maar eens met verschillende tijden van de dag om te bidden. Veel mensen kunnen zich ’s morgens beter concenteren dan ’s avonds, en aan het begin van de avond beter dan aan het einde van de avond. Ontdek je eigen prime-time om te bidden. En maak daar een vast punt van, laat het geen sluitpost worden, waar je alleen aan toe komt als er nog een beetje budget over is voor God. Het hardop uitspreken van het gebed kan helpen. Het gebruik van een gebedslijstje, of wat ik al zei: een gebed wat iemand anders geschreven heeft.
Laten we elkaar er ook bij helpen.
Als je op bezoek komt bij één van onze ouderen, die bijna nooit samen met iemand anders bidt, en met het volhouden van het gebed steeds meer moeite krijgt: stel voor om samen te bidden. Bidt voor een ander, ook thuis, als die het moeilijk vindt om te bidden of om het vol te houden. En zeg dat ook tegen elkaar, dat bemoedigt. Praat er met elkaar over wat je moeilijk vindt bij het bidden en help elkaar, ook met praktische tips vanuit je eigen ervaring.
In de preek van vanmiddag wil ik nog op een andere manier ingaan op dat volhouden. Waarom is bidden zo moeilijk? Omdat het niet van deze wereld is. In het gebed wat Jezus leert merk je dat. Je spreekt tot een Vader in de hemel. Je vraagt om het hemelse koninkrijk. Je vraagt dat het op aarde zoals in de hemel wordt. En je sluit af met ‘van u is het koninkrijk’. Om te bidden moet je bijna uit deze wereld stappen en in gedachten een andere wereld binnenstappen. Dat valt niet mee.
Dat dat bij het bidden moeilijk is staat niet op zichzelf. Jezus heeft het meeste over het gebed, ook de woorden van het ‘Onze Vader’ geleerd in de bergrede. En die hele toespraak is vol met dingen die moeilijk vol te houden zijn. Pak het er maar eens bij: 5:3 ‘Gelukkig wie nederig van hart zijn’ Of vers 5: ‘zachtmoedig zijn’ Vers 7: ‘barmhartig’, vers 9 ‘vrede stichten’ Mooie dingen, een mooie stijl van leven, heel goed voor deze wereld, maar moeilijk vol te houden als mensen van deze wereld. En kijk ook hoe Jezus in de tweede helft van hoofdstuk 5 Gods geboden geeft. Niet alleen niet doden, maar ook niet kwetsen en beledigen, juist vrede met elkaar hebben. Geen overspel, maar dan ook in je hart niet. Dat is een radicaliteit die mooi is, maar die niet echt van deze wereld is en die ja als mens van deze wereld moeilijk volhoudt. En, om nog één voorbeeld te noemen: geen twee bazen hebben: de God in de hemel en de god van deze wereld: de geldgod Mammon.
Wat is er aan de hand dat bidden en al die dingen die iets hemels hebben zo moeilijk zijn als je met twee benen op de grond staat? Een heel serieus probleem. God belooft je een hemels koninkrijk en hij wil je leven nu al optillen naar de stijl van zijn rijk, maar hoe hou je dat vol? Raak je Gods grandioze toekomst niet kwijt? Dat is wat de vijand van Gods rijk wel probeert: Satan.
Satan, hij zorgt dat deze wereld een wereld is waar al die dingen niet passen: nederig en zachtmoedig zijn, vrede stichten, puur en radicaal zijn. Dat dat zo moeilijk lukt in deze wereld, dat het zo moeilijk past in deze wereld, dat is niet toevallig, daar zit satan achter. Hij wil dat allemaal niet. En hij heeft kans gezien om deze wereld zo kapot te maken dat het leven zoals God het wil en het bidden tot God hier helemaal niet passen. Hij zorgt voor duizenden mensen om je heen die het niet doen. Maar hij gaat nog een stap verder. Hij dringt bij je binnen en is constant bezig om je van God en al het moois wat bij hem hoort te vervreemden. Hij is ongelofelijk knap. Hij ziet kans om je gedachten zo te beïnvloeden dat je je wel kunt concentreren op aardse dingen, maar niet op je gebed, niet op hemelse. Hij ziet kans om je, als je bezig bent met aardse dingen, maar zelden aan God te laten denken, maar als je bezig bent met je gebed je constant af te leiden. Hij is een geweldige vijand van God, in je doen en laten en in je bidden.
Onze Heidelbergsche Catechismus heeft hem heel goed door. Een boekje wat door mensen geschreven is, maar waarin je merkt dat de Geest van God je iets meegeeft. Al op de eerst bladzijde wordt de duivel genoemd
Heidelbergse Catechismus Zondag 1 v.a. 1:
Wat is uw enige troost in leven en sterven?
Antwoord Dat ik met lichaam en ziel, in leven en sterven, het eigendom ben, niet van mijzelf, maar van mijn trouwe Heiland Jezus Christus. Want Hij heeft met zijn kostbaar bloed voor al mijn zonden volkomen betaald en mij uit alle macht van de duivel verlost. …
Ik ben door Jezus gekocht en uit de macht van de duivel verlost. En toch is de duivel geen verleden tijd voor mij. De catechismus noemt hem in zondag 19, over de regering van Christus, in zondag 43 over de leugen, en in de zondagen over het gebed, ook de laatste zondag van de catechismus:
Heidelbergse Catechismus, Zondag 52, v.a. 127 :
Wat is de zesde bede?
En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze.
Dat wil zeggen:
Wij zijn van onszelf zó zwak, dat wij zelfs geen ogenblik kunnen standhouden, en bovendien houden onze doodsvijanden - de duivel, de wereld en ons eigen vlees - niet op ons aan te vechten. …
Dit is de tegenstander doorhebben: De duivel hij gebruikt de wereld om je heen en je eigen innerlijk om je te vervreemden van Gods koninkrijk, van het leven naar Gods wil en van het bidden. De wereld, dat is wat je op internet ziet, wat je in gesprekken om je heen hoort. Alles lijkt op te gaan in het leven hier en nu. Ook wat je niet hoort in gesprekken. Dat is in gesprekken met vrienden en gemeenteleden soms zo weinig over het bidden en over God hoort, ook dat is de wereld. Satan weekt je door zulk zwijgen los van God. En je eigen vlees, je innerlijk, is de derde in het rijtje, dat laat zich als een gewillige prooi meeslepen: jijzelf. De duivel is na Pasen en Pinksteren enorm aan het verliezen en hij zet dan ook alles in om je van Gods koninkrijk te laten vervreemden en je gebed te laten verslappen. Dus laten we dat heel serieus nemen.
Een gevaarlijke vijand, zoals in Psalm 35.
We zingen Psalm 35:1,11,13
Gods vijand, jouw vijand is sterk. Hoe hou je het vol om op God gericht te bidden en op God gericht te leven? In feite hebt u zelf het antwoord al gegeven.
Jezus zegt: sluit je gebed maar af met de vraag: Leidt ons niet in beproeving, maar red ons uit de greep van het kwaad.
Precies wat hij ook zei toen zijn leerlingen tijdens zijn gebed niet wakker konden blijven om mee te bidden, maar in slaap vielen: ‘Blijf wakker en bidt dat jullie niet in beproeving komen’
Jezus begrijpt hoe moeilijk je het vindt om overeind te blijven bij de aanvallen van de satan op je gebed en je leven. Maar vraag maar, ja sluit je gebed maar af met de vraag: Leidt ons niet in beproeving.
Wat is beproeving? Uitproberen.Dat is wat Satan doet. Ja, God kan je ook beproeven. In oudere bijbelvertalingen wordt daar wel verschil tussen gemaakt: als God uittest hoe sterk je geloof is, dan wordt het woord beproeven gebruikt, en als Satan het op een vijandige manier doet, dan wordt het woord verzoeken gebruikt. Onze nieuwe Bijbelvertaling doet dat niet, want in het grieks wordt ook in beide gevallen hetzelfde woord gebruikt. Maar je kunt dat verschil natuurlijk wel maken. Als God je geloof op de proef stelt, met het doel om het sterker te maken is dat iets heel anders dan wanneer de Satan je uitprobeert om je geloof om zeep te helpen. In je eigen spraakgebruik kun je hier het onderscheid maken tussen beproeven wat God doet, en verzoeken wat Satan doet. Over dat laatste gaat het hier. Het staat in samenhang met het kwaad of de Boze, die je in zijn greep houdt. Satan wil alles uitproberen om je van God los te peuteren.
Vraag nou maar aan God: leidt mij niet in beproeving. Leidt mij –u leidt toch mijn leven?- leidt mij dan zo dat ik niet in die beproeving van Satan onderga. Red ons. Dat is mooi gezegd. Mooier dan het oude: verlos ons. Red ons. Want we verdrinken, we komen om als u ons niet redt. S.O.S.! Red ons uit de greep van het kwaad. Je kunt ook zeggen: red ons uit de greep van de boze. Jezus gebruikt woorden die je op twee manieren kunt vertalen. Het kwaad, de boze, hij houdt ons in zijn dodelijke greep.
Dat je verdrinkt in een wereld om je heen die over God niet praat en opgaat in het leven hier, dat je dat gewoon gaat vinden, steeds minder gaat bidden en steeds minder het afwijkende gedrag van een christen toont, zoals nederigheid, barmhartigheid en puurheid.
Bestaat daar bescherming tegen? Jazeker. De Heilige Geest wil je richten op wat boven is. Op God en zijn rijk, op de levensstijl die daar bij hoort, op het gebed. Zonder Gods Geest sta je echt machteloos. Ik heb aan het begin van de preek wat praktische tips gegeven om het gebed vol te houden, maar zonder de Geest van God red je het niet. Volkomen machteloos ga je kopje onder.
Maar de Heilige Geest kan je er boven uit tillen. Wat doet die dan? Die laat de bijbel open gaan in je leven. Die opent je ogen voor God. Die verandert je wereld. Door de werking van de Geest ervaar je dat je in een wereld staat die naar boven open is. Dat is je enige kans om te overleven, voor je gebed en voor jezelf.
Heidelbergse Catechismus Zondag 52 v.a. 127
….
Daarom bidden wij U: wil ons toch staande houden en sterken door de kracht van uw Heilige Geest, zodat wij in deze geestelijke strijd niet het onderspit delven, maar altijd krachtig tegenstand bieden, totdat wij uiteindelijk de volkomen overwinning behalen.
En let er dan op dat Jezus het is die zegt: Bid er maar om. Je verdient dat je verdrinkt in een wereld zonder God. Het is de wereld en de manier van denken waar je zélf steeds weer op aan trekt. Maar juist Jezus zegt: vraag om redding. Ik heb het voor je verdiend. Ik ben de hel doorgegaan, ik ben door God verlaten, om jou te geven dat je niet door God verlaten wordt maar uit de greep van het kwaad gered wordt.
Amen |









