| Bidden kun je leren (1) Hoe begin je? |
|
|
Vier leerdiensten over bidden: je kunt het leren. De eerste gaat er over hoe je begint (Zondag 46-49).
Welkom
Openingsbelijdenis
Groet
Psalm 65:1
Gebed
Lucas 11:1-12
Matteüs 6:1-13
GK Gezang 171
Preek deel 1
Psalm 62:1,3
Preek deel 2
Zondag 46
GK Gezang 39
Preek deel 3
Apostolische geloofsbelijdenis, GK 179a
Gebed, afgesloten met GK 181b
Mededelingen
Collecten
Psalm 116:1
Zegen
Bij de preek is een beamerpresentatie beschikbaar
Inleiding
(na Psalm 65:1, voor het gebed)
Je ligt in het ziekenhuis. De vrouw in het bed naast je vouwt haar handen en sluit haar ogen. Dat doet ze vaker. Het geeft haar steun zegt ze. Maar je kunt je er niet zoveel bij voorstellen. Zou ik dat ook kunnen? Bidden? Misschien heb je als kind leren bidden. Misschien heb je het altijd volgehouden. Toch zijn er momenten dat je het moeilijk vindt. Eigenlijk weet je er alles van af. En toch valt de praktijk vaak tegen. Kun je het opnieuw leren?
We gaan het er vier zondagmiddagen over hebben.
1. Hoe begin je?
2. Wat vraag je voor vandaag?
3. De basisvraag
4. Hoe houdt je het vol?
Ik stel voor dat we maar heel praktisch beginnen met het te doen: bidden.
Je handen vouwen en je ogen sluiten.
Inleiding schriftlezing
Als ik bijvoorbeeld de burgemeester iets wil vragen, dan denk ik er goed over na hoe ik het aan moet pakken. Misschien vraag ik een gemeenteraadslid die ik ken: ‘Hoe kan ik hem het beste benaderen? Wat valt goed, en wat moet ik beslist niet doen? En, misschien kun jij ook nog een goed woordje voor me doen?’
Als ik aan God iets wil vragen, dan kan ik er zelf heel lang over nadenken hoe ik het aan zal pakken. Maar het blijft moeilijk om zelf op de gedachte te komen wat je moet doen en wat je beslist niet moet doen. Je moet het aan iemand vragen die vertrouwt is met God. En die zitten hier een heleboel. Maar ik denk speciaal aan iemand die met God vertrouwd is als geen ander: aan Jezus, de Zoon van God. Hij is de expert uit de hemel die je kan vertellen hoe God is, wat je moet zeggen en wat niet. En die misschien ook nog wel een goed woordje voor je wil doen. Maar laten we eerst maar eens luisteren wat hij ons vertelt als we vragen leer ons bidden.
Preek
Terugtrekken
Hoe begin je? Handen vouwen, ogen dicht, zei ik net aan het begin van de dienst. Niet dat Jezus dat nou precies zo gezegd heeft. Waarschijnlijk heeft hij het zelf nooit zo gedaan. In de bijbel lees je wel over het bidden met geheven handen. Goed mogelijk dat Jezus het ook zo deed. Joden bidden vaak staande. Daarover lees je ook in de bijbel. Maar ook over knielen, ja helemaal plat op de grond. Er zijn verschillende houdingen mogelijk. Je zou kunnen zeggen: het maakt niet uit hoe je bidt. Je kunt met God praten als je op de fiets zit, liefst met je ogen open. Het maakt gewoon niet uit. God aanvaardt je toch zoals je bent? Dan maakt het niet uit hoe je bidt.
Dat klinkt wel mooi en gelovig, maar het heeft toch iets arms, iets vormeloos. Bij het gebed horen vormen, die helpen bij wat je doet. Als je in de bijbel leest over staan en plat op de grond liggen, dan begrijp je dat er verschillende vormen mogelijk zijn. Maar je verarmt jezelf als je denkt dat je helemaal geen vorm nodig hebt. Waarom doen veel mensen hun ogen dicht bij het bidden? Je kijk niet naar wat je om je heen ziet, je richt daar je aandacht niet op, maar je sluit je er even voor af. Iets soortgelijks zit in het samenvouwen van de handen. Je gebruikt je handen niet om iets aan te pakken, maar je laat alles los[1].
Click: richten op God
Je trekt je terug om alleen te zijn met God. Over zoiets hoorden we Jezus ook. Trek je terug in je huis en doe de deur dicht. In sommige bijbelvertalingen lees je over het binnenkamertje, een soort provisiekast of kelder. Sluit je af van de mensen en de dingen waar je mee bezig bent. In de liederen die we vanmiddag gezongen hebben ging het over stilte. We hebben dat in onze tijd nog meer dan in de bijbelse tijd nodig. Stil zijn, geen geluiden, geen prikkels, niets van buiten op je af laten komen. Je echt concentreren. De radio uitzetten. Maar ook je actieve geest even uitzetten. Bidden is echt een moment van: nu ben ík niet bezig, nu laat ik dat allemaal even los. Passief zijn, overgave.
Doe dat met heel je lichaam. Laat je spanning uit je lichaam, die je nodig hebt als je bezig bent, als je alert moet zijn wegzakken. Ook dat kun je leren. Ja, ik heb vorig jaar ontdekt dat dat niet gemakkelijk is, maar dat het wel te leren is. Bijvoorbeeld zitten, rechtop, rustig inademen en uitademen. Voel je buik op en neer gaan, voel je ademhaling. Voel de rust in je lichaam. Jezus heeft dit niet zo uitgebreid besproken, maar in onze tijd is stilte en rust in je lichaam echt iets wat je moet oefenen. Leer daarvan te genieten. Je echt even afwenden van de dingen waar je mee bezig bent. Je handen heb je niet nodig, je vouwt ze in elkaar of legt ze open neer. Je ogen heb je niet nodig, je doet ze dicht. Bidden is: Je afwenden en tegelijk je toewenden naar God. Maar daarover straks meer. Laten we nu eerst Psalm 62:1 en 3 zingen.
Richten op God
In deze psalm zit ook direct de andere kant van het bidden. Je keert je af van de dagelijkse drukte en richt je op God. Op God die groot is. Iets wat je in je gebedshouding kunt uitdrukken door te knielen, door jezelf klein te maken. Je richt je op iemand. Bidden is niet inkeren tot jezelf, ook al begint het met de stilte en de afwending. Het gaat er om je op iemand te richten die je niet kunt zien, maar die er wel is. Daarom zou ik tussendoor nog iets anders aanbevelen, voordat je je tot God richt. Iets lezen over God, iets uit de bijbel, al is het maar een klein stukje. Het helpt je om je gedachten die je leeg gemaakt hebt van alles waar je mee bezig was nu helemaal op God te richten. Een stukje uit de bijbel lezen en dat overdenken. Ja, neem er even de tijd voor om te beseffen: dat is mijn God. Ik zal niet zeggen dat dit beslist moet. Het kan wel zonder. Maar het maakt het je wel gemakkelijker.
Laat ik wat dingen over God zeggen. Want hoe je bidt, dat heeft er alles mee te maken hoe je God ziet. Allereerst: hij is iemand. Als je in de bijbel leest, dan is het overal duidelijk dat God niet zomaar een hogere macht is, maar dat hij een persoonlijk God is. We hoorden dat Jezus hem ‘vader’ noemde. Iemand die ziet, hoort en weet. Iemand die een wil heeft, rechtvaardigheidsgevoel, barmhartigheid. Als je realiseert dat God zo is, ook al kun je je hem misschien nog niet zo voorstellen, dan heeft het zin om te bidden. Een hogere macht hoef je niets te vragen. Maar over God zegt de bijbel: ‘Hij luistert naar mij’ (Psalm 116:2)
Het tweede wat ik over hem wil zeggen is dat hij alles kan. Hij noemt zichzelf de Almachtige (Openbaring 1:8). En hij laat dat al zien in het begin van de bijbel als je leest hoe hij de wereld gemaakt heeft. God kan alles. Dus het heeft altijd zin om te bidden. Wat je ook vraagt, God kan het doen. Zelfs grotere dingen, onverwachte dingen. Ik zal niet zeggen dat God altijd doet wat je vraagt. Maar niets gaat boven zijn macht. Als je dat goed door hebt, dan besef je dat je als klein mens bij de grote God komt.
God kan alles doen wat je vraagt. En soms doet hij iets heel anders. Dat heeft met Gods wijsheid en Gods plan te maken. Niet alleen Gods macht is groter dan je kunt bevatten, ook zijn wijsheid. God heeft een plan, een goed plan met deze wereld. Heeft het dan wel zin om te bidden? God kan wel alles doen wat ik vraag, maar hij trekt toch zijn eigen plan.
God is onveranderlijk. God blijft zichzelf. Maar wat hij met jou doet, daar kan wel verandering in zitten. En daarin speelt je gebed ook een rol. God zei ooit tegen een koning, Hizkia, dat hij zou sterven. Toen bad Hizkia en kreeg hij er 15 jaren bij. God veranderde dus. En tegelijk bleef hij zichzelf, de God die om genezing gevraagd wil worden. Gods onveranderlijkheid is geen betonnen onveranderlijkheid, maar een levende onveranderlijkheid. In Gods wijsheid past alles precies in elkaar, op een manier die wij niet kunnen bevatten, maar in de omgang luistert hij naar onze vragen en antwoordt daarop op zijn manier. Over dat antwoorden van God zeg ik volgende week vast iets meer.
Ik noem nog één ding over God: hij is goed. Als je echt wijs bent, doe je alles goed. En zo is het bij God ook. En dat goede, dat is niet een betonnen goedheid. Zo van: God heeft het goede op het oog en dat doet hij allemaal, los van wat wij bidden. Nee, het is bij God een goed hart, wat naar mensen uitgaat. Luisteren, geven wat ze vragen, verrassen, altijd vol goedheid.
En dan wil ik speciaal de grootste verrassing van God noemen. Ja, want we hebben het nu over bidden, en wat je van God mag vragen. Maar eigenlijk is het vreemd dat dat kan. Niet alleen omdat je God niet kunt zien en je misschien maar amper kunt voorstellen dat hij bestaat. Ja, dat zijn dingen waar ú en ík last van hebben. Maar er is ook iets waar Gód last van heeft. Dat wij wel van alles van hem willen hebben, en hopen dat hij rekening met ons houdt, maar dat je zelf veel minder rekening met hem houdt. Dat kan God niet hebben. Als je in de bijbel leest, vooral in de eerste helft, waarin God met de Israëlieten omgaat, dan zie je steeds weer hoe boos God wordt als ze geen rekening met hem houden. Als ze andere goden gaan vereren, of als ze de armen in de samenleving te kort doen. God verdraagt dat niet. Ook van mij en u niet. Maar hij heeft Israel en heel de wereld verrast met een levende verrassing. Jezus, zijn Zoon, die aan het kruis gestorven is om het goed te maken tussen God en ons. Als je in Jezus gelooft, dan is het goed tussen God en jou. Hij is de hemelse expert die ons leert bidden, en die het bij God in de hemel voor je opneemt. Dat is Gods goedheid ten top.
Zondag 46, GK Gezang 39
Vragen aan Gód (!)
En wat ga je dan vragen? Daar wil ik het nu aan het eind van de preek pas over hebben. Om de goede vragen aan God te stellen, probeer je even los te maken van je eigen bezigheden en de stap te maken je stil en rustig op God te richten.
Wat zijn nou de goede vragen om mee te beginnen? De dingen die jij nodig hebt, waar jij vol van bent? Ik kan me dat wel voorstellen. En toch, als ik iets meer beseft wie God is, dan zou ik ga ik me ook afvragen: wat wil hij nou dat ik vraag. Ik noemde aan het begin het voorbeeld van mijn vraag aan de burgemeester. Als ik met mijn vragen naar hem toe ga probeer ik mij in alle bescheidenheid in hem in te leven. En ik vraag: hoe kan ik het bij de burgemeester het beste aanpakken? Nou hebben wij een hemelse expert, een vertrouweling van God, die ons precies kan vertellen wat we God het beste eerst kunnen vragen.
Hij zegt: begin maar met Gods grootheid. Vraag maar: laat uw naam geheiligd worden. God is de heilige, de verhevene, die alle glorie toekomt. Als de bijbel ons een beetje in de hemel laat kijken, dan zie je dat God continue geprezen wordt. En als je zegt, uw naam worde geheiligd, dan vraag je daar om. Het is een vraag. Zondag 47 van de Heidelbergse Catechismus werkt die vraag uit.
Lezen Zondag 47
Overigens laat de catechismus één belangrijk ding nog ongenoemd. Dat komt pas in de volgende zondag, dat Gods naam op aarde geprezen word, zoals in de hemel, als Gods koninkrijk komt.
Lezen Zondag 48
Dan zal ook Gods wil gedaan worden.
Lezen Zondag 49
De eerste vragen om aan God te stellen hebben alles met de hemel te maken. Als je naar dat gebed kijkt wat Jezus ons als voorbeeld noemt, dan worden de eerste drie vragen omarmd door de hemel. Dat is waar God is, waar hij geprezen word, waar zijn rijk is en waar zijn wil gedaan wordt. En nu is ons verlangen dat dat ook op aarde komt. Nu al. Ja, maar dan hebben we het vooral over de toekomst van een nieuwe wereld. Een thema waar Jezus het vaak over heeft: het koninkrijk van God. De goede wereld, van geluk en vrede, dat is de toekomst. Ook dat moet je bedenken als je begint te bidden. Het volmaakte geluk, dat krijg je hier niet. God heeft grotere plannen voor de toekomst.
Ik wil deze eerste leerdienst afsluiten. We zijn nog niet toegekomen aan onze eigen vragen aan God. We hebben het gehad over stil zijn, terug trekken. Over God waar je je op richt, almachtig, wijs en goed. En over vragen die vooral met God te maken hebben en met het geluk van de toekomst. Wat mag je nou voor vandaag vragen? Daar gaan we het volgende week over hebben. Nu sluiten we af met de belijdenis van de almachtige God, zijn Zoon Jezus en de eindeloos gelukkige toekomst.
Amen.
|










