| Jezus leert de wet (5a) Gezag in de kerk? |
|
|
Heeft een ouderling gezag? Past dat nog wel in een kerk waarin mensen verschillend denken? Een preek naar aanleiding van Zondag 39 en de bevesting van twee ouderlingen.
Liturgie
Welkom
Openingsbelijdenis
Groet
Psalm 134
Gebed
Lucas 9:46-50 en 11:14-23
Psalm 133
Zondag 39
Preek
GK Gezang 167
Apostolische geloofsbelijdenis
GK Gezang 119:1,3
Bevestigingsformulier ouderlingen
Psalm 135:1
Bevestiging ouderlingen
GK Gezang 64
Gebed
Onze Vader GK 181b
Collecten
Psalm 100
Zegen
Bij de preek is een beamerpresentatie beschikbaar
Ouderling en gezag
Wij gaan straks twee ouderlingen bevestigen. Een wijkouderling en een jeugdouderling. Die mannen komen bij je op bezoek. Ze komen met je praten, speciaal over je geloof, over je band met God. Hebben ze ook wat over je te zeggen? Wij lazen net in de catechismus (Zondag 39) over je onderwerpen aan je vader en moeder en allen die gezag over je gekregen hebben. Horen daar ook een wijkouderling en een jeugdouderling bij? Zijn dat mensen aan wie jij je moet onderwerpen? Is dat nog wel van deze tijd? Wij zijn de ouderling veel meer gaan zien als iemand die vanuit de kerk interesse in jou heeft. Iemand waar je een goed gesprek mee kunt hebben over het geloof. Ook de jeugdouderling. Maar we zien zo’n ouderling veel minder als iemand om je ‘met gepaste gehoorzaamheid aan te onderwerpen’.
Daar komt nog iets bij. Er zijn allerlei dingen waar wij verschillend over denken. Wat zingen in de kerk? En ga je hier in De Voorhof naar de kerk? Twee keer per zondag, of mag het ook ietsje minder? Eens een keer ergens anders? En wat onze leefstijl betreft, moeten we niet veel minder aan geboden en regels hangen? Moet de ouderling geen ruimte laten voor al die verschillende opvattingen?
Kun je nog zeggen dat de ouderling gezag hoort te hebben? En past dat nog wel in een kerk met verschillen? Wat zegt de grondlegger, Jezus Christus er over? Eerst over ouderling en gezag. Dan kom ik daarna op verschillen in de kerk.
Over ouderlingen, heeft de Here Jezus daar iets over gezegd? Hij heeft het woord ouderling nooit gebruikt. De ouderlingen of oudsten zijn in de christelijke kerk gekomen om de groep van de eerste leiders, de apostelen, uit te breiden en later op te volgen. Die oudsten werden niet door Jezus zelf aangesteld, maar de apostelen wel. Dat waren de mannen die het evangelie van Jezus bekend maakten. Ze nodigden mensen uit om bij Jezus en bij de kerk te komen. En je leest in de Handelingen van de apostelen dat ze ook leiding gaven aan die kerk. Zo moet Jezus dat ook bedoeld hebben toen hij naar de hemel ging:
‘Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest, en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb.’ (Matteüs 28:19-20)
Ze moeten mensen het evangelie bekend maken, maar ook zorgen dat ze discipel worden. Dat ze in heel hun doen en laten Jezus volgen. Ze moeten die mensen ook leren om zich te houden aan alles wat Jezus hun heeft opgedragen. De geboden van Jezus, zoals in de bergrede en in andere toespraken. De apostelen moeten de gemeenteleden aangeven hoe ze moeten leven en hoe ze moeten denken. En de gemeenteleden moeten daar ook naar luisteren. Zich laten vermanen en corrigeren.
Die rol van de apostelen wordt later overgenomen door de oudsten. Oudsten… hadden de oudste mannen het dan voor het zeggen in de kerk? En zou dat nog steeds zo moeten? Nee met oudsten werden de eerste volgelingen van Jezus bedoeld. Die de Leider zelf nog meegemaakt hadden. Vanuit hun kennis van hem gaven ze leiding aan de gemeente.
Op den duur waren die allemaal gestorven. En in gemeenten buiten Israël had je zulke mannen soms helemaal niet. Net als bij ons: niemand die Jezus als mens op aarde heeft meegemaakt. Maar ook dan moeten de mannen de Heer kennen leiding geven. Die de Heer kennen in het geloof. Vanuit dat geloof, vanuit die kennis moeten ze leiding geven.
Zo kunnen spreken dat door hun woorden Christus zelf leiding geeft. Zo’n wijkouderling of een jeugdouderling is dus iets heel wonderlijks.
Ik heb in de leerdiensten over de geboden vaak uw blik naar de hemel gericht. Daar kwamen de tien geboden vandaan, daar kwam Jezus vandaan. Hij gaf hemelse leiding op aarde. Verbond aardse mensen met de hemel. Mensen zoals wij, waarvan je niet kunt begrijpen dat God er iets mee te maken wil hebben hij zocht ze op en maakte ze tot zijn volgelingen. Mensen die zijn leiding volgen, met vallen en opstaan. Het is Jezus, de hemelse Jezus die dat doet, met als ultiem hoogtepunt zijn sterven aan het kruis: verzoening met God. Dan gaat hij zelf naar de hemel en tegelijk laat hij zijn hemelse leiding op aarde doorgaan. Door de apostelen en later door ouderlingen.
Leiders door wie Christus zelf leiding geeft. Een ouderling is een wonder, een stukje hemel op aarde.
Hoe doen oudsten dat? Door te preken. Er zijn oudsten die preken, die noemen we meestal dominee’s. Maar ook door gesprekken, dat doen de meeste oudsten. Het is opvallend dat ze ook wel opzieners worden genoemd. Zoals Jezus zelf opziener wordt genoemd (1 Petrus 2:25) zo zijn ook de oudsten opzieners (Titus 1:5-7) Opziener zijn, dat betekent in het spoor van Jezus herder zijn. Iedereen die bij de kudde hoort met gezag de weg wijzen. Opletten of er niemand de verkeerde kant op gaat. Met liefde en geduld, maar ook met duidelijkheid en gezag terugleiden en vasthouden. Een ouderling kan een praatpaal zijn, maar hij is vooral ook een wegwijzer. Dat past niet in onze tijd. Ik denk dat het bij geen enkele tijd past, je wilt zelf beslissen welke kant je op gaat en je niet gehoorzaam onderwerpen aan een ouderling. Dat past niet bij deze wereld. Het wonder is juist dat God gekomen is met geboden uit de hemel, die je leven beter maken. Jezus is uit diezelfde hemel gekomen: hij gunt je een leven met hem. En met ouderlingen. Juist door hun gezag voegen ze iets toe aan je leven. Zelf nadenken en zelf beslissen, dat kon je altijd al wel. Maar mensen aan wie je het kunt toevertrouwen dat ze je een bepaalde kant op sturen, dat voegt iets toe aan je leven, dat is een wonder van God.
In oude boeken over huisbezoek lees je daarover: als we huisbezoek krijgen, dan komt Christus op bezoek. We krijgen hoog bezoek vanavond. Bij met name ouderen herken ik wel iets van die beleving. En ik vind dat heel mooi. Omdat ik er zo van geniet om als gezant van Christus op een voetstuk gezet te worden? Nee, omdat er een blij verwonderd geloof uit spreekt. Omdat mensen in het bezoek van een mens merken en er van genieten hoeveel God om ze geeft.
Verschillen in de kerk
Ik zei net: mensen aan wie je het kunt toevertrouwen dat ze je een bepaalde kant op sturen, dat voegt iets toe aan je leven, dat is een wonder van God. Ik hoop dat u bereid bent om dat tussen uw oren te laten landen. Want wij willen vooral zelfstandig en onafhankelijk denken. Het lijkt vanzelfsprekend dat dat goed is: dat is beter dan afhankelijk zijn en je een bepaalde kant op te laten sturen. En we denken over heel veel dingen verschillend, ook in onze gemeente. Kun je dan nog van gezag van een ouderling spreken?
Ook over die verschillen in de kerk wil ik met u naar de Here Jezus luisteren. Hij heeft daar niet zo heel veel over gezegd. Items als psalmen of opwekking speelden in zijn dagen niet. Over andere onderwerpen, b.v. over het betalen van belasting geeft Jezus wel aan hoe je er over moet denken, maar niet hoe je er mee om moet gaan als je daar verschillend over denkt. Het lijkt wel alsof ze allemaal gelijk dachten en precies de grote Leider volgden.
Toch waren er wel conflicten binnen de kring van Jezus’ volgelingen.
We lazen over de ruzie wie de belangrijkste was. (Lucas 9:46-48) Geen leerconflict maar een persoonlijk conflict. Vorig jaar hoorde ik een leider van een hele grote gemeente over conflicten. Hij zei dat de meeste conflicten in de gemeente niet over de leer en over verschillende opvattingen gaan, maar over persoonlijke dingen. Mensen botsen op persoonlijk vlak in de omgang, voelen zich tekortgedaan, kunnen moeilijk vergeven of vergeving vragen. ‘…wie van hen de belangrijkste was.’ Maar al te makkelijk gaat het daarover en wordt ook een discussie over kindernevendiensten of over tweemalige kerkgang een machtstrijd. ‘Wie de kleinste onder jullie is, die is werkelijk groot’ Daar moet je echt voor jezelf eens over nadenken hoe je dat in praktijk brengt, hier in de kerkdienst, in het luisteren naar een preek, in de omgang met de anderen in de kerk, in het gesprek met je ouderling: de kleinste zijn. Dat vraagt oefening. Het voegt ook echt wat toe aan je leven.
Jezus werd ook met andere verschillen geconfronteerd. Zo was er iemand die in Jezus’ naam demonen uitdreef, maar zich niet bij de twaalven aansloot. Ik weet niet waarom niet. Maar ik verwonder mij wel over Jezus’ antwoord: ‘Wie niet tegen jullie is, is voor jullie’.(Lucas 9:50) Daar verwonder ik me des te meer over, omdat hij een tijdje later zegt: Wie niet met mij is, is tegen mij, en wie niet met mij samenbrengt, drijft uiteen. (Lucas 11:23)
Het eerste trekt de cirkel heel wijd: ik zie iedereen die zich niet tegen mij verzet als mijn broeder, als mijn medestander. Het tweede trekt de cirkel juist heel klein: als je niet echt voor mij bent, dan zie ik je als mijn tegenstander. Op het eerste standpunt zeg je als ouderling: ‘Jij hoort ook bij ons. Of je nou naar de kerkdiensten komt of dat je de zondag anders doorbrengt, of je je kind laat dopen of dat je tegen de kinderdoop bent, het maakt allemaal niet uit er is voor iedereen plek in De Voorhof’ Op het tweede standpunt zeg je: ‘Jij bent het niet helemaal met mij eens, dus jij hoort er niet bij, en jij ook niet en jij ook niet.’ Dat zijn twee manieren van ouderling zijn die met elkaar botsen. Als de ene ouderling het op de ene manier doet en de ander op de andere manier, dan wordt dat ruzie in de kerkenraad. Maar het vreemde is dat Jezus het allebei zegt. Daar zie je een soort beweging in, die Jezus helemaal kenmerkt. Aan de ene kant de armen wijd uitslaan: kom allemaal bij mij en bij mijn gemeente. Maar dan niet om te blijven zoals je bent, maar om te bewegen naar hem toe en zo naar elkaar toe. Niet uiteendrijven, maar samenbrengen.
Zoals Jezus de tollenaars opzoekt en daarbij de vergelijking maakt met de dokter. (Lucas 5:31-32) Die gaat niet naar de gezonden, maar naar de zieken. Namelijk om ze te genezen, niet om ze ziek te laten blijven en te zeggen: ‘Wij discrimineren jou niet, jij mag er zijn zoals je bent, blijf gerust ziek’. In Jezus’ brede zoeken -niet veroordelend, maar aanvaardend- zit een beweging naar binnen toe: ‘Ik ben gekomen om zondaars te roepen… tot bekering! Om een nieuw leven te beginnnen.
Die zelfde beweging zie je ook in een tekst die ik de afgelopen weken nog hoorde in verband met de botsing tussen de Rooms Katholieke Kerk en de homo-beweging. Er werd toen gezegd: de kerk mag niemand buitensluiten, want Jezus heeft gezegd: ‘wie zonder zonde is werpe de eerste steen.’ (Johannes 8:7) Deze tekst lijkt te zeggen dat de kerk alles moet goedkeuren. Maar vaak wordt vergeten wat Jezus tegen de vrouw zegt die ze willen stenigen: ‘Ga naar huis en zondig vanaf nu niet meer.’ Jezus wil iedereen homo, hetero, of wat ook maar er bij hebben. Maar dan wel om je met heel ja manier van leven naar hem toe te bewegen. Niet om je homoseksuele of heteroseksuele losbandigheid voort te zetten.
‘Bekeer u, want het koninkrijk van God is dichtbij gekomen’. Dat is de eerste typering van Jezus’ preken (Matteüs 4:17). En die beweging blijft er in zitten, ook in zijn gemeente. Dat betekent voor een gemeente met verschillende opvattingen dat je je door je dominee en door je ouderlingen mee moet laten nemen naar Christus toe en naar elkaar toe. Niet zoeken naar ‘voor welke meningen is ook nog ruimte’, hoe ruim kunnen we het maken in de kerk, maar hoe dicht kunnen we bij elkaar komen. Niet door je aan de meningen van mensen aan te passen, maar door Christus te zoeken, in wie heel Gods wil spreekt.
Tegen de twee broeders die ik straks als ouderling ga bevestigen wil ik zeggen: dit is geen gemakkelijke taak. Het is meer dan een praatpaal zijn, wat op zich al moeilijk kan zijn. Het is aan jullie om woorden te spreken die ons bewegen naar Christus toe en naar elkaar toe, naar het groeien tot een levende gemeenschap. Ik wil jullie meegeven wat ik eerder in de preek over de oudsten zei: ze werden oudsten genoemd omdat ze Jezus nog gekend hadden. Laat dat je kracht zijn: Jezus kennen.
Tegen u allemaal wil ik zeggen: Herken dat in je wijkouderling, in je jeugdouderling. Door hem komt Jezus dichtbij. Geniet er van. En laat je meenemen in het naar Christus en naar elkaar toegroeien van onze Voorhofgemeenschap.
Amen |










