|
PARTTIME DOESBURG EN INDONESIË
Ds. Boersema en zijn vrouw zijn uit onze gemeente vertrokken. Dit keer niet voor een kortere of langere reis naar Indonesië. Nee, ze zijn verhuisd naar Doesburg. Dichterbij, maar veel definitiever. Het werk in Indonesië gaat door, ook vanuit onze gemeente. In dit artikel leest u in het kort over de geschiedenis van de contacten met Indonesië en over het werk van onder andere ds. Boersema.
Van toen tot nu
Ds. Boersema is voor velen geen onbekende. Van 1988 tot 2004 was hij predikant in Apeldoorn. Daarna werd hij parttime dominee in de gemeente Doesburg en parttime zendeling in Indonesië. Zendeling is eigenlijk niet het juiste woord. De zendelingen gingen namelijk in de 17e en 18e eeuw al naar Indonesië en vanaf de 19e eeuw naar Sumba. Verrassend genoeg is Indonesië een land met een eeuwenoude christelijke traditie. Ds. Boerse-ma maakt deel uit van een groep predikanten die vanaf de jaren ‘60 vanuit de GKV kerken in Indonesië ondersteunen. Daarom is er geen sprake meer van zending, maar van ondersteunende werkzaamheden in het kader van relaties met buitenlandse kerken.
Het werk in Indonesië
In de jaren ‘60 werden onder andere dominees naar Indonesië gestuurd vanuit de kerk in Zwolle. Eind ‘70 jaren werden de werkzaamheden aan-gestuurd vanuit de synode. Nu maken de werkzaamheden deel uit van de taken van De Verre Naasten.
Niet alleen de aansturing vanuit Nederland is nu anders. De relatie met de kerken daar heeft zich ook aangepast. Ds. Boersema geeft aan dat de kerken in Indonesië waarde hechten aan hun onafhankelijke status. De manier van werken is mede daarom nu projectmatig: duidelijke doelen en tijdpad. Zo werkt ook ds. Boersema, ook al loopt zijn project nu wat uit. Dat is niet erg vindt Boersema. Het is allemaal goed uit te leggen: “Ik ben dit project begonnen met als eind datum 2009. Het werk is nog niet helemaal af. Verder zijn er nieuwe ontwikkelingen, die er voor zorgen dat het project verlengd kan worden. Het projectmatig werken zorgt voor duidelijke verwachtingen in Nederland en Indonesië. Als er wat moet veranderen, dan moet er over gepraat worden. Als beide partijen het eens zijn, dan kan het project worden aangepast. Het blijft allemaal overzichtelijk.”
Ds. Boersema vindt het erg prettig parttime te werken in Indonesië. “Part-time daar zijn geeft tijd, meer rust en een gezonde afstand om een heli-kopterview te behouden. De cultuurverschillen kunnen je soms erg frustre-ren. Dan wil je het allemaal zelf even gauw doen. Mede door het parttime werken kan ik nu beter de kerken in Indonesië ondersteunen in hun zelf-standigheid.”
De kerken in Indonesië
De kerken in Indonesië blijven ook in zekere zin financieel onafhankelijk. Er gaat geen geld vanuit Nederland naar de gemeenten zelf. Dat is een bewuste keuze, zegt ds. Boersema. “Geld geven is gemakkelijk, maar lost niks op. Dat de kerken zichzelf bedruipen voorkomt dat ze afhankelijk worden”. Nederlands geld gaat wel naar gepensioneerde dominees en naar evangelisten in pasgeopende posten. De kerken daar zijn niet kapitaal krachtig genoeg om ook hen te onderhouden.
Een belangrijk deel van de Nederlandse geldelijke hulp en tijd gaat naar het ondersteunen van het onderwijs. Op Sumba is een theologische oplei-ding. Deze opleiding wordt mede vanuit Australië gefinancierd. Ds. Boer-sema geeft nu een groot deel van zijn tijd college. De extra tijd die hij krijgt gaat ook grotendeels naar dit project. “Er zijn plannen om het niveau van de opleiding te verhogen. Het moet naar een HBO-niveau. Het zou erg fijn zijn als we dat kunnen ondersteunen.”
De opleiding is heel belangrijk voor de kerken in Indonesië”, zegt ds. Boersema. “Ik merk dat de meeste mensen geen idee hebben van de omvang van onze zusterkerken in Indonesië. Op Sumba, Savu en Timor zijn dat ongeveer 6000 gelovigen. Deze broeders en zusters kerken op/in 62 preekplekken. De preekplekken horen bij 18 kerken. Vaak een huis van een broeder of zuster of een eenvoudig kerkgebouwtje op een afgelegen plaats ver van een van de 18 kerken. Een preekplek is een soort wijkge-meente. De preken worden noodgedwongen vaak gebracht door ouderlin-gen. Daarom is de opleiding ook zo belangrijk! Om te zorgen dat de preekvoorziening op die 62 plekken dusdanig is dat het woord van God zuiver wordt verkondigd. De GKV hebben ook zusterkerken in Kalimantan en Papua en werken samen met de hogeschool SETIA in Jakarta. En spreek je over alle christenen in Indonesië dan moet je al gauw denken aan zo’n 12% van de ruim 200 miljoen mensen. Op Sumba bedraagt het totaal aantal protestantse christenen wel 200.000.”
Dat Indonesië een ontwikkelingsland is merk je vooral ook als je gaat rei-zen vertelt ds. Boersema.”Ik heb nu meer dan 50 van die preekplekken bezocht. Dat gaat echt niet gemakkelijk. Je moet er soms uren voor lopen en klimmen. Het is bijzonder dat ook op deze onbereikbare plekken Gods Woord wekelijks wordt verkondigd.”
Ontwikkelingswerk
De kerken in Nederland hebben relaties met meerdere kerken in het bui-tenland. Toch is Indonesië een uitzondering in het rijtje landen waar bij-voorbeeld ook Australië en Canada in staan. Indonesië is in tegenstelling tot de andere landen een ontwikkelingsland. Er is naast ondersteuning ook daadwerkelijke hulp nodig. Dat past niet altijd binnen de tijd die ds. Boer-sema daar doorbrengt. “Als je daar bezig bent zie je dingen waar je graag wat aan zou doen. Helaas is mijn tijd beperkt. Ik moet me ook concentre-ren om mijn werk voor de theologische school en gemeenteopbouw. Ge-lukkig zijn er mensen die wel kunnen en willen helpen.” Op Sumba helpt De Verre Naasten via een partnerorganisatie die locale landbouwkundigen in dienst heeft. Daarnaast doet zich soms ook nog meer voor waar hulp nodig is.
Een wellicht nog bekend project hier in Apeldoorn, was de geldinzameling voor de bouw van een lagere school op Sumba. Ook is er vanuit Neder-land een keuken bij een ziekenhuis gebouwd, zodat niet langer de familie-leden zo goed en kwaad als het gaat voor hun zieken moeten koken. Dat zijn kleine projecten die goed hebben gewerkt. De stichting Cabrejou was daar verantwoordelijk voor. Zij richten zich nu voornamelijk op het kleine eiland Sabu, ten Oosten van Sumba gelegen.
Je moet je nu denken 15 jaar later, zegt ds. Boersema. “Als je nu bomen gaat planten dan kunnen die over 15 jaar veel geld opbrengen en ook een bijdrage leveren aan het vasthouden van water.” De grond op Savu is erg droog. Dit is mede een gevolg van de klimaatveranderingen. Er start daar-om een project voor goede duurzame landbouw en voor zon- en wind-energie, etc.. In Apeldoorn gaan we daar vast nog meer van horen, want er zijn ook gemeenteleden van ons bij betrokken.
Wat gaat er gebeuren de komende jaren
Ds. Boersema ziet zijn werk de komende 5 jaar bestaan uit:
- A. Theologisch werk
Lesgeven aan de voorgangers van vandaag en morgen. Straks in een 4 jarige opleiding met aansluitend een jaar praktijk op HBO niveau.
B. bij kerken cursussen geven en in de wandelgangen adviezen geven over hoe je zaken organiseert.
- Gastdocent bij Setia.
De studenten zijn verdreven uit hun school en wonen nu in een tentenkamp. Dit is vaak in het nieuws geweest. Er zijn ongeveer 1000 leerlingen die een opleiding volgen tot dominee, evangelist of godsdienstleraar. Met deze school zijn contacten vanuit DVN.
Voldoende te doen in Indonesië, maar ook hier in Nederland. We wensen Ds. Boersema en zijn vrouw Gods zegen toe. Laten we hen blijvend herinneren in onze gebeden en wanneer we onze gaven geven voor de zending en DVN.
Afz. Commissie Zending en Hulpverlening.
Zondag 9 maart 2010 nam onze gemeente tijdens een receptie na de ochtenddienst afscheid van de familie Boersema >>> |