|
De kerstvakantie is voorbij. Bij een groot wonder hebben we stil gestaan: God werd één van ons. Door het Kind in de kribbe. Een wonder, te groot om er alleen enkele kerstdagen bij stil te staan.
Het is een wonder om mee te nemen in het leven na kerst. Juist omdat het kind geen kind gebleven is, maar volwassen geworden is de wereld waarover hij nu de Koning is.
We nemen de maand januari om nog wat meer tijd te nemen voor het geheim van kerst.
Daarmee volgen we een oude traditie, de traditie van de epifaniëntijd. Na de kersttijd (tot ongeveer 6 januari) volgen een aantal zondagen waarop aandacht besteed wordt aan Jezus’ glorieuze verschijning bij zijn doop in de Jordaan, bij zijn eerste wonder in Kana enz.
Onze kerkdiensten van 1 en 8 januari stonden nog in het teken van de ge-beurtenissen na kerst. De volgende zondagen in januari zien we hoe de volwassen Heer zich presenteert met zijn goddelijk gezag over ons dagelijks leven:
- De Koning na kerst (1) Heer in huwelijk en huis (15 januari) A.M. de Hullu
We lezen over de bruiloft in Kana (Johannes 2:1-12) en uit 1 Korinte 7. De preek gaat over 1 Korinte 7:39. Jezus, die zijn eerste wonder op een bruiloft deed, hij wil Heer zij over onze huwelijken. Maar ook over het leven van de ongehuwden. Wat betekent een huwelijk in de Heer en wat betekent leven in de Heer?
Over deze preek houden we na afloop een nabespreking.
- De Koning na kerst (2) Het begin van zijn prediking (22 januari) M. Oppenhuizen
We volgen het optreden van Jezus dit jaar meestal uit het evangelie van Marcus. Na het eerste wonder, wat alleen in Johannes beschreven wordt, gaan we naar Marcus 1:14-20, het begin van Jezus’ preken en de roeping van de eerste discipelen.
- De Koning na kerst (3) Koning over machten en demonen (29 januari, ’s morgens) H.R. van de Kamp
Met Marcus volgen we de Heer naar Kafarnaüm (1:21-28). Daar vindt een spannende confrontatie plaats tussen God en satan. Midden in het leven: Jezus komt tegenover een demon, een duivelse geest te staan.
- De Koning na kerst (4 slot) God dichtbij (29 januari, ’s middags) A.M. de Hullu
Als afsluiting van de epifanieëntijd zien we hoe God ons dichtbij komt door Christus (Marcus 2:1-12).
Dit gaat door in het werk van de apostelen (1 Korinte 9) en door de prediking in onze tijd. Dit geeft nieuwtestamentisch licht op het 2e gebod, het beeldenverbod (Zondag 35)
1 Korinte
In het Bijbelrooster van het Nederlands Bijbelgenootschap, wat ook in Kerkpost staat, lezen we deze periode veel uit 1 Korinte. Paulus schrijft in deze brief over allerlei onderwerpen uit het leven. Vaak gaat hij in op vragen vanuit de gemeente en op situaties in de gemeente waar hij van weet. Over huwelijk en seksualiteit, over de vrijheid van een christen, over het avondmaal, spreken in klanktaal enz. Deze onderwerpen staan niet op zichzelf. Ze hebben alles met Jezus Christus te maken. Zo lazen we in de eerste hoofdstukken dat Paulus de gemeenteleden prijst omdat in al hun woorden en hun kennis blijkt dat het getuigenis over Christus bij hen verankerd is (1:5,6). Hun kennis, hun woorden en hun daden zijn doortrokken van Jezus die in Kana, Kapernaum en ook in Korinte dichtbij wil zijn. Pau-lus heeft juist over hem gepreekt (2:2). Om hem draait het als Paulus schrijft over het huwelijk (7:39), het avondmaal (11:27-29) en ieders plaats in de gemeente (12:3). Zo blijkt deze brief dicht tegen de evangelielezingen van deze maand aan te liggen en lezen we er regelmatig uit in onze diensten.
Harrie de Hullu |